Categorie archief: Alle Poëzie

Blessures d’enfance – Yves Duteil


On ne sait pas toujours à quel point les enfants
Gardent de leurs blessures le souvenir longtemps
Ni comme on a raison d´aider à s´épanouir
Cette fleur dans leur âme qui commence à s´ouvrir

Moi qui rêvais d´amour de musique et d´espoir
Je m´endormais cerné de frayeurs dans le noir
Certain que tous les rêves étaient sans lendemain
Je m´éveillais toujours le vide entre les mains

Chacun vivait pour lui dans sa tête en silence
Et je chantais mon âme en pleine indifférence
Encombré de mes joies troublé de mes envies
Faisant semblant de rien pour que l´on m´aime aussi

L´été on m´envoyait sur le bord de la mer
Ou au fond du Jura profiter du grand air
Écrire à mes parents que je m´amusais bien
Et m´endormir tout seul blotti dans mon chagrin

J´essayais de grandir, de m´envoler peut-être
Pour cueillir des étoiles à ceux qui m´ont vu naître
J´ai longtemps attendu ce geste ou ce regard
Qui n´est jamais venu, ou qui viendra trop tard

Puis mon frère est parti pour un lycée banal
En pension pour trois ans parce qu´on s´entendait mal
J´avais cherché sans cesse à croiser son chemin
Sans jamais parvenir à rencontrer sa main

Tous mes élans d´amour brisés dans la coquille
J´essayais de renaître en regardant les filles
Aimer c´était malsain pervers ou malséant
Pourtant c´était si doux si tendre et si troublant

Aujourd´hui j´ai grandi mais le silence est là
Menaçant, qui revient, qui tourne autour de moi
Je sais que mon destin, c´est d´être heureux ailleurs
Et c´est vers l´avenir, que j´ai ouvert mon cœur

Mais j´ai toujours gardé de ces années perdues
Le sentiment profond de n´avoir pas vécu
L´impression de sentir mon cœur battre à l´envers
Et la peur brusquement d´aimer à découvert

On ne sait pas toujours à quel point les enfants
Gardent de leurs blessures un souvenir cuisant
Ni le temps qu´il faudra pour apprendre à guérir
Alors qu´il suffisait peut-être d´un sourire

Moi qui rêvais d´amour de musique et d´espoir
J´ai attendu en vain ce geste ou ce regard
Mais quand un enfant pleure ou qu´il a du chagrin
Je crois savoir un peu ce dont il a besoin.

(filmé à Ostende, Mariakerke-Bad, Onze-Lieve-Vrouw-Ter-Duinen, été 2016)

Apocalyps

(Openbaring van Johannes, 6, 1-8)

apocalips242

Vier ruiters houden halt, de herberg wet hun zwaarden,
hier vinden boog en weegschaal onderdak,
zij spreken hier hun Oordeel nog niet uit,
zij wikken en zij wegen nog, zij kijken en zij luisteren,
het wetten gebeurt hier in de stilte van de nacht
die haar Grauwe Mantel hier nog niet heeft afgelegd,
en dan valt er een Woord, verstomming nu alom,
en alle harten beven, ogen knipperen,
ongeloof laat monden openvallen,
de Waarheid belicht nu alle kamers,
in alle hoeken verschijnt helderheid,
een helderheid die zelfs de Dag niet kent.

Het Oordeel valt,
de Laatste Mantel, in plooien op het gras
dat door het vensterraam wel lijkt te schitteren
als blauw en witte draden die gespannen hangen als een winterweb,
de ruiters rechten hoog hun ruggen,
zij ontvangen nu hun zwaarden vers gewet,
de weegschaal en de boog, bestijgen dan majestueus hun troon
en spreken:

“De Tijd is hier gekomen,
U zal de Waarheid oplichten of hullen in inktzwarte Duisternis,
het Oordeel is nu uitgesproken,
was U in Liefde of in Haat,
U zal het Weten,
want Nu wordt U berecht.”

Watou, Het Wethuys, Kerstavond 2008

Afbeelding: “Apocalyps”, F.Vercnocke, 1965, Olie op doek, 175cm x 120cm

Bron

Toen ik het water zag wist
ik geen blijf met de tranen
die maar bleven stromen,
een rivier naast de rivier,
alsof een nieuwe bron zomaar ontsprong,
verdriet dat lang in diepe kloven,
krochten en gewelven kronkelde
alsof het water dacht te zijn,
maar toen het plots naast de rivier
dan eindelijk tevoorschijn kwam
bleek het de adem van het leven zelf te zijn,
dat wonderbaarlijk altijd durend kloppen
van een dooraderend bestaan,
zonder begin en zonder einde,
dit weten en dit water samen
zorgen voor een nooit vergeten.

Lourdes, Pizzeria Da Marco, 19-02-2010, 20u30

ps: de bewuste “veer” waarvan sprake in het filmpje valt op 01:23 (!), kijk aandachtig in de rechterbenedenhoek van de video!

Vruchtwater

Laten we lief zijn voor elkaar
want waarheid is soms ver te
zoeken, laten we zijn zoals water
voor elkaar, laten we water
zijn, samendruppelen en stromen
in de bedding van de zee,
laten we vloeiend vloeibaar
zijn, laten we alle tranen
smelten, laten we stollen in
kristallen en schitteren als
sterren waarvan het uitgedoofde
licht ons nog bereiken moet,
laten we snel vluchten voor
het zonnelicht of we verdwijnen,
laat dan de nacht zich langzaam
over ons ontvouwen, zoals het wassend
water zandkorrels  verovert, één
na één, en als we dan dit laten
lossen, zullen we dan lief zijn
voor elkaar, zoals het water
waarin we geboren werden?

locatie: Paleis der Academiën, Brussel, 28 september 2016

Gelukswegen

Heart and Soul

En heb je al geteld hoeveel er wegen zijn
die leiden naar geluk?

En heb je al geteld hoeveel er wegen zijn
die je bezingen kan voor je de notenbalken
van dit levenswerk kan componeren?

En heb je al geteld hoeveel ik hou van jou,
hoeveel ik je vertrouw,
hoevele malen ik je zeggen wou: “ik zie je graag”
en zei: “liefste, laten we aan tafel gaan”?

O, heb je al geteld liefste hoevele huizen
ik bewoonde en geen enkel vond
waarin het wonen zo gezellig, zo ontroerend,
zo eenvoudig was als dat van jou?

En heb ik al geteld hoevele malen ik
jouw ogen zag en daarin de brieven las
die je me schreef, die je me dagelijks schrijft
en waarin je telkens weer dezelfde zin herhaalt,
geschreven in dat handschrift dat enkel ik
ontcijferen kan?

O,
te weten dat je bij me bent,
dat je in me bent,
dat ik zo overloop van jou,
wat heeft dat overlopen nog voor zin,
want telkens als ik tel
kom ik weer bij hetzelfde uit:
er zijn drie wegen,
drie wegens slechts:
één weg die leidt naar jou
en één naar mij,
maar de mooiste weg liefste,
de mooiste weg is die
waarop ik nu in blijdschap wandel,
het is de weg van jou en mij

(foto: Sterrennevels “Hart & Ziel” ~ zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zielnevel)

(voor de huwelijksverjaardag van J. & M., Kortenberg, 2010)