Tagarchief: verdriet

Bron

Toen ik het water zag wist
ik geen blijf met de tranen
die maar bleven stromen,
een rivier naast de rivier,
alsof een nieuwe bron zomaar ontsprong,
verdriet dat lang in diepe kloven,
krochten en gewelven kronkelde
alsof het water dacht te zijn,
maar toen het plots naast de rivier
dan eindelijk tevoorschijn kwam
bleek het de adem van het leven zelf te zijn,
dat wonderbaarlijk altijd durend kloppen
van een dooraderend bestaan,
zonder begin en zonder einde,
dit weten en dit water samen
zorgen voor een nooit vergeten.

Lourdes, Pizzeria Da Marco, 19-02-2010, 20u30

ps: de bewuste “veer” waarvan sprake in het filmpje valt op 01:23 (!), kijk aandachtig in de rechterbenedenhoek van de video!

Ramen,

WP_20150916_021

Ramen vol verdriet
wassen verlangen weg
maar voor wie verder kijkt
doorheen de glazen schijn
ziet vreugde en herkent
de zonneschijn die enkel
brandt wanneer de Harten
sneller slaan, het gaat niet,
het gaat nooit over, deze
ramen vol verdriet, en
het verschiet waarin
verlangen spoelt, het wassen
van de zee, het dromen van
de branding die dit Alles
schoonveegt

(Koffiehuis Rubens, Leuven, 16-09-2015, 14:51)

Verdriet

 

waterbrug3

Terwijl ik wacht herinner ik
de tranen die in je ogen diep
verborgen, nauwelijks merkbaar
als littekens getuigen van een oud
verdriet, zoals je leunend even
stilstaat op een brug om aan
de voet van bergen hoog
de sneeuw te schouwen die ooit
zal vloeien om tot rivier te worden
en dan te weten dat dit water stolde
uit de wolken rond de toppen,
en dat ze het verhaal vertellen
over de zeeën waarin ik tranen
liet, en zo, terwijl ik wacht,
herinner ik je ogen en daarin
mijn oud verdriet.

Sterven

Sterven is een beetje zwerven tussen  een eerste
en een laatste adem. Toen ik je lippen zocht
waarop je stem een zucht werd hoorde ik de
zee, oude verhalen spoelden aan als handen
die zich openvouwden over stranden waarop
kinderen liepen, af en aan om al die weelde
te ontvangen. En zij kwamen wonen in het
huis dat uit je armen groeide, schep na schep,
tot het zweet over je voorhoofd liep. Sterven
is een beetje zwerven tussen een eerste en een
laatste adem, een twijfelend bewegen, heen
en weer, een eb en vloed van geven en van
nemen.  Toen ik je ogen zocht zag ik de zon
weerkaatst die ongemerkt een regendruppel
liet verdampen tot een wolkje dat zich zacht
over je lichaam legde als een mantel, als om
je te beschermen, in te dekken voor deze verre
hemelreis. Sterven is een beetje zwerven tussen
een eerste en een laatste adem, een brug die
oevers van herinneringen verbindt met wat
nog ongewis ligt, ver en onbekend. Toen ik
je handen zocht zag ik een wuiven als een
wind door vleugels aangewakkerd , zich zacht
over jouw lippen boog en tot verstilling bracht.
Sterven is een beetje zwerven tussen een eerste
en een laatste adem, een eerste en een laatste
steen, tussen jou en tussen mij en over alles heen.