Zand

Rainbow 155

Zoals de wind het zand schuurt tot voetstappen verdwijnen,
fijn maalt, bedekt wat ooit een indruk achterliet, werd opgericht,
zoals wat achterblijft nogmaals dan golf na golf wordt glad gestreken,
zo neemt de zee herinneringen mee tot ze in tranen dan opnieuw
verschijnen, en op je lippen proef je wat in hart gegrift door ogen
dan wordt teruggegeven, het zoute branden, en je wordt overspoeld,
vingers, handen, armen, heel je lichaam wordt bestraald als door
het wentelende vuurtorenlicht, dat tolt, en draait en keert, dat
in de zwarte nacht zich slingert dwars doorheen je diepste plooien
tot in de nerven van je aders in bloedstollend stromen,
golf na golf, tot dan de wind komt en zich zacht te rusten legt,
en je bedekt en toedekt met een zachte adem,
zo neemt de zee herinneringen mee,
en blijft het zand steeds achter als getuige.

(afbeelding: Vuurtorenrots, Nazaré, Portugal, Juli 2013)

Zuidenwind

Vanuit het Zuiden waait een wind
waarin ik alle tranen voel die zich
op trossen nestelden in de armen
van de zon, er zijn geen woorden
nodig om verdriet te proeven dat
zich zacht over de lippen plooit
en daar verzoening smeekt

Vanuit het Zuiden waait een wind
waarin ik alle blikken lees die met
gelijke munt betaalden, die om
verzoeting vroegen en smolten als
de druppels die op trossen, nauw
zichtbaar, toch hun afdruk achter
lieten, vlindersporen, wiekend
verlangen, getuigen van aanwezigheid

Vanuit het Zuiden waait een wind,
het is de Zuidenwind die mij van
antwoord dient, hij zingt me aan
en ik zing mee: kom, kom snel, ik
heb je roep gehoord, en daarin
staat de Liefde pal, onwrikbaar,
niet te stuiten, zoals ik waai zal
ik je dromen dan bewolken, zodat
in alle trossen nu jouw Hartenwens
zal schijnen

O Zuidenwind, waai verder, wees
mijn herder en dan zal ik gedragen
worden, gooi alle trossen los, om
thuis te komen in het Land van
Oorsprong.

Gavere

voor P. en M.

Wachten tot de wind over het water
dan verkleurt, tot golf wordt, langzaam
opzweept tot aan kusten ogen zich dan
openen om deze geuren te ontvangen,
wachten tot de wind over het water
dan van kleur verandert, wolk wordt
en zich over golven buigt om zee te
worden, één te worden, regenboog
die alle hemels overspant, wachten
tot de wind over het water dan
verkleurt, het is een langzaam wachten,
een geduldig vouwen en ontvouwen
tot vleugels zich over de adem plooien
en dan opnemen, oplichten tot helder
weten, tot doorzichtigheid, tot
aangespoeld het water borrelt uit de
bron die helderziendheid predikt voor
de pelgrims van de hoop, wachten tot
de wind over het water dan dit water
zegent, alsof het wolken regent, damp
geworden golven die nu over al dat
wachten heen een schitterend schijnen
werpen, oogverblindend, O, en kijk
hoe dan dit kijken door alles heen de
waarheid toont, alle verdriet en pijn
plots weggespoeld, iets nieuws, de
wind legt bloot wat ooit in daglicht
onmiddellijk werd gesmoord door
molenstenen, door hebzucht, haat
en pest, gedrenkt in bloed, O ja, het
is iets nieuws, het wachten waard,
het wachten tot de wind over het
water dan verkleurt, en zie: plots
baadt alles in groen Licht, het Licht
dat wordt geboren als de Liefde
oogverblindend zegeviert, zoals dit
Kind dat haver aanbiedt, haver aan
een ezel, langs een haven aan de
Gaverbeek.

16-05-2010, Havenkaaien Brugge  + Café/Restaurant “De Rotse”, Sint-Christianabron, Dikkelvenne
(geïnspireerd door de bloedige Slag bij Gavere  )

Ontdekkingsreis

De weg verliezen op een kruispunt is
als bloemen die groeien in het wild,
alle wegen, alle wijzers staan zo maar
op hun kop, helemaal op hun kop, je
kan er zelfs geen staart aan krijgen,
vuur kan het niet smelten, al dat ijzer,
het plooit gewillig, draait en waait in
alle richtingen, een wind van ergens
en van nergens heeft het zoeken
aangewakkerd, wild, opgejaagd als
wild, en tussen al dat wild groeien
die bloemen dan, ze bloeien door
geen mensenhand bestierd, alsof
ze hier zijn aangeland vanuit een
plek op een nog niet gedrukte en
onbestaande schattenkaart, waar
het ontdekken dan een antwoord
biedt, dan zie je bloemen, wild, zo
wild dat je erbij de weg verliest, en
in het wilde weg toch gaat op reis,
die aangeboren, in ziel geprente,
bedoelde en heldere ontdekkingsreis,
wat eens verborgen leefde, toegedekt,
wordt nu ontbloot, wordt nu nieuw
naakt zwerven in  wakkere wereld
in zorgeloze zin, in witte wijn en
zingend samenzijn, in spelend, o,
in één en al , in vuur en vlam, in
letters en in cijfers en in jou in mij
in wij die hier verkeren in een staat
van opperste verbondenheid, en zo
is deze weg verliezen op een kruis
en op een punt, noch kop noch munt,
verliezen om opnieuw te kiezen hier
in dit orgelpunt, het nu waarin we
niet verloren maar waarin we telkens
weer geboren zijn, herboren nieuw, 
als wilde bloemen.

Houvast

Houvast

“Hou me niet vast…”, Johannes 20,17

Het is zoals de wind die tranen waait,
zover het oog kan zien strekt zich de
weg uit waarop ik nu mijn stappen
leggen zal,  ik zal ze toevertrouwen
aan een dieper weten, de wolken
volgen die me zullen dragen naar wat
bij aanvang reeds voor mij was
voorbehouden, O, hou me niet vast
maar raak me aan, want dit is als
de wind die tranen waait, je ogen
worden nu geopend en het Licht
stroomt helder binnen, alles baadt
in open zuiverheid, nog onbetreden
en mijn verlangen om te bloeien
wordt nu aangewakkerd, het is zoals
de wind die tranen waait, en over
alles heen blaast zonlicht regenbogen
los, ik reik naar sterren, O hou me niet
vast maar raak me aan, raak me en ik
zal de overkant bereiken, houvast vinden,
O, voel, voel hoe deze wind in tranen
schrijft dat waar mijn voetstappen
zich drukten de afdruk overblijft
van samenzijn, en daarin dan een
zandkorrel, die schittert als een parel,
O, hou me nu vast, raak me niet aan
maar laat me gaan, want zo word ik
opnieuw geboren.