Tagarchief: golf

Winterslaap

Als alle wolken zijn verdwenen
zal ik de woorden vinden aan
de horizon, een nieuwe taal
zal dan ontwaken uit een
winterslaap, en golf na golf
spoelen de letters aan, ik hoef
ze enkel te verzamelen zodat
ik dit verhaal kan schrijven
in het zand, en als ik dan
wandel over water neem ik
ze mee, helemaal
tot aan  de overkant,
voorbij de horizon
van het beloofde land

Golvende Bomen

Er is een boom , hij woont tevreden aan het
Zoete  Water, hij vraagt niet om bemind te
worden, hij ademt, wast, en neemt dan af
zoals  een golf, stervend op het zand, soms
rimpelend, dan weer opgejaagd groeiend
op een lentewind, en zo wordt hij bemind,
gewiegd verlangen, heen en weer, gedreven
tot  verstrengeld samensmelten, zo kijkt hij
naar de stappen in zijn sporen, kent de jouwe,
kent de mijne, kent elke zonnestraal die door
zijn takken danst, hij biedt een woning aan
verdwaalden, zelfs de seizoenen geeft hij
onderdak. Er is een boom, hij woont tevreden
aan het Zoete Water, hij kent er elke druppel
van, kent deze  oceaan van duizend tranen,
ziet de zwanen en hij glimlacht zacht, zoals
de maan soms oplicht achter wolken, stelt
geen vragen, zo worden wij bemind, hij kent
jouw liefde, kent de mijne en dan geeft hij
het antwoord,  zoals een golf, die aanspoelt,
en gelijkmatig onze sporen uitwist tot een stil
verenigd zijn.

Zand

Rainbow 155

Zoals de wind het zand schuurt tot voetstappen verdwijnen,
fijn maalt, bedekt wat ooit een indruk achterliet, werd opgericht,
zoals wat achterblijft nogmaals dan golf na golf wordt glad gestreken,
zo neemt de zee herinneringen mee tot ze in tranen dan opnieuw
verschijnen, en op je lippen proef je wat in hart gegrift door ogen
dan wordt teruggegeven, het zoute branden, en je wordt overspoeld,
vingers, handen, armen, heel je lichaam wordt bestraald als door
het wentelende vuurtorenlicht, dat tolt, en draait en keert, dat
in de zwarte nacht zich slingert dwars doorheen je diepste plooien
tot in de nerven van je aders in bloedstollend stromen,
golf na golf, tot dan de wind komt en zich zacht te rusten legt,
en je bedekt en toedekt met een zachte adem,
zo neemt de zee herinneringen mee,
en blijft het zand steeds achter als getuige.

(afbeelding: Vuurtorenrots, Nazaré, Portugal, Juli 2013)

Wiegelied

Kom, kom hier, kom bij me
ik neem je in mijn armen kind,
voor jou zing ik dit wiegelied,
zoals toen je nog in me woonde
we samen waren, onafscheidelijk,
verbonden door een levenslint.
Kom, kom hier, kom bij me
ik neem je in mijn armen kind,
met jou wil ik dan bidden kind,
opdat je lippen enkel woorden
kussen waaruit Liefde spreekt,
zoals je tot mij sprak toen je
nog in me woonde.
Kom, kom hier, kom bij me,
blijf nog even, zodat we samen
zweven tussen sterrenwolken
en dit alles glimlachend
aanschouwen, heen en weer
en heer en weer op golven
van dit vredig samenwonen.
O, kom, kom hier, kom bij me
kind, O, blijf nog even, laten
we drinken van elkaar en
schenken, een geschenk dat
deze dag als edelsteen markeren
zal, haar Licht zal schitteren,
herkenbaar zal je zijn, altijd
bij mij, ik zal je altijd vinden.
O, kom, kom hier, kom bij me
kind, want als ik je dan vind
zullen mijn tranen van geluk
dan schitteren naast jou als
sterren die door wolken
priemen, getallen opgeteld
verenigd, opgelicht verlicht.

Wandelaar

Een wandelaar kijkt rond, verkent het stappenplan
met vleugels en droomt reeds van een vergezicht dat
nog verborgen ligt, een wolkenwandeling die helder
uitgestippeld op de landkaart van het leven staat
gedrukt, nog onbetreden, een wandelaar kijkt rond,
hij draait en keert en volgt een ogenblik, een spoor
dat moet getrokken worden om horizon aan horizon
te binden, een wandelaar kijkt rond, klapwiekend over
grenzen, waait heen en weer, zwerft tussen aankomst
en vertrek, een golf die noch aan eb noch aan de vloed
behoort en toch een thuis vindt in het stromend water,
een wandelaar kijkt rond en twijfelt even, alsof hij
niet geloven wilt dat wat hij achterlaat zal terugkeren,
zoals een ademtocht, herinnering, die zich opnieuw zal
openplooien als een onbekende levenslijn, die niets
anders verlangt dan nacht aan dag en wandeling aan
wandelaar te binden.