Rad van Fortuin (voor Alicja)

RAD VAN FORTUIN

Niets dan
de taal
om deze gaten
dicht
te maken
en
toch is er een
vergezicht:
wie kijkt
hoort eeuwigheid,
ziet woorden
waaien uit uw
hand

Wanneer zullen wij
wandel waken
wanneer zal
dit fortuinlijk rad
de stilte tot
vergeten malen?
Als alle harten
bakens worden
van tevredenheid,
als zoete lippen
helder proeven

het schijnt wel of de kloof
hier niet te dichten valt,
de spiegel scheurt, het
aangezicht verdwijnt,
als je dan vooruit ver
de einder ziet, zal wat
bedolven onder tranen
stil gedragen wordt
je lichter maken,
je koesteren als toen je
nog zo welkom was
en zo geborgen

(Davidsfonds Toast Literair met Alecsja Gescinski, zaterdag 22-01-2022, Herman Teirlinck Huis, 12:00)

Adagio Sostenuto

#AdagioSostenuto (even geduld: de langzame “zwarte” intro is bedoeld) Soms kan “een weinig” meer dan voldoende zijn. Even verpozen in de herfst en vertoeven met Rachmaninoff op de bank van Fleur (2002-2017). Er gebeurt zo goed als niets, net daarom meer dan voldoende: “Als de ziele luistert / spreekt het al een taal dat leeft, / ’t lijzigste gefluister / ook een taal en teken heeft…”, Gezelle. (Het leidmotief van dit adagio werd in 1975 opgepikt door Eric Carmen voor zijn wereldhit “All by Myself”)

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
’t lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blaren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
’t diep gedoken Woord zo zoet…
als de ziele luistert!

(Guido Gezelle, 1859)

 

De Jutter

DE JUTTER
Ballade

De nacht is zwoel, de nacht is zwart,
groen vlamt de lauwe vloed :
de jutter in zijn schuine vlet,
de jutter zwoegt aan ’t druipend net,
hij grijnst: de vangst is goed.

En schuiner, schuiner helt de boot,
in ’t water spant de tros ;
hij windt en windt, en kent geen angst,
zwaar in zijn vingeren weegt de vangst :
de jutter laat niet los.

Zo barst het net, de jutter staart,
de boot deinst met een sprong :
daar kronkelt in een groenig licht
met lekend haar en bleek gezicht,
een meermin glimmend jong.

Zij spartelt schuw, zij zoekt den boord,
hij grijpt verbeten toe ;
klemt in zijn vuist een vochten arm,
haar vlees is week, de hand is warm…
Zij staroogt, spartlensmoe.

Zijn arm omsluit haar glanzend lijf,
hij gluurt haar hijgend aan :
“o Jutter, zucht zij, laat mij vrij,
o werp de meermin overzij
of ’t mocht jou slecht vergaan…”

Hij luistert niet, hij hoort het niet,
de boot zwalkt schuimend rond ;
hij bukt en buigt in geilen dorst,
hij rukt haar bevend aan zijn borst
en kust haar op den mond.

Haar gladde lijf ontglipt zijn greep,
zij plonst met groene vlam ;
de jutter hoort hoe in den nacht
de meermin wild en wonnig lacht,
en ligt op dek als lam.

De nacht is zwoel, de nacht is zwart,
de deining gloeit en brandt;
en langzaam, langzaam zinkt de schuit,
de jutter vloekt zijn waterbruid,
zwemt zwijmelend aan land.

Nu doolt hij stom de vloedlijn langs,
bij dag doch meer bij nacht ;
dan hoort hij plonzend in den vloed
de meermin die in groenen gloed
zo wild en wonnig lacht.

F.Vercnocke

Verbinding

En mocht hier niet de leegte zijn die ons verbindt,
waartoe dan dienen deze deuren,
deze muren waartussen wij verblijven, drinken, samen dansen?

En mocht hier niet de stilte zijn die ons verbindt,
waarin ons spreken ruimte vindt,
en mocht hier niet de stilte zijn die ons verbindt
hoe zouden wij elkaar kunnen begrijpen?

Het is de ruimte die ons ademen doet, het geven dat ontvangen wekt,
jouw blik die tot begrijpen leidt,
want mocht het niet de aandacht zijn die ons verbindt,
hoe kan het dan anders?

En mocht hier niet jouw lichaam zijn dat met het mijne zich verbindt,
dat samenvloeit in deze stroom, hoe kunnen wij dan voortbewegen?

Het is de schakel die de ketting maakt, het stilstaan dat beweging brengt,
het woord dat tot geboorte leidt,
want mocht het niet de liefde zijn die ons verbindt,
hoe kan het dan anders?

En mocht hier niet de weerklank zijn die ons verbindt, die wij ontvangen,
waarheen dan dragen onze zinnen,
hou zouden wij elkaar kunnen beminnen?

En mocht hier niet jouw verhaal zijn dat mij omringt,
waarin elk moment opnieuw begint,
en mocht hier niet jouw verhaal zijn dat mij omringt,
hoe zouden wij elkaar anders doordringen?

Het is het luisteren dat ons zingen doet van elke dag een nieuw begin,
dat ons opnieuw doet verder gaan…
want mocht het niet de aandacht zijn die ons verbindt,
hoe kan het dan anders?

En mocht hier niet de weerklank zijn die ons verbindt,
waartoe dan dienen deze deuren, deze muren,
waartussen wij verblijven, drinken, samen dansen?

Want mocht het niet de liefde zijn die ons verbindt,
wat is het dan?
Want mocht het niet de liefde zijn die hier verbindt,
wat zou het anders kunnen zijn?

> dit is een bewerkte versie van “Verbinding”, voorgedragen nav het 30-jarig In Memoriam voor Paul Peeters (1955-1987) te Wilsele op vrijdag 24 november 2017 ~ Bert Evens maakte ook een gezongen versie

%d bloggers liken dit: