Dagelijks archief: juli 29, 2011

Ma Ville Minuit

Ma Ville Minuit

Cette ville m’est inconnue
personne me parle
et quand je me retourne

il ya le vide
o quelle langueur
quelle passion
se cache dan tes ténèbres
je m’en doute

Cette ville m’est inconnue
personne me parle
et quand je me retourne là
je vois les chambres
mes demeures, mes amours
ils sont tous là
muets
leurs mains me semblent étranges

Cette ville m’est inconnu
personne me parle
et quand je me retourne là
il y a toi, ma vie
ma jeunesse perdue
je vois le lit
qui m’a jeteé dans cette ville

Cette ville m’est inconnue
personne me parle
et quand je me retourne là
il y a moi
O quelle langueur
quelle passion
se cache dans ses ténèbres
je m’en doute

Cette ville m’est inconnue
personne me parle
et quand je me retourne
je me retourne et là
il y a un ciel bleu
personne
que des nuages
quelle amour qui m’appelle
viens
viens
c’est moi

O cette ville m’est trés connue
C’est elle
C’est ce qui me fait parler

Musique: Robert Schuman, Scènes de la forêt, Opus 82, l’Oiseau-Prophète
Texte, voix: Bout Vercnocke

Peinture: “Apocalypse”, F. Vercnocke, 175cm x 150cm

Laatste woorden


Liefste, want zo noem ik je, vind je
dat nu vreemd? Je naam was niet meer
op mijn lippen te bespeuren, misschien
net nog op het puntje van m’n neus,
dat vertelde ik je laatst, toen ik je
ergens tegenkwam in een verloren
ogenblik. En, liefste, vind je dat nu
vreemd? Kijk mee en zie hoe langs
de takken druppels kruipen, een
boom waarvan we samen ooit de
wortels droog hebben geschud, om
ze daarna in vaste grond met water
te besprenkelen. Nu reikt hij naar
de sterren. O ja, liefste, het is een
woord om nooit meer te vergeten,
het staat geschreven in de handpalm
van het leven, en die schenk ik je.
En, liefste, vind je dat nu vreemd?
Liefste, laat dit het eerste en het
laatste woord zijn tussen ons, laat
het een wind zijn, een waaien, een
keten die als een parelsnoer een
thuiskomst vindt. Liefste, laat dit
een zeventeken zijn dat ons verbindt,
zoals de maan soms voor de zon
schuift zodat we overdag de sterren
zien, verblind. Liefste, weet je nog
hoe we rond het vuur in vreugde dansten
tussen vonken, en hoe ze dan als sterren
vielen op het gras? Liefste, want zo
noem ik je, vind je dat nu vreemd?
Want liefste, nu je naam is uitgestorven
op mijn lippen, nu spreek ik hem uit,
nu wil ik dat je niet vergeet en weet,
nu wil ik dat je uit mijn laatste adem
nog de liefste voelt, want liefste, ja,
dat ben je wel, ik wil dat je hem spreekt,
o nu liefste.