Tagarchief: aarde

De Waterput (Karelinahof)

waterput2

De nokbalk
is hersteld
en bloeit:
zo is het goed

En wij getuigen
van de wolken
en het water

Het wachten
draagt hier
vruchten

Het hout
zindert
verhalen
maar
plooit niet

Alle dieren
ademen
zoals jij en ik

Zoals de druppels
1 voor 1
zich in de waterput
geborgen weten
zo drink ik van jou

Hoe veel te meer
dan wij
in deze zee
van liefde

Wenteling

We zullen altijd in de wenteling der Aarde
Vuur doen branden, zoals vlammen door
de wind het pad van vreugde vinden, zoals
in verre horizonten stemmen klinken van
wat aan de overkant werd toegeschreeuwd,
ze slapen niet, ze slapen nooit, ze zoeken
enkel wederwoord, en oor, een Hart, een
Ziel om gaten op te vullen die  de golven
in de duinen sloegen, O, wat is het stil, zo
stil dat ik nu in je kan, je bent, je bent er
niet en toch zie ik hoe in de wenteling der
Aarde alle leven brandt.

(Geschreven op bezoek bij Paul Antipoff, 46,
reeds 18 jaar verlamd ~polio, maar een
bezield mens & schrijver met helende kracht)

ps: de foto is getrokken met flits door het venster
van het kapelletje naast Paul’s huis

Witte Wolk

Zal ik van de Liefde zingen, zal ik
in je Hart laten weerklinken hoe de
Zon verblijden kan, zal ik in nieuwe
kleuren hemels schilderen zoals die
in je dromen schitteren kunnen,
waarin je wonen kunt als in paleizen,
paradijzen waarin je telkens opnieuw
drinken kan van dit helder weten, dit
niet meer hoeven vragen, dit niet meer
hoeven dragen van de lasten waaronder
schouders haast bezwijken, die daar
ongevraagd zich opgestapeld hebben,
zich hebben ingenesteld, tot je gebukt
nog enkel de afdruk ziet in onze Moeder
Aarde van het gewicht dat in je voetspoor
achterblijft, ja, zal ik van Liefde zingen, O,
die stille, onuitputtelijke Bron van Eeuwig
Leven, ja zal ik van de Liefde zingen, als een
adelaar, een stip slechts cirkelend rond een
hoge witte wolk die drijft op wat je altijd
heeft gedragen, om te mogen Zijn en te
ontwaken zoals je geboren bent?
Dan zal ik met jou dit geloof nu delen,
dat die hoge vleugelslag voorbode van
gevederde verlichting is, een nieuwe
zuiverende zindering die door je aders
stromen zal, zoals de Zon verblijden kan,
wanneer ze straalt doorheen en rond een
witte wolk,  hoog boven onze  Moeder Aarde.

Diamant

Bestanden komen toe als diamanten,
ze ontvouwen zich zoals de Ziel het hart
graveert, in Liefde en in juiste handen,
zoals voorbij de wolken en voorbij
de blauwe hemel in de Duisternis van
ons geweten Hoop te wachten ligt, daar
schitteren ze, hun Licht is al vertrokken
nog voor wij het ontvangen, ze dragen
jaren als enkele duizenden van een seconde,
ze helen wonden die nog niet geslagen zijn,
ze dragen je op handen, het zijn zo onze
zielsverwanten, onze leefgenoten die
voorhanden zijn als we de diepe eelt
wegslijpen die dit Aards bestaan heeft
laten groeien in ons diepste zijn, zo
hard ons hart, zo hart, zo hard dat
duizenden seconden niet voldoende
zijn om al die jaren fijn te slijpen, het
is specialistenwerk , het is een dieper
weten, een wakker worden uit een
slaap die eeuwig duurt, en dan, dan,
als alle weten is vergeten, en als ons
laatste Licht is uitgedoofd, als het zo
donker wordt dat we zelfs onze hand,
ons enig instrument om deze diamant
tentoon te stellen, uiteindelijk zijn
kwijtgespeeld, als door een guillotine
flitsend afgesneden, dan, pas dan
zullen we naar verste sterren reiken,
zullen we wonen in een niemandsland,
waar dan bestanden zich ontvouwen
als een zuiver zijn, als diamanten
die in handen van dat opgebrande,
ijle Niets, in schitterend uitgepuurde
Liefde  alles doen ontbranden, een
Laaiend Vuur zal ons omarmen tot
we zelf branden, sterrenstof, waar
Alles is, en duurt , opnieuw en Nieuw.

Zweven

Het is zoals een zweven tussen de hemel en de aarde,
tussen mijn hart en ziel, 
het is zoals een zweven,
even geven, even 
nemen, zoals hoog in de wolken
ik geboren ben.
 
Het is zoals en zweven en soms is het
dan
goed van wat als een geheim tussen de heuvels van
dit Ruigoord ligt geborgen nog even 
in zijn rust te laten.
Het is zoals een zweven en mijn hart gaat hevig  heen
en weer tussen dit weten en vergeten.

Tussen de bladzijden vergeeld heb ik je dan
gevonden,
je lach was welbekend, zoals een
zweven heb jij me dan
herkend. De hemel 
werd dan uitgeklaard en hoger
nog kon ik de
adem
vinden die te ruste leggen kan.
Het is zoals een zweven tussen de glimlach
van je
ogen, vraag niet meer want ik herkende
het, het was mij
al gegeven, diep geborgen diep
verborgen in de bedding
van de heuvels hier,
de heuvels van het weten en vergeten,
als geheim nog niet ontsluierd.
Het is zoals een zweven en nu, nu dan herken
ik pas
je stem. O, nee, vraag niet meer, je hebt 
me al gegeven,
hier is dan eindelijk dit zweven, 
en nu, nu ga ik dan heen,
ik zweef nu verder 
tussen de hemel en de aarde, en verder
dan
zal ik je kussen, je omarmen tot je niet meer spreekt
en wij dan in elkaar geborgen worden
tot wij ooit gevonden
zullen worden, tot dit 
geheim zal zweven tussen de hemel
en de aarde,
tussen ons hart en onze ziel.
Luister: wat daar geschreven staat zal dan gelezen
worden voor wie ook zweven kan, hoog in de wolken
en voorbij het weten en vergeten, voorbij wat hier
geschreven staat,
luister, stil,
nu

(geschreven en voorgelezen tijdens I Tjing Symposium 13/7/2009 ~ Ruigoord, zie foto hieronder)

ruigoord