Dagelijks archief: april 29, 2011

Confession

I must confess I love your soothing words
much more when they are quoting me,
I must confess I love your sparkling eyes
much more when they are reading me,
I must confess I love your waving hands
much more when they are touching me,
I must confess I love your walking feet
much more when they are nearing me,
I must confess I love your smiling lips
much more when they are kissing me,
I must confess the more you follow me,
the more you talk of me, the more you
breathe with me, the more you drink
and taste the heart of me, the more your
dreams mirror the soul of me, I grow,
I shine, a lighthouse on the mountaintop,
a beacon in the storm, the Pole Star of
your universe,  but most of all I must
confess all this is nothing, and in the end
just shadow dancing compared to Your reply

Verwachting

Kinderen dragen in hun hart nog alle dromen,
gekoesterd door de warmte van zuiver verlangen,
ze zijn nog open, onbevangen, kwetsbaar, zoals
de zon, die altijd schijnt  niet enkel Licht geeft
als de dag opduikt, maar ook tijdens de nacht
nog helderheid kan tonen wanneer  de maan,
haar tweelingziel, zich aan het firmament komt
tonen. Zo is het ook met ons, die ouder dan geworden,
datzelfde kind nog dragen, open, onbevangen,
kwetsbaar, en het vaak pas vrijuit laten spelen als
we vertrouwen vinden, warmte of een troostend woord,
als we ons openstellen voor oprechte uitnodiging,
een koestering. En pas als we een veilig onderkomen
kunnen bieden aan het ons toevertrouwd verlangen
hier onze dromen uit te leven, zoals  de maan
aan zonnestralen, dan zal er vreugde zijn, dan
zal  vervulling zijn gevonden van onze diepste
wens, te bloeien als een kind dat welkom  is, zoals
een bloem die zich pas open plooit bij het ontvangen
van het Licht omdat ze dat verwachtte.

Spieken

Hoe meer ik zoek hoe
minder ik dan vind
dus kom ik binnen
langs een achterdeur.
En wat ik daar soms
vind is anders, niet
van mezelf, alsof een
ander al gevonden
heeft wat ik nog
zoeken wil, dus
zoek ik verder,
vind nog minder,
en zo weet ik meer.

Overdonderd

Heel in de verte hoor ik hoe je stem over de vlakte zweeft,
nog slechts verlicht door late zonnestralen.
Je ogen zijn nog niet herkenbaar,
je haren waaien voor je uit
als wind die door de korenvelden wandelt.
Heel in de verte zie ik hoe je stralend dichter komt
zoals van sterren je enkel voelt wat achterblijft.
Je handen zwaaien al,
ze wenken naderbij
en ik verwelkom de zwoelte van de nacht,
terwijl je al je  eerste druppels uitstrooit op mijn hunkerende blik.
En dan, plots ben je daar,
je stormt mijn adem binnen
als een stroom die niet te stuiten valt,
je overweldigt me in al mijn vezels,
mijn ogen schieten vuur,
mijn oren worden overdonderd door je stem,
ik kan niet langer in dit lichaam blijven of ik word verteerd.
En als je weer gaat liggen dan hijg ik nog na,
een  vrede maakt zich  meester van dit ogenblik,
heel in de verte zie ik hoe je wolken sluiten,
je ogen vallen toe,
je haren rusten  op je schouders,
ik zie hoe ze je stem bedekken,
en over korenvelden valt nog laat wat sterrenstof,
dat op de halmen achterblijft,
zoals je regendruppels zijn ze  uitgestrooid,
en verder, steeds verder  zie ik je  verdwijnen,
en blijf ik zachter achter,
stil.

Wolkenspoor

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
want hou ik bij of haal ik in, ontglippen
ze alweer, alsof je de liefde van je leven
wilt beminnen, zo helemaal voor jou,
van jou alleen

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
een oorlog waar bij voorbaat vaststaat
wie de banier van de gewonnen veldslag
dragen zal, wie fier kan zwaaien op de
heuveltop over alles wat gevallen is en
over allen die nog rechtop de ogen richten
naar het hemelvuur

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
alsof de zee je opneemt dan weer neerlegt
op het zand, waar je dan aangespoeld maar
wachten moet op jutters die je schitteringen
bergen willen, want wie voor overwinning
strijdt zal zegevieren

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
het is in sporen lopen, getrokken voren
waarin voeten snijden, ploegen,
worstelen om het aas te grijpen dat ver
vóór de horizon verduistert

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
want wat aangeleerd ligt opgeslagen
is slechts vluchtig, wat echter ingeboren al
aanwezig is zal blijvend duren, daarheen
het spoor te volgen is zoals naar wolken
kijken, daarin je leven verder schrijven is
wat jou wordt gevraagd

De dagen hollen mij voorbij, het is
een wedstrijd die ik nooit kan winnen,
de dagen hollen mij voorbij, alleen dat
wolkenspoor, O ja, dat wolkenspoor dat
Jij daar met onzichtbare inkt in Liefde
hebt geschreven, mij ingeprent,
blijft duren.