Maandelijks archief: mei 2011

Wiegelied

Kom, kom hier, kom bij me
ik neem je in mijn armen kind,
voor jou zing ik dit wiegelied,
zoals toen je nog in me woonde
we samen waren, onafscheidelijk,
verbonden door een levenslint.
Kom, kom hier, kom bij me
ik neem je in mijn armen kind,
met jou wil ik dan bidden kind,
opdat je lippen enkel woorden
kussen waaruit Liefde spreekt,
zoals je tot mij sprak toen je
nog in me woonde.
Kom, kom hier, kom bij me,
blijf nog even, zodat we samen
zweven tussen sterrenwolken
en dit alles glimlachend
aanschouwen, heen en weer
en heer en weer op golven
van dit vredig samenwonen.
O, kom, kom hier, kom bij me
kind, O, blijf nog even, laten
we drinken van elkaar en
schenken, een geschenk dat
deze dag als edelsteen markeren
zal, haar Licht zal schitteren,
herkenbaar zal je zijn, altijd
bij mij, ik zal je altijd vinden.
O, kom, kom hier, kom bij me
kind, want als ik je dan vind
zullen mijn tranen van geluk
dan schitteren naast jou als
sterren die door wolken
priemen, getallen opgeteld
verenigd, opgelicht verlicht.

Float

Yes, I must confess again
I like to float in, float on
water, a surface somewhere
in between a mountain
high and river deep, this
floating then becoming
ship at the horizon, I,
drink deep, the more
the getting there the less
I see, the more consumed
the more your Light is
piercing, one single Moon
beam in the darkest night,
a golden touch to warm
up icy water, O Yes, I
must confess again I like
to float on water somewhere
in between, a yesterday
embracing time, a you,
a me, and I

picture above taken & poem written @ Dominican Abbey ~Courtyard,
 Zwolle, The Netherlands, May 20th,  2011
Book presentation Kirsten Notten ‘Maria’s Dochter’,
the Mary statue below is Kirsten’s  powerful  “Memorare”

Vruchtwater

 

 

 

 

 

 

 

 

   Laten we lief zijn voor elkaar
want waarheid is soms ver te
zoeken, laten we zijn zoals water
voor elkaar, laten we water
zijn, samendruppelen en stromen
in de bedding van de zee,
laten we vloeiend vloeibaar
zijn , laten we alle  tranen
smelten, laten we stollen in
kristallen en schitteren als
sterren waarvan het uitgedoofde
licht ons nog bereiken moet,
laten we  snel vluchten voor
het zonnelicht of we verdwijnen,
laat dan de nacht zich langzaam
over ons ontvouwen, zoals het
wassend water zandkorrels 
verovert, één na één, en als we
dan dit laten lossen, zullen we
dan lief zijn voor elkaar, zoals
het water waarin we geboren werden.

Sword

When at my door your final bell will ring
I shall remember those who opened, let
you in and begged for one last song to sing,
who thought a mercy prayer would convince
to have a pardon granted by this prince

When at my door your final bell will ring
I shall remember those who weren’t in
but uninvited, still got lifted by your wing,
who while preparing for a glorious flight
were grounded brutally, take off denied

When at my door your final bell will ring
I shall remember those who welcomed
you as royalists their banished king
who after years of fruitless fight
eventually got their heart’s delight

When at my door your final bell will ring
I shall remember all, praise the Almighty,
challenge your sword with mine then swing
so that my blade will testify that it is I
who at the doors riposted to your passing by

painting: Ferdinand Vercnocke, ‘Mars’, Oil on canvas, 100x80cm
top img = wooden handmade sword, present to my 2nd son by his friend

Lighthouse

 

A lighthouse be,
mirror the beauty
of that inward eye,
echo the silence and
become the sea, turn,
return, a beacon be,
reflect the answer,
come with me,
to any ship then
you will be as is
to time eternity

img © Friedrich A. Löhmuller