Overdonderd

Heel in de verte hoor ik hoe je stem over de vlakte zweeft,
nog slechts verlicht door late zonnestralen.
Je ogen zijn nog niet herkenbaar,
je haren waaien voor je uit
als wind die door de korenvelden wandelt.
Heel in de verte zie ik hoe je stralend dichter komt
zoals van sterren je enkel voelt wat achterblijft.
Je handen zwaaien al,
ze wenken naderbij
en ik verwelkom de zwoelte van de nacht,
terwijl je al je  eerste druppels uitstrooit op mijn hunkerende blik.
En dan, plots ben je daar,
je stormt mijn adem binnen
als een stroom die niet te stuiten valt,
je overweldigt me in al mijn vezels,
mijn ogen schieten vuur,
mijn oren worden overdonderd door je stem,
ik kan niet langer in dit lichaam blijven of ik word verteerd.
En als je weer gaat liggen dan hijg ik nog na,
een  vrede maakt zich  meester van dit ogenblik,
heel in de verte zie ik hoe je wolken sluiten,
je ogen vallen toe,
je haren rusten  op je schouders,
ik zie hoe ze je stem bedekken,
en over korenvelden valt nog laat wat sterrenstof,
dat op de halmen achterblijft,
zoals je regendruppels zijn ze  uitgestrooid,
en verder, steeds verder  zie ik je  verdwijnen,
en blijf ik zachter achter,
stil.

Wolkenspoor

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
want hou ik bij of haal ik in, ontglippen
ze alweer, alsof je de liefde van je leven
wilt beminnen, zo helemaal voor jou,
van jou alleen

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
een oorlog waar bij voorbaat vaststaat
wie de banier van de gewonnen veldslag
dragen zal, wie fier kan zwaaien op de
heuveltop over alles wat gevallen is en
over allen die nog rechtop de ogen richten
naar het hemelvuur

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
alsof de zee je opneemt dan weer neerlegt
op het zand, waar je dan aangespoeld maar
wachten moet op jutters die je schitteringen
bergen willen, want wie voor overwinning
strijdt zal zegevieren

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
het is in sporen lopen, getrokken voren
waarin voeten snijden, ploegen,
worstelen om het aas te grijpen dat ver
vóór de horizon verduistert

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
want wat aangeleerd ligt opgeslagen
is slechts vluchtig, wat echter ingeboren al
aanwezig is zal blijvend duren, daarheen
het spoor te volgen is zoals naar wolken
kijken, daarin je leven verder schrijven is
wat jou wordt gevraagd

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
de dagen hollen mij voorbij, alleen dat
wolkenspoor, O ja, dat wolkenspoor dat
Jij daar met onzichtbare inkt in Liefde
hebt geschreven, mij ingeprent,
blijft duren.

Wormhole

Eternities ago, there was a window opening
the ceilings of my youth, a wormhole to a Star
unseen, split seconds opened as a pair of
wings, uplifting, ocean deep, a blue reminder
of a dream yet to be dreamt, taking my life
back to the womb it barely had outlived: was
it perhaps Your wish  to take me back, because
my journey here had to Your Eye fulfilled Your
imprinted demand?  I stayed, forgot about Your
Call, ignored the Love so generously poured
into my Soul and went to sleep, and so retired
I walked blindfolded, equally guided, and
with each step  the window narrowed, leaving
only a faint and distant ray,  forgotten scent,
the remnant of a slow perfume, disintegrating.
And now, You’re here again, it’s through the
door You enter now,  and no, no more can I
ignore,  Your wish was not retirement for me,
there is a Life to live, and wings to spread, a
million waves to dance to on an ocean breeze,
through the wormhole, born again, I breathe,
I thank You then, and silently I recognize
sometimes it’s better to retire, to wind up, so
as better to give way to Life’s umbilical cord,
the imprinted Fire of our Heart and Soul.

(picture: tree rings and nodes)

Woordenschat

Er zijn woorden die zo breekbaar zijn als water,
pas gestold, kristallen die het staalblauw van
de hemel laten harden tot een schelp van ijs,
een ijl, doorzichtig vlies dat rond je stem hangt,
zo stil, zo breekbaar en dan, zoals de zon kan
opwarmen, is het goed ze dan pas uit te spreken
als ze kunnen thuiskomen, een haven kunnen
vinden voor hun kwetsbaarheid, ver weg van
wreed gebulder, eindelijk beschermd, gedragen
door de liefde van stilzwijgend weten.

Majesty

As Moon to Sun
So Ice to Water
As Silence is to
Words and Sand
to Sea, so are the
Waves Eternity,
the everlasting
Presence of Your
Majesty

Sunset @ Afsluitdijk, The Netherlands, May 2011

%d bloggers liken dit: