Tagarchief: afscheid

Neergelegd

Het was zo’n dag vandaag,
één van de vele honderden die de jaren nu al tellen,
ik heb er mij bij neergelegd,
dat die dagen,
telkens weer,
zich zonder voorafgaande zomaar aanmelden
en wat moet je er dan mee?

Aanvaarden dat er is
een komen en een gaan,
of toch maar hopen dat de volgende
niet meer zo dwingend,
niet meer zo alles overstemmend,
overspoelend zijn?
Zoals golven soms,
als ze opgezweept en brullend zich een weg banen
dwars door en over alles heen,
zand omwoelen,
daarna neerleggen,
telkens weer,
en het tenslotte,
noodgedwongen,
achterlaten op het strand,
uitgestorven.

Ik buig dan nederig voor al dat aanzwellen van machtsvertoon
en kijk of aan de einder er al voorteken van omslag is,
van bedaren,
zoals de jaren die ik tel,
telkens weer,
wanneer jouw beeld zich op mijn netvlies brandt.

Die dagen worden langer,
opwaaiende herinnering,
een herfstblad dat het gras bedekt,
uitgestorven,

daar heb ik mij bij neergelegd.

(Vrijdag 30 oktober 2015)

Vruchtbaar

WP_20150903_043
Het regende zachtjes, zo
zachtjes, je kon de druppels
tellen, ze parelden op mijn
handen, schitterden regenbogen
door mijn tranen heen, de wind
waaide herinneringen over de
lavendel en de kiezels, tussen
de grassprieten herkende ik je
geur, zoet, zand, fijn
gemalen spiegels waarin ik
de verhalen lezen kan, de beelden
op het netvlies, gebrand en
geblazen, je kon niet meer,
niet meer geven, de frontlijn
vastgelegd voor eeuwig, het
bloed gestold vermengd met
klei en leem, dit is het dan,
het regent zachtjes, zo zachtjes,
en terwijl ik de druppels tel
priemt plots een zonnestraal doorheen
het wolkendek, en vogel vliegt me aan,
een vleugelslag, een nauwelijks merkbaar
wiegen, op mijn huid rusten nog steeds je
parels, dit gaat nooit over, je schoot de
bedding die zo vruchtbaar leven
schonk, en schenkt. Klokslag.
Ik hou van je.

(Parking Schulensmeer, Linkhout, zondag 6 september 2015, 15:30)

Ps: Dit gedicht schreef ik vandaag, maar verwoordt het gevoel dat ik eergisteren had toen ik, op het vredig groene kerkhof van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek, een bezoek bracht aan Else, moeder van mijn kinderen. Ik mijmerde er wat, voelde de tranen, het verdriet, de schuld, de onmacht, maar ook een vreemd soort warmte, ik noem het “stervenswarmte”, dat moment van overgang, alsof er een Engel met zijn brede vleugels zich over het lichaam legt, en over alle aanwezigen, een beschermende luchtbel buiten de Tijd, waar Leven en Dood samenkomen in een eeuwig moment. Ik plaatste mijn aansteker in het lantarentje op haar graf, met de afbeelding die zo sprekend op haar lijkt ❤

Poort

Caridad 027

Gedragen door een laatste zonnestraal
sluit zachtjes en geruisloos nauwelijks
merkbaar heel nabij de oude poort
en wandel ik naar morgen op een wolk
terwijl ik hunker naar de horizon en ik
bespeur zoals een schip dat aan de einder
langzaam groeit de nieuwe poort van het
beloofde land die zich zoals een bloem
ontvouwt en bloeit om mij met open armen
te ontvangen en met de wind laat ik me
drijven over de zeeën en het zand onder
de sterren boven de meeuwen en de duinen
en luister als een kind naar de verhalen van
de overkant waarin ik steeds een antwoord
vind. Beter dan dat ik tranen laat over de regen
die me zou kunnen overspoelen ben ik gelukkig
nu zoals een wolk en stel geen vragen

Uitvaart

Er blijven woorden die onze zielen ankeren
en bij de uitvaart werpen onze ogen nog
een laatste blik,
vooruit wenken onzichtbaar nieuwe oevers,
eens aangemeerd de nieuwe  vaste grond:
een vreemde taal, 
ooit weet ik zullen wij elkaar ontmoeten
in deze zee van stilte waarin de zielen spreken
– eindeloos –
er is geen weg of hij is al bekend,
geen woord of het is al gesproken,
geen anker of het is al geworpen.

Levensreis

Wees als de zon
die duisternis verdrijft en die eerst rood verschijnt,
zoals je wangen als je brandt van liefde

Luister hoe vogels
reeds het licht verwelkomen dat weldra schijnen zal
terwijl de nacht nog niet verdwenen is

Alles wordt warm,
zelfs als de winterzon de schaduwen doet langer worden 

Wees als de zon
bij ’t ochtendgloren, en je duisternis zal smelten met het licht

Weet dat je steeds een antwoord krijgt,
soms plots, soms langzaam, maar iedere dag opnieuw

Hou vast aan de gekozen koers,
en laat je hart kompas en anker zijn

Wees niet bevreesd voor ’t duister van de nacht:
hij hoort bij elke dag zoals geliefden bij elkaar

Wees niet bevreesd om wachtgeld te betalen,
het is de stilstand die beweging brengt

Wees als de vogels
die zo blij de zon in al haar pracht ontvangen

En als je soms het nest verlaten moet, vlieg niet te hoog,
vermoei je ogen niet met wat veraf nog onbereikbaar ligt
maar vertrouw je eigen vlucht, je eigen weg,
laag bij de grond zullen je vleugels vinden wat je nodig hebt 

En weet dat iedere ontmoeting al in zich het afscheid draagt
En weet dat in het afscheid steeds een nieuw ontmoeten wordt geboren 

Wees klein
zoals één zandkorrel het begin is van je droompaleis 

Wees klein
zoals één druppel groeit tot zee

Wees klein,
en daarin groot 

Neem tijd om stil te staan als ’t afscheid nemen dan gekomen is
en voel de warmte van een nieuwe weg

Want afscheid nemen is geboren worden in een nieuwe dageraad