Tagarchief: wind

Afbeelding

Liefdestijd

Domi 1

Liefde kent geen tijd. Liefde is
Tijd, ze telt geen jaren, dagen,
uren, eeuwen zijn Haar vreemd,
in lichtjaren niet uit te drukken
en wij, wij plukken er de vruchten
van, wij hopen en verlangen, wij zijn
de kinderen van morgen, zij dragen
in hun Hart al de geheimen
waarvan wij het bestaan zelfs niet
bevroeden, O,
Liefde kent geen Tijd, Zij is
Tijd, Zij strooit onmerkbaar en
met gulle handen palmen diamanten
zomaar in het rond, zoals de
zandkorrels die schitteren in de
Avondzon, of door de Wind
in fijne slierten over stranden
worden uitgesmeerd, Zij kent
geen Tijd, Zij drukt zich uit
in stralen, in kralen van
geluk, zoals die ene, ja daar,
rond je hals, jouw hals, dat
tere zachte stromenland,
waar Liefde vloeit, te allen
Tijde

(Oostduinkerke-aan-zee, Zeedijk, Bruno’s Bar, vrijdag 4 september 2015, 19:07)

Zandman

Vermoeidheid denk je dan ,
zo moe dat je niet slapen kan.
De zandman is de weg verloren.
Toch droom je van het strand
en van de golven.
Wie ben ik dan?  Het schip,
waarin die dromen slapen,
wachtend op de wind.

Reis van de vermoeide Harten

 

De reis begint, dan is het goed om aan de tafel
voedsel in te slaan zodat de geest zich leeg kan
maken, ruimte biedt voor indrukken die
onderweg het oog opvallen als het ver voorbij
de horizon weet dat in de wolken reeds
ontwaken  sluimert voor vermoeide Harten.
Dwalend zwerft de nachtegaal doorheen
inktzwarte Duisternis en toch is hij nog te
onderscheiden, klapwiekend verplaatst hij
de armen die hem dragen, voor het oplettend
Oor vertelt hij over het zachte diepe Weten,
de geborgenheid die men ontmoet als Hout
ontvlamt  nadat het spaarzaam werd verzameld
om ontvankelijke Warmte te verspreiden,
om te delen wat in Winters werd gestapeld
om reeds Zomers te ontvangen, terwijl
de Lente nog op zich laat wachten.  
Zo begint de reis, een vaag vermoeden
wat het reisdoel wezen kan is lang reeds  
opgeborgen in de kamers van het huis
dat men tussen kale bomen losgelaten heeft
nog voor de reiswind hen onstuitbaar heen
en weer liet zwiepen: zoals een woord kan
komen aangewaaid nog voor het wordt
gesproken, nog voor het oren vindt om in
te wonen, nog voor de taal bestaat waarin
betekenis kan huizen, net zoals ik hier  
het lichaam vond dat wenkte, terwijl ik
nog duizenden lichtjaren verwijderd was
van openbloeien, zo klopt de reiswind aan,
een vuurtoren die pal de hoogste golf weerstaat
en zuiver Licht geeft, een straal die als
een navelstreng de sterren likt. Ja, zo begint
de reis, de reis van de vermoeide Harten,
zij weten dat waar Licht en Water elkaar raken
rust te vinden is, een Poort naar diepe en
verwelkomende Warmte die uitnodigend is,
de ogen opent voor wat nog in onzichtbaarheid
verborgen lag, maar toch Aanwezig is, zoals
het maanlicht slechts wordt opgewekt als zij
haar donkere zijde aan de wentelende Zon ter
koestering aanbiedt, groeiend, zoals verlangen
eenmaal losgelaten plots vervulling vindt,
zo komt de reiswind en zo begint de reis,
zo komen zonder aarzeling de eerste stappen.

Afbeelding > Sopena de Carneras, Leon, Spanje

Kinderhand

Zoals het vliegen ademt op de wind
zo dragen vleugels de vingers van de
hand, het blad is onbeschreven nog,
maar in de palmen is voor eeuwig
elke levenslijn al ingeprent: de nerven
bakenen de ruimte af waarbinnen
groeien groen wordt. Zoals het vliegen
ademt op de wind zo schrijven alle aders
stromend hun verhaal: als alle harten kloppen,
in witte stilte dan moeten wij allen kleur bekennen.

(afbeelding: Lennart Nilsson)

Heart

The heart beats softly when it asks
for pleasure and wild when love
is given in return, like as a storm
falls suddenly asleep when sun is
there to meet. When clouds are
passing by, then wind will come
to blow all sorrows in oblivion.
So when you ask for pleasure
don’t forget, your heart will still
remember, comes rain or wind,
comes sleep.