Tagarchief: zonnestraal

Zonnestraal

Nu ik op wolkjes wandel zie ik waar
zonnestralen wonen, waar zij in
kamers zomaar binnendringen,
hun licht werpen in al mijn hoeken
zodat alles wakker wordt. En ook
de maan doet mee, want helderheid
slaapt nooit. Nu ik op wolkjes wandel
lijk ik wel te drijven, schommelend
met bolle zeilen op en neer te deinen,
zelfs in het oog van stormen is het
nooit windstil. Nu kan ik wonen
tussen takken, wieg heen en weer,
in golven spoel ik aan op stranden
waar geen voetafdruk ooit  zand
verlegde. Nu ik op wolkjes wandel
los ik op in blauwe hemels, schater
tussen sterren en val in druppels
neer. O, mijn hart loopt over, het
houdt niet op met kloppen, en
elke overslag laat bliksem flitsen,
zoals een zonnestraal die zomaar
kamers binnendringt, en mij
laat wandelen op wolkjes.

Vlokkenwind

En draagt de regen dan verhalen, staat
in het water soms geschreven wat door
het ademhalen gedachteloos, onzichtbaar
daar wordt neergelegd, als sneeuwvlokken
die even in kristallen schitteren om dan
te worden opgenomen, versmelten, spoor
loos achterblijven en verdunnen? De wind
nam hen ooit mee, gevleugeld neerwaarts,
hier en daar nog opvliegend, je kan ze
volgen, één voor één, je wilt wel reiken
als naar sterren, zonder te verpinken, hoe
kan je dan bereiken als de achtergrond
geen houvast biedt om ze te onderscheiden?
De nacht is helder, ontelbaar zijn de ogen
die ontmoeten, die alle facetten van dit
donker weten flitsend laten bloeien, je
wilt wel door en over alle kleuren heen
de overkant ontdekken maar die duikt
steeds verder weg, je handen worden
zonnestralen die voorbij de wolken dan
de grenzen willen breken, ontsluiten wat
verborgen ligt te wachten, onbetreden,
onaangeroerd, nog niet geboren, toch
aanwezig, zijn dat naamloos is, de ene
vleugelslag die van de andere nog niet
weet waar hij naar dragen zal, nog niet
ontvouwd en toch gedragen op de adem
van de wind, zoals in één dag dageraad
en avond wachten op elkaar, zoals één
hemel alle andere overspant, zoals het
gras de dauw en boom het blad, zoals
de zee altijd opnieuw een golf, het strand
het zand om haar te laten breken, zoals
de zomer herfst en winter lente, zo draagt
het water, zo draagt de liefde het verhaal
van jou en mij

Regenboog

 

Kering2

De zon breekt telkens weer doorheen de wolken,
zoals de regen nooit lang op zich laat wachten
als gedreven door een aanwakkerende bries de
witte rookgordijnen  donker worden. Ontelbaar
bevolken ze de hemel soms, ontembaar schuiven
ze over elkaar, en in elkaar zoals gerijde legers
hun slagorde verliezen als vriend en vijand
elkaar treffen, niet meer te onderscheiden zijn.
Weerklinkt een donderslag volgt  doodse stilte,
die ruimte maakt voor nieuwe  mokerslagen op
het aambeeld van de strijd. En plots verschijnt
de regenboog: wie heeft er dan nog pijlen? Enkel
de zon, die telkens weer doorheen de wolken breekt.

(afbeelding: Wissant, Nord-Pas De Calais, Frankrijk)