Categorie archief: Ferdinand Vercnocke

Honouring Stephen Hawking

 

WOMB ~ a poem honouring Stephen Hawking

Enclosed I roam from star to star,
I travel endlessly, I whisper and
my breath unfolds behind me as
a vale, a shooting star, a comet
on its way and growing, growing
with each light-year passing by,

O yes, there is much pleasure in this
roaming, it is creation of a master
plan and still this roaming is
continuing, and when from time
to time I reach the boundaries of
my confinement, I feel a sudden
shiver, as if some unseen Hand is
there to push me back, or could it
be the vale behind that keeps on
coming back, I wonder.

So here I am, inside and out,
no matter how the journey goes,
there always will be worlds to enter
and others then to leave behind,
the roaming will continue, on and on,
no ending, no beginning,
so is the roaming in the Womb of Being,
the cavern of a master’s plan.

A short history of lawn mowing 1959-2017

Lawn mowing… Grasmaaien, de groene “fil rouge” door mijn leven 🙂

Apocalyps

(Openbaring van Johannes, 6, 1-8)

apocalips242

Vier ruiters houden halt, de herberg wet hun zwaarden,
hier vinden boog en weegschaal onderdak,
zij spreken hier hun Oordeel nog niet uit,
zij wikken en zij wegen nog, zij kijken en zij luisteren,
het wetten gebeurt hier in de stilte van de nacht
die haar Grauwe Mantel hier nog niet heeft afgelegd,
en dan valt er een Woord, verstomming nu alom,
en alle harten beven, ogen knipperen,
ongeloof laat monden openvallen,
de Waarheid belicht nu alle kamers,
in alle hoeken verschijnt helderheid,
een helderheid die zelfs de Dag niet kent.

Het Oordeel valt,
de Laatste Mantel, in plooien op het gras
dat door het vensterraam wel lijkt te schitteren
als blauw en witte draden die gespannen hangen als een winterweb,
de ruiters rechten hoog hun ruggen,
zij ontvangen nu hun zwaarden vers gewet,
de weegschaal en de boog, bestijgen dan majestueus hun troon
en spreken:

“De Tijd is hier gekomen,
U zal de Waarheid oplichten of hullen in inktzwarte Duisternis,
het Oordeel is nu uitgesproken,
was U in Liefde of in Haat,
U zal het Weten,
want Nu wordt U berecht.”

Watou, Het Wethuys, Kerstavond 2008

Afbeelding: “Apocalyps”, F.Vercnocke, 1965, Olie op doek, 175cm x 120cm

Gesprek te Emmaüs

Kristos1

En ik herkende Hem bij ’t breken van het brood
en aan de heerlijkheid van zijn gewijde zwijgen..
En ik moest zonder spraak in liefde nader neigen,
kussen de reine hand nog van zijn wonden rood.

– Hij lachte lief en zacht, begreep mijn schuwen nood;
zijn handen trilden en ‘k zag zijn boezem smartlijk hijgen.

“Here gij hebt den mens uw milde wet gebracht,
toch ziet gij in zijn blik de kimmen rood ontstoken,
uw broze heiligdom tot wankel puin gebroken,
en hoort de bangen hoorn lam huilen door den nacht.”

– “Ik sprak en spijsde hen – zo is der liefde macht:
ik sprak van liefde, ach! Ik heb vergeefs gesproken”

-“Here wij zijn belust op buit en eigenbaat:
uw reedlijk evenbeeld verzaakt zijn kalme rede;
de mens beloert den mens naar duistere dieren-zede,
hij looft uw liefde en heult in heimelijken haat.”

– “Ik werd gegeseld, ach! bespuwd in mijn gelaat.
o Kruis op Golgotha!.. Ik heb vergeefs geleden.”

Ferdinand Vercnocke, 25/01/1947, Merksplas, Cel 231
afbeelding: “Kristos”, Ferdinand Vercnocke, olie op doek, 100x80cm

 

Lazarus @ Tyne Cot Cemetery Passendale

 

Vier dagen en vier nachten
lag ik in ’t gesloten graf,
toen hoorde ik mijn naam, gesproken
met onzeggelijk gezag;
en ik ontwaakte, en het was dag,
verblindend helder aangebroken.
Ik rukte de zweetdoek af,
keek ontsteld naar boven:
de steen was weggeschoven,
en ‘k zag de grote verbaasde ogen
van mijn zusters, en,
liefderijk neergebogen,
mijn verheven Vriend, die weende
toen ik klam en mat,
tastend naar buiten trad.

Zij gaven mij brood en wijn, en meenden
dat ik nu wel heel mijn beleven
onthullen zou, en dood en leven
(het schrikbarend geheim) meteen
ontraadselen. Etend zag ik voor mij heen:
daarover te spreken was niemand gegeven,
ook niet een dode. Dit kon ik getuigen:
goud noch aanzien gelden daar beneden,
maar wat men levend heeft geleden,
wat men bemint. Niet het vrome buigen
is van gewicht, niet praal en schijn,
maar de barmhartigheid, de pijn
die gij hebt gestild, de getrooste nood,
het gedeelde brood.

Geven uit jonste, de reine daad,
dat kennen weinigen, hoon en smaad
zijn hun deel, ten allen tijde –
maar ’t hart alleen, niet het gelaat
hoedt u voor de nacht, en ’t lijden.

Zij wachtten, hakend naar meer,
maar ik at zwijgend voort;
en de goede, gezegende Heer
beaamde zonder woord.

Ferdinand Vercnocke

(video still: “Kristos”, Ferdinand Vercnocke, olie op doek 100x80cm)

Kristos1