Categorie archief: Ferdinand Vercnocke

“Crossing the Bar” by Alfred Lord Tennyson

 

CROSSING THE BAR

Sunset and evening star,
And one clear call for me!
And may there be no moaning of the bar,
When I put out to sea,

But such a tide as moving seems asleep,
Too full for sound and foam,
When that which drew from out the boundless deep
Turns again home.

Twilight and evening bell,
And after that the dark!
And may there be no sadness of farewell,
When I embark;

For tho’ from out our bourne of Time and Place
The flood may bear me far,
I hope to see my Pilot face to face
When I have crost the bar.

Alfred, Lord Tennyson, 1889

De Jutter

DE JUTTER
Ballade

De nacht is zwoel, de nacht is zwart,
groen vlamt de lauwe vloed :
de jutter in zijn schuine vlet,
de jutter zwoegt aan ’t druipend net,
hij grijnst: de vangst is goed.

En schuiner, schuiner helt de boot,
in ’t water spant de tros ;
hij windt en windt, en kent geen angst,
zwaar in zijn vingeren weegt de vangst :
de jutter laat niet los.

Zo barst het net, de jutter staart,
de boot deinst met een sprong :
daar kronkelt in een groenig licht
met lekend haar en bleek gezicht,
een meermin glimmend jong.

Zij spartelt schuw, zij zoekt den boord,
hij grijpt verbeten toe ;
klemt in zijn vuist een vochten arm,
haar vlees is week, de hand is warm…
Zij staroogt, spartlensmoe.

Zijn arm omsluit haar glanzend lijf,
hij gluurt haar hijgend aan :
“o Jutter, zucht zij, laat mij vrij,
o werp de meermin overzij
of ’t mocht jou slecht vergaan…”

Hij luistert niet, hij hoort het niet,
de boot zwalkt schuimend rond ;
hij bukt en buigt in geilen dorst,
hij rukt haar bevend aan zijn borst
en kust haar op den mond.

Haar gladde lijf ontglipt zijn greep,
zij plonst met groene vlam ;
de jutter hoort hoe in den nacht
de meermin wild en wonnig lacht,
en ligt op dek als lam.

De nacht is zwoel, de nacht is zwart,
de deining gloeit en brandt;
en langzaam, langzaam zinkt de schuit,
de jutter vloekt zijn waterbruid,
zwemt zwijmelend aan land.

Nu doolt hij stom de vloedlijn langs,
bij dag doch meer bij nacht ;
dan hoort hij plonzend in den vloed
de meermin die in groenen gloed
zo wild en wonnig lacht.

F.Vercnocke

Honouring Stephen Hawking

 

WOMB ~ a poem honouring Stephen Hawking

Enclosed I roam from star to star,
I travel endlessly, I whisper and
my breath unfolds behind me as
a vale, a shooting star, a comet
on its way and growing, growing
with each light-year passing by,

O yes, there is much pleasure in this
roaming, it is creation of a master
plan and still this roaming is
continuing, and when from time
to time I reach the boundaries of
my confinement, I feel a sudden
shiver, as if some unseen Hand is
there to push me back, or could it
be the vale behind that keeps on
coming back, I wonder.

So here I am, inside and out,
no matter how the journey goes,
there always will be worlds to enter
and others then to leave behind,
the roaming will continue, on and on,
no ending, no beginning,
so is the roaming in the Womb of Being,
the cavern of a master’s plan.

A short history of lawn mowing 1959-2017

Lawn mowing… Grasmaaien, de groene “fil rouge” door mijn leven 🙂

Apocalyps

(Openbaring van Johannes, 6, 1-8)

apocalips242

Vier ruiters houden halt, de herberg wet hun zwaarden,
hier vinden boog en weegschaal onderdak,
zij spreken hier hun Oordeel nog niet uit,
zij wikken en zij wegen nog, zij kijken en zij luisteren,
het wetten gebeurt hier in de stilte van de nacht
die haar Grauwe Mantel hier nog niet heeft afgelegd,
en dan valt er een Woord, verstomming nu alom,
en alle harten beven, ogen knipperen,
ongeloof laat monden openvallen,
de Waarheid belicht nu alle kamers,
in alle hoeken verschijnt helderheid,
een helderheid die zelfs de Dag niet kent.

Het Oordeel valt,
de Laatste Mantel, in plooien op het gras
dat door het vensterraam wel lijkt te schitteren
als blauw en witte draden die gespannen hangen als een winterweb,
de ruiters rechten hoog hun ruggen,
zij ontvangen nu hun zwaarden vers gewet,
de weegschaal en de boog, bestijgen dan majestueus hun troon
en spreken:

“De Tijd is hier gekomen,
U zal de Waarheid oplichten of hullen in inktzwarte Duisternis,
het Oordeel is nu uitgesproken,
was U in Liefde of in Haat,
U zal het Weten,
want Nu wordt U berecht.”

Watou, Het Wethuys, Kerstavond 2008

Afbeelding: “Apocalyps”, F.Vercnocke, 1965, Olie op doek, 175cm x 120cm