Categorie archief: Pijn

De Jutter

DE JUTTER
Ballade

De nacht is zwoel, de nacht is zwart,
groen vlamt de lauwe vloed :
de jutter in zijn schuine vlet,
de jutter zwoegt aan ’t druipend net,
hij grijnst: de vangst is goed.

En schuiner, schuiner helt de boot,
in ’t water spant de tros ;
hij windt en windt, en kent geen angst,
zwaar in zijn vingeren weegt de vangst :
de jutter laat niet los.

Zo barst het net, de jutter staart,
de boot deinst met een sprong :
daar kronkelt in een groenig licht
met lekend haar en bleek gezicht,
een meermin glimmend jong.

Zij spartelt schuw, zij zoekt den boord,
hij grijpt verbeten toe ;
klemt in zijn vuist een vochten arm,
haar vlees is week, de hand is warm…
Zij staroogt, spartlensmoe.

Zijn arm omsluit haar glanzend lijf,
hij gluurt haar hijgend aan :
“o Jutter, zucht zij, laat mij vrij,
o werp de meermin overzij
of ’t mocht jou slecht vergaan…”

Hij luistert niet, hij hoort het niet,
de boot zwalkt schuimend rond ;
hij bukt en buigt in geilen dorst,
hij rukt haar bevend aan zijn borst
en kust haar op den mond.

Haar gladde lijf ontglipt zijn greep,
zij plonst met groene vlam ;
de jutter hoort hoe in den nacht
de meermin wild en wonnig lacht,
en ligt op dek als lam.

De nacht is zwoel, de nacht is zwart,
de deining gloeit en brandt;
en langzaam, langzaam zinkt de schuit,
de jutter vloekt zijn waterbruid,
zwemt zwijmelend aan land.

Nu doolt hij stom de vloedlijn langs,
bij dag doch meer bij nacht ;
dan hoort hij plonzend in den vloed
de meermin die in groenen gloed
zo wild en wonnig lacht.

F.Vercnocke

Verbinding

En mocht hier niet de leegte zijn die ons verbindt,
waartoe dan dienen deze deuren,
deze muren waartussen wij verblijven, drinken, samen dansen?

En mocht hier niet de stilte zijn die ons verbindt,
waarin ons spreken ruimte vindt,
en mocht hier niet de stilte zijn die ons verbindt
hoe zouden wij elkaar kunnen begrijpen?

Het is de ruimte die ons ademen doet, het geven dat ontvangen wekt,
jouw blik die tot begrijpen leidt,
want mocht het niet de aandacht zijn die ons verbindt,
hoe kan het dan anders?

En mocht hier niet jouw lichaam zijn dat met het mijne zich verbindt,
dat samenvloeit in deze stroom, hoe kunnen wij dan voortbewegen?

Het is de schakel die de ketting maakt, het stilstaan dat beweging brengt,
het woord dat tot geboorte leidt,
want mocht het niet de liefde zijn die ons verbindt,
hoe kan het dan anders?

En mocht hier niet de weerklank zijn die ons verbindt, die wij ontvangen,
waarheen dan dragen onze zinnen,
hou zouden wij elkaar kunnen beminnen?

En mocht hier niet jouw verhaal zijn dat mij omringt,
waarin elk moment opnieuw begint,
en mocht hier niet jouw verhaal zijn dat mij omringt,
hoe zouden wij elkaar anders doordringen?

Het is het luisteren dat ons zingen doet van elke dag een nieuw begin,
dat ons opnieuw doet verder gaan…
want mocht het niet de aandacht zijn die ons verbindt,
hoe kan het dan anders?

En mocht hier niet de weerklank zijn die ons verbindt,
waartoe dan dienen deze deuren, deze muren,
waartussen wij verblijven, drinken, samen dansen?

Want mocht het niet de liefde zijn die ons verbindt,
wat is het dan?
Want mocht het niet de liefde zijn die hier verbindt,
wat zou het anders kunnen zijn?

> dit is een bewerkte versie van “Verbinding”, voorgedragen nav het 30-jarig In Memoriam voor Paul Peeters (1955-1987) te Wilsele op vrijdag 24 november 2017 ~ Bert Evens maakte ook een gezongen versie

On Suicide, Faith, Love & Hope (Dutch with English subtitles)

 

An enlightening, intriguing and instructive conversation on suicide, borders, faith, love and hope with Tom, Outward Bound School trainer (in Dutch with English subtitles).
Een verhelderend, leerzaam en intrigerend gesprek over zelfdoding, grenzen, geloof, hoop en liefde met Tom, Outward Bound School trainer.

Blessures d’enfance – Yves Duteil


On ne sait pas toujours à quel point les enfants
Gardent de leurs blessures le souvenir longtemps
Ni comme on a raison d´aider à s´épanouir
Cette fleur dans leur âme qui commence à s´ouvrir

Moi qui rêvais d´amour de musique et d´espoir
Je m´endormais cerné de frayeurs dans le noir
Certain que tous les rêves étaient sans lendemain
Je m´éveillais toujours le vide entre les mains

Chacun vivait pour lui dans sa tête en silence
Et je chantais mon âme en pleine indifférence
Encombré de mes joies troublé de mes envies
Faisant semblant de rien pour que l´on m´aime aussi

L´été on m´envoyait sur le bord de la mer
Ou au fond du Jura profiter du grand air
Écrire à mes parents que je m´amusais bien
Et m´endormir tout seul blotti dans mon chagrin

J´essayais de grandir, de m´envoler peut-être
Pour cueillir des étoiles à ceux qui m´ont vu naître
J´ai longtemps attendu ce geste ou ce regard
Qui n´est jamais venu, ou qui viendra trop tard

Puis mon frère est parti pour un lycée banal
En pension pour trois ans parce qu´on s´entendait mal
J´avais cherché sans cesse à croiser son chemin
Sans jamais parvenir à rencontrer sa main

Tous mes élans d´amour brisés dans la coquille
J´essayais de renaître en regardant les filles
Aimer c´était malsain pervers ou malséant
Pourtant c´était si doux si tendre et si troublant

Aujourd´hui j´ai grandi mais le silence est là
Menaçant, qui revient, qui tourne autour de moi
Je sais que mon destin, c´est d´être heureux ailleurs
Et c´est vers l´avenir, que j´ai ouvert mon cœur

Mais j´ai toujours gardé de ces années perdues
Le sentiment profond de n´avoir pas vécu
L´impression de sentir mon cœur battre à l´envers
Et la peur brusquement d´aimer à découvert

On ne sait pas toujours à quel point les enfants
Gardent de leurs blessures un souvenir cuisant
Ni le temps qu´il faudra pour apprendre à guérir
Alors qu´il suffisait peut-être d´un sourire

Moi qui rêvais d´amour de musique et d´espoir
J´ai attendu en vain ce geste ou ce regard
Mais quand un enfant pleure ou qu´il a du chagrin
Je crois savoir un peu ce dont il a besoin.

(filmé à Ostende, Mariakerke-Bad, Onze-Lieve-Vrouw-Ter-Duinen, été 2016)

Gesprek te Emmaüs

Kristos1

En ik herkende Hem bij ’t breken van het brood
en aan de heerlijkheid van zijn gewijde zwijgen..
En ik moest zonder spraak in liefde nader neigen,
kussen de reine hand nog van zijn wonden rood.

– Hij lachte lief en zacht, begreep mijn schuwen nood;
zijn handen trilden en ‘k zag zijn boezem smartlijk hijgen.

“Here gij hebt den mens uw milde wet gebracht,
toch ziet gij in zijn blik de kimmen rood ontstoken,
uw broze heiligdom tot wankel puin gebroken,
en hoort de bangen hoorn lam huilen door den nacht.”

– “Ik sprak en spijsde hen – zo is der liefde macht:
ik sprak van liefde, ach! Ik heb vergeefs gesproken”

-“Here wij zijn belust op buit en eigenbaat:
uw reedlijk evenbeeld verzaakt zijn kalme rede;
de mens beloert den mens naar duistere dieren-zede,
hij looft uw liefde en heult in heimelijken haat.”

– “Ik werd gegeseld, ach! bespuwd in mijn gelaat.
o Kruis op Golgotha!.. Ik heb vergeefs geleden.”

Ferdinand Vercnocke, 25/01/1947, Merksplas, Cel 231
afbeelding: “Kristos”, Ferdinand Vercnocke, olie op doek, 100x80cm