Tagarchief: Licht

Afbeelding

Liefdestijd

Domi 1

Liefde kent geen tijd. Liefde is
Tijd, ze telt geen jaren, dagen,
uren, eeuwen zijn Haar vreemd,
in lichtjaren niet uit te drukken
en wij, wij plukken er de vruchten
van, wij hopen en verlangen, wij zijn
de kinderen van morgen, zij dragen
in hun Hart al de geheimen
waarvan wij het bestaan zelfs niet
bevroeden, O,
Liefde kent geen Tijd, Zij is
Tijd, Zij strooit onmerkbaar en
met gulle handen palmen diamanten
zomaar in het rond, zoals de
zandkorrels die schitteren in de
Avondzon, of door de Wind
in fijne slierten over stranden
worden uitgesmeerd, Zij kent
geen Tijd, Zij drukt zich uit
in stralen, in kralen van
geluk, zoals die ene, ja daar,
rond je hals, jouw hals, dat
tere zachte stromenland,
waar Liefde vloeit, te allen
Tijde

(Oostduinkerke-aan-zee, Zeedijk, Bruno’s Bar, vrijdag 4 september 2015, 19:07)

Mantelzorg

Zoals ik in jouw mantel schuilen kon en groeien naar het Licht,
zo leg ik nu mijn mantel zachtjes over bei je schouders om je
in te dekken voor een lange nacht, buiten klinken heldere zangers,
en hoog schuiven de wolken aan en op en over, er valt een plotse
duisternis, een lange schaduw snelt vanuit de verte naar ons toe,
het lijkt wel of ook die een deelgenoot wil zijn van dit bedekken,
hoewel ik dacht dat het een nieuwe morgen was, zo scheen me toe
bij ’t horen van de buitenliederen die almaar helderder en helderder
de kamer overspoelen, je glimlacht, je wordt wel meer dan 100 denk
ik dan, en even waait er een gedachte binnen, stel dat ik eerst zou gaan,
wat zal er dan gebeuren, neem ik mijn mantel dan maar mee, of zal
een nieuwe al wat schaduw is doen oplossen in wuiven, in verstuiven,
zoals die penetrante geur die zonder vragen zich komt wagen in de
kamer, deze kamer, de kamer van de hoop, de kamer van wat me nu
een eeuwig duren lijkt, nee, er zijn de dagen van het vragen en het
dragen, er zijn de dagen van de lasten en het water, van aan en op
en over, er zijn de nachten van het wachten, het wachten en het
vrezen, het bevend strelend raken, ja, O ja, geef me, geef me ik zal
niet meer vragen, slechts fluisteren, knikken, niet verstikken, en dan,
dan zal er enkel adem overblijven, jouw adem die zich in de mijne
keert en zich daar nestelt, zoals ik bij jou toen, jij bij mij, je armen
worden vleugels waarmee je wiekend wentelt, keert en mantelt,
waarmee je ziel zich overgeeft aan dageraad en zorgt voor overgang.

afbeelding: foto getrokken toen de rijzende zon door de achterruit zorgde voor schaduw op het olieschilderij “Oceanic Trance”, geschenk van goede vriend & kunstenaar Arno Rollenberg (Alkmaar)

Het Laatste Woord

 

Wie denkt te weten dat hij wel alles weet
is slechts beginneling, dat weet diegene
die  in het verschiet de eindmeet ziet,
en laat ons laatste woord daarom
één  zijn  van dankbare tevredenheid,
waaruit alle verbittering is  opgelost,
dat wij met iedereen tot  vrede  zijn
gekomen, dat alle dromen uit ons
grote levensboek zijn voorgelezen  en
dat er echte vrienden waren om ze te
aanhoren, om zo die dromen met ons
rond  de open haard te delen, hand
in  hand. Ja, laat ons laatste woord
daarom zacht uitdoven op onze lippen
als een kaarsenvlammetje , dat stil
haar stervend Licht nog geeft aan
wie vertroosting zoekt, zodat wij
dan uiteindelijk het Licht ontmoeten,
tot helder weten komen, alwetend
worden en terugkeren tot stil Begin
waarin de eindmeet oplicht als een
Laatste Woord dat nooit werd
uitgesproken, maar ons ontvangt
als een beginneling.

Reis van de vermoeide Harten

 

De reis begint, dan is het goed om aan de tafel
voedsel in te slaan zodat de geest zich leeg kan
maken, ruimte biedt voor indrukken die
onderweg het oog opvallen als het ver voorbij
de horizon weet dat in de wolken reeds
ontwaken  sluimert voor vermoeide Harten.
Dwalend zwerft de nachtegaal doorheen
inktzwarte Duisternis en toch is hij nog te
onderscheiden, klapwiekend verplaatst hij
de armen die hem dragen, voor het oplettend
Oor vertelt hij over het zachte diepe Weten,
de geborgenheid die men ontmoet als Hout
ontvlamt  nadat het spaarzaam werd verzameld
om ontvankelijke Warmte te verspreiden,
om te delen wat in Winters werd gestapeld
om reeds Zomers te ontvangen, terwijl
de Lente nog op zich laat wachten.  
Zo begint de reis, een vaag vermoeden
wat het reisdoel wezen kan is lang reeds  
opgeborgen in de kamers van het huis
dat men tussen kale bomen losgelaten heeft
nog voor de reiswind hen onstuitbaar heen
en weer liet zwiepen: zoals een woord kan
komen aangewaaid nog voor het wordt
gesproken, nog voor het oren vindt om in
te wonen, nog voor de taal bestaat waarin
betekenis kan huizen, net zoals ik hier  
het lichaam vond dat wenkte, terwijl ik
nog duizenden lichtjaren verwijderd was
van openbloeien, zo klopt de reiswind aan,
een vuurtoren die pal de hoogste golf weerstaat
en zuiver Licht geeft, een straal die als
een navelstreng de sterren likt. Ja, zo begint
de reis, de reis van de vermoeide Harten,
zij weten dat waar Licht en Water elkaar raken
rust te vinden is, een Poort naar diepe en
verwelkomende Warmte die uitnodigend is,
de ogen opent voor wat nog in onzichtbaarheid
verborgen lag, maar toch Aanwezig is, zoals
het maanlicht slechts wordt opgewekt als zij
haar donkere zijde aan de wentelende Zon ter
koestering aanbiedt, groeiend, zoals verlangen
eenmaal losgelaten plots vervulling vindt,
zo komt de reiswind en zo begint de reis,
zo komen zonder aarzeling de eerste stappen.

Afbeelding > Sopena de Carneras, Leon, Spanje

Verjaardag

Als alle woorden zomaar verdampen,
oplossen in zonnestralen, om dan in
wolken nieuwe verhalen te beginnen
die door de wind gelezen, op het gras
geschreven worden, en als ik dan ga
liggen, mijn hart laat rusten, al mijn
verlangens overgeef aan het zachte
strelen van de halmen op mijn huid,
als ik dan adem, word ik opnieuw
geboren, ik zwem in licht, ik denk
niet meer, ik hoor je stem, een nieuwe
taal, een hemels ochtendgloren, alle
tranen dan verdwenen, zonbeschenen,
ik hoef niet meer, als ieder woord
zomaar verdampt dan ben ik opgelost,
gedragen in een dieper weten: zo licht
wist ik het wel, ik was het niet vergeten,
wat door de wind gelezen wordt gaat
nooit verloren, je hoeft het enkel te
vertalen uit het strelen van de halmen
op je huid: welkom, welkom, je bent
de liefde van mijn leven.