Tagarchief: school

Walvismuziek (Top 100 2015 Turing Gedichtenwedstrijd)


Een walvis heeft de school verlaten,
de regen kleurt de hemel groen en
tussen wolken drijft verlangen dat
nog een droom wil vinden.
Ik heb een bloem gezocht,
ik heb ze niet gevonden,
dacht aan een bloem en dacht aan jou,
ik heb je niet gevonden.
Uit alle wonden heb ik duisternis
verwijderd, uit alle kloven heb ik
de diepte opgevist om slechts
languit te liggen en opnieuw te dalen,
uit alle putten dronk ik van de bodem.
Ik heb een bloem gezocht,
ik heb ze niet gevonden,
dacht aan een bloem, dacht dan aan jou,
en toch heb ik je niet gevonden.
De wind waait over golven,
stuwt hen op totdat ze breken
op het strand en er een afdruk achter
laten die al meteen wordt schoon
geveegd terwijl de meeuwen huiveren.
Wat op het water drijft is wat verloren
werd, wat ooit geboren nooit een haven
heeft gevonden, zoals een bloem en
jij, een aangespoeld verlangen dat ooit
nog tussen wolken dreef, nu enkel door
de wind in schuim wordt weggewaaid.
Hoor nu hoe over alle heuvelruggen
de nacht langzaam een deken spreidt,
een zachte rimpeling, ogen en handen
toegedekt, verstilde lippen zuchten
naar wolken om een droom te vinden.
Ik heb een bloem gezocht,
ik heb ze niet gevonden,
dacht aan een bloem en dan aan jou,
en toen ik je dan vond werd het windstil,
een walvis heeft de school verlaten
en regen kleurt de hemel groen.

Vloed 088b

Dit gedicht haalde de Top 100 van de Turingwedstrijd 2015. Winnaars dit jaar waren: 1. Else Kemps, 2. Geert Viaene, 3. Joyce Willemse. Proficiat! Zie het juryrapport over hen hier: http://www.turingfoundation.org/wedstrijd15.html . De volledige lijst van dichters mét hun gedichten vind je hier (de gedichten klappen uit bij klikken): http://www.turinggedichtenwedstrijd.nl/historie/eregalerij/

afbeelding: “Vloed”, F. Vercnocke, olie op doek, 70x80cm

ANTILLIA School Project

This Summer of 2012 I finally made a dream come true, a dream I cherished more than 30 years ago (1979) when I started my ‘professional’ life as a secondary school teacher (see “Aboutman“): creating my own school. In August we start with a first “course”/ workshop which also is a holiday on “COINCIDENCE / SYNCHRONICITY / TOEVAL”. We do this at a beautiful & powerful location in Dordogne/Périgord, France from August 3rd to August 10th 2012. Always welcome!
For more info (e.g. on the name of the school), other courses, workshops, holidays etc just go to: ANTILLIA

We hope to welcome you, as a student, as a teacher  or as just YOU in the TIME to come 🙂

De Oude School

De grote oorlog van het spreken heeft steeds hetzelfde, vaste patroon.

Je begint als soldaat en je promoveert met zekerheid tot bevelhebber. Je hoeft er zelfs niet voor naar school. Ik kan het weten. Ik heb beide stadia bereikt zonder ooit één examen te moeten afleggen. De keerzijde van de medaille is dat je altijd beide tegelijk bent. Het is eigen aan de maatschappij. Altijd is er een trapje hoger en een trapje lager. Zelfs op het laagste trapje kan je nog een tik uitdelen, en op het hoogste kan je ook nog op je donder krijgen. Het is een hiërarchie die bijna alomtegenwoordig is, die bijna alles doordrenkt. Bijna. Want ergens diep verborgen, onzichtbaar voor gelijk welke microscoop, door geen enkele techniek te vatten blijft er altijd nog wat achter. Je kan het niet benoemen, maar je voelt dat het er is.  Bij de één al wat sterker dan bij een ander. De grote oorlog is immers niet voor iedereen even groot. Het is een niet te temmen haardje van verzet. Een eeuwig vlammetje dat geen zuurstof nodig heeft. Laten we het noemen: de onbekende soldaat. En ook dat kan ik weten. Ik spreek er regelmatig mee. En dat gebeurt in kleine oorlogstaal. Niet in woorden te vangen.

Ik ontmoette de onbekende soldaat voor het eerst in het tweede studiejaar van de lagere school. Gemeentelijk jongensonderwijs. Nu is het een cultureel centrum en openbare bibliotheek. Boven de ingangspoort verwijst de naam nog naar het verleden: “d’Oude School”.  Aan de buitenkant van het gebouw is weinig veranderd. De gevel is opnieuw gevoegd en gezandstraald (in mijn herinnering zag ik een grijs gebouw) en  een verlicht bord met de naam van het sponsorende biermerk verraadt een nieuwe functie. Vanuit de verte, voor wie hier nooit is geweest, zou je denken: een grote boerderij. Ook de speelplaats ligt er nog. De speelplaats… verdriet en vreugde. Wat ons belette te ontsnappen is weggenomen. Maar er was ook een overdekte speelplaats binnen. Je kon er tot in de nok van het dak kijken. Vanuit mijn standpunt toen een enorme ruimte. En achteraan links de donkere gang naar drie klaslokalen. Aan de gangwanden taferelen uit de geschiedenis van de dierenwereld. Donkergroen. Soms bekroop me het gevoel dat ze tot leven kwamen. Ik kon niet snel genoeg in het klaslokaal zijn. Houten banken, griffel met lei, inktpot, “balpen” verboden. Stookoliekachel achteraan. Drie lokalen met telkens twee studiejaren, ieder met één meester. Vooraan het eerste en tweede studiejaar, achteraan het vijfde en het zesde. Daar zetelde de hoofdonderwijzer. De hoofdmeester. Het middenschip voorbehouden voor het derde en het vierde. De leeftijd en graad van de meesters was recht evenredig met de plaats van het klaslokaal. Wie in het eerste lokaal thuishoorde keek vol ontzag naar de rij die statig voortschreed naar die laatste deur in de verte. Het eindstation.

Zoals je ziet: de grote oorlog van het spreken heeft steeds hetzelfde, vaste patroon.

 Het was uit de nok van die overdekte speelplaats dat ik plots een aantrekkingskracht  voelde. De speeltijd was voorbij, en vooraleer het treintje naar de klaslokalen kon vertrekken, moesten we natuurlijk in mooie rijtjes, twee aan twee staan opgesteld. En toen was er dus die onweerstaanbare drang die mijn ogen naar boven richtte. Niet recht omhoog, wat schuin in de rechterbovenhoek van het dak. Daar ergens. Op dat moment heb je als kind geen flauw idee wat er gebeurt, je denkt niet, je voelt. Pas vele jaren later kan je het in woorden proberen te omschrijven. Je benoemt het, en eigenlijk ontneem je zo het mysterie zijn glans. Want dat was het wel. Mysterie. Oorspronkelijk betekent dat woord “degene die geïnitieerd is”, “met gesloten ogen en lippen”, omdat enkel geïnitieerden de geheime en heilige rituelen mochten zien. Wat een vreugde, wat een liefdevolle warmte waarin ik me welkom voelde. Een uitnodiging waaraan ik niet kon weerstaan, zonder iets terug te moeten geven. Zo overstromend dat het lijkt alsof je je bewustzijn verliest. Tijd verdwijnt. Seconden, uren, dagen, jaren, een eeuwigheid, er bestaat geen onderscheid meer. In gesprek met de onbekende soldaat. Gedragen zonder woorden. Als een poortwachter van de moederschoot leidt hij je binnen in iets wat groter is dan buiten, je kan er zwemmen zonder water in een oceaan van gewichtloosheid, je drijft altijd.
Een oude legende vertelt over een monnik die de abdij verliet voor een middagwandeling, en toen hij terugkeerde herkende hij niemand meer. Stomverbaasd moest hij vaststellen dat drie eeuwen verlopen waren, hoewel hijzelf er zeker van was slechts een korte wandeling te hebben gemaakt.
Toen voelde ik ook geen zwaartekracht meer, ik zweefde in een onbekende ruimte, sneller dan het licht leek het wel, zonder te weten waar de poort was waarlangs ik binnen was gekomen. Ik kan me nu nog steeds niet herinneren wanneer en hoe ik de weg terugvond, in het rijtje, het treintje van mijn klasgenootjes. Ben ik al wel teruggekeerd?

De kleine oorlogstaal kent geen woorden, kent geen vast patroon, er is geen patroon.

 In de volgende jaren waren er nog enkele “voorvalletjes”, drie of vier, maar nooit meer op school, enkel in familieverband. En nooit meer hetzelfde. Ik stuikte dan in elkaar als een lichaam zonder geraamte, werd een pop, tot grote paniek van mijn ouders. Ik zag nog wel, maar nooit was er de onbekende soldaat die me uitnodigde en de poort opende om in het mysterie te duiken. Dat duurde net zolang tot ik voor de dokter werd gebracht, en telkens veerde ik dan onmiddellijk recht, herrees uit het dodenrijk, als een moderne Lazarus. Tegenwoordig zal er wel een naam voor bestaan, ongetwijfeld. En zeer waarschijnlijk ook een geneesmiddel, ongetwijfeld. Ik hou het op: verlangen. Als je eenmaal geproefd hebt van het paradijs wil je terug, zo simpel is het. Eenmaal de lagere school voorbij, verdween ook de onbekende soldaat. Niet helemaal. We praten nog regelmatig, maar zijn stem wordt steeds maar zachter, steeds verstilder, van steeds verder.

De grote oorlog van het spreken kan verstikkend zijn.

Het is nacht, ik woel in bed, ik kan niet slapen. Wat rondwandelen dan maar, hapje eten, naar herhalingen kijken op televisie. Nog klaarwakker. Even naar buiten. Het is niet echt donker. Volle maan doet alles baden in diffuus koud licht. Yin en Yang. Dag en nacht. Licht en donker. De grote theorieën. Boekenrekken vol. Fortuinen hebben ze me gekost. Nou ja, toch een hoop geld. Of ik er slimmer van geworden ben? Veel lezen is geen garantie voor wijsheid. Ik hou vooral van poëzie, dicht-kunst. Met minder woorden meer zeggen. Opnieuw een poging maar tussen de lakens. Als ik mijn ogen opnieuw open schijnt het zonlicht door de ramen. Maar uitgerust voel ik me niet.

 De grote oorlog van het spreken geeft de schijn veraf te zijn.

(meer: “De Grote Oorlog” ~ “Hemels Vuur” )

Spieken

Hoe meer ik zoek hoe
minder ik dan vind
dus kom ik binnen
langs een achterdeur.
En wat ik daar soms
vind is anders, niet
van mezelf, alsof een
ander al gevonden
heeft wat ik nog
zoeken wil, dus
zoek ik verder,
vind nog minder,
en zo weet ik meer.

Verdeling

Dacht in de blauwe hemel ooit een lijn
te zien die zon en maan verdeelden,
maar beide drinken van hetzelfde licht.
Dacht zwart en wit te zien en daarin
dan de oplossing van alle vragen, maar
beide kennen niet de warmte van een
regenboog. Dacht sneeuw te zien en ijs,
maar beide  groeien uit hetzelfde water.
Dacht hoog te zien en laag, een midden
waarop beide schommeldansen, maar
was vergeten dat er geen begin noch
einde is, tenzij het zachtjes wiegen in
jouw armen. Waarom verliest de  boom
het blad en jij vertrouwen?  Waarom
spreek je mij met mijn voornaam  aan ?
In hemelsnaam.  Dacht in de blauwe
hemel ooit een lijn te zien die zon en
maan verdeelden, maar toen de wind
kwam bleek plots alles opgelost. Wie
zonder  woorden is tekent een hemellijn,
en wacht op wind,  verbindt, wordt kind.