Moedertaal

Als alle spreken voorgoed is opgelegd
tot zwijgen, als alles wat geschreven
staat gelezen is en goedgekeurd, als
het kan worden afgelegd , in vuur
gegooid en  toevertrouwd aan alle
adem waarop wolken drijven, als
alle licht ons blikveld heeft bereikt,
als het is uitgeschenen en alle
kaarsen zijn gedoofd, als al wat
ons omringt gehuld is in het zwart
van onze  tranen, de mantel van
ons lijden, als alle grond waarop
ons treden houvast vindt verzonken
is en opgezogen in een zee van tijd
en ruimte, als alle spreken zwijgen
wordt, waar ben je dan? Waar vindt
dit diep verlangen houvast dan, waar
kan dit zijn zoals een schip de haven
binnenvaren, aanmeren, ankeren,
en alle vlaggen strijken? Pas als de
stuurman boordt zal ook de vuurtoren
verschijnen , de loods zal binnen
varen , de scheepsbel luiden  en het
kompas zal dan de nieuwe koers
bepalen. O, gewiegd zal er voorbij
dit weten houvast zijn, voorbij dit
zwijgen zal er dan spreken zijn,
het spreken in de moedertaal,
de taal waartoe  we zijn geboren.

(foto: © Lennart Nilsson)

Grote Wende

Proef, proef nu je adem
en vertoef dan in de velden van de hoop,
loop hoog, duik diep in hemels van verlangen,
drink, drink gulzig, onbevangen,
laat alle ballast vallen,
het oppervlak binnen bereik,
verlaat het nest, verlaat het nest
een nieuw ontwaken werd geboren, O
proef, proef nu je adem,
spreek het uit, geloof dat duisternis
slechts aanloop naar dit weten was,
dat je uit diepe slaap gewaaid bent,
ontvangen in de open armen van de wind, O
proef, proef nu je adem,
laat hem golven en wees onbevangen, ga,
wees opgenomen, welkom in de Grote Wende
die zich in je keert,
die niet meer te ontkennen is,
zoals de vogels fluiten en van tak
tot tak hun lied laten weerklinken,
oorverblindend: kijk,
proef, proef nu je adem,
en hoe die op en neer over de golftoppen
het schuim doet opspatten,
wees niet bevreesd,
het is klaroengeschal,
het Nieuwe Leger dat ten strijde trekt,
de boeien los
en alle vuurtorens bakenen met lichtpijlen
de nieuwe zonnewende van dit onbekend seizoen,
proef, proef nu je adem,
laat hem schallen,
maak alle stilte wakker,
er zijn nieuwe wetten die de droom hebben verlaten,
zij vleugelen over dit onbetreden niemandsland,
vrees niet,
verwelkom nu dit eeuwig leven aan de dood voorbij,
geniet van onvermoede paradijzen,
lichtjaar ben je geworden, O
proef, proef nu je adem,
smaak de zoete geur van overwinning
die je zonder slag of stoot
en zonder bloedvergieten aangeboden wordt,
je hoeft niet meer te twijfelen
want alle zoeken is nu opgelost in dit oneindig duren,
een blijvende aanwezigheid,
gooi alle trossen los,
dit is de Grote Wende,
wees paraat,
geen achterblijven meer,
verblindend Licht zal alle leed verteren,
en uit de asse zal één Lans verschijnen
die de banier zal dragen
van een weerloze omwenteling, O
proef, proef nu je adem
want hij zal je dragen,
ver voorbij je hunkeren, O ja
de Grote Wende is opnieuw geboren,
en draagt de vruchten van onstuitbaar mededogen,
het teken van heropstanding,
de adem van herinnering,
vergeet, vergeet,
gebed in Liefde overstroomt de hemel.

 (foto’s: zonsondergang, Schelde, Antwerpen)

Verbinding

En mocht hier niet de leegte  zijn die ons verbindt,
waartoe dan dienen deze deuren, deze muren
waartussen wij verblijven, drinken, samen dansen ?
En mocht hier niet de stilte zijn die ons verbindt
waarin ons spreken ruimte vindt, hoe kunnen wij
elkaar begrijpen ?  En mocht hier niet de weerklank
zijn die ons verbindt, die wij ontvangen waarheen
dan dragen onze zinnen ?  En mocht hier niet jouw
lichaam zijn dat met het mijne zich verbindt, dat
samenvloeit in deze stroom hoe kunnen wij dan
voortbewegen ? Het is de schakel die de ketting maakt
het stilstaan dat beweging brengt het woord dat tot
geboorte leidt.  Want mocht het niet de liefde zijn
die ons verbindt wat is het dan ?

 

> zie ook: Gezongen versie (2015) en lange versie ( November 2017)

Verliefd

 

Voorover buig ik me tot ik je ogen
zie, steeds dichter raak ik jou tot
in de spiegel van je ziel, ik wankel
even en word lichter steeds maar
verlichter tot ik zweef, een dansend
vlammetje dat in de kamer van je
hart een zonnetje laat schijnen,
o, nu zie ik je, ik zie je graag, zo
graag dat vonken spatten overal,
een vuurwerk  tussen twee verliefde
koninginnevlinders die fladderen
op zonnestralen. Je lacht naar mij
en wordt een  regenboog die met zijn
armen naar mijn lippen reikt om er
dan neer te strijken, op vleugels van
een warm verlangen, o, ik hou van
je , ik hou zoveel van je , mijn bloed
valt niet te stelpen zo vol ben ik van
jou, en nu  loop ik over, over, en zelfs
dan nog vang  je al die overvloed  in
de spiegel van je ziel waarin je ogen
schitteren als parels, en zo word je
een schat, ja, jij schat, mijn schat, ik
vond de sleutel diep verborgen, diep
weggeborgen in de kamer van mijn
hart, waarin je nu het zonnetje laat
schijnen, hier aan de oever, aan de
rand van deze spiegelende waterkant.

Universum

Mijn voeten en mijn handen, mijn vingers en mijn tenen,
mijn lippen, oren, haren, mijn ogen en mijn wangen,
mijn knieën en mijn neus, tot in mijn ellebogen, zolen
en het puntje van mijn tong, het beweegt,scharniert en
viert, het is een symfonieorkest waarvan ik Meester
ben, en dagelijks lees ik de partituur waarvan ik alle
noten ken en alle balken waar ik moeiteloos op dans,
waarop het zalig wiegen is, zoals een koorddanser
behoud ik schijnbaar zonder inspanning het evenwicht,
ik zing in alle tonen alle stemmen, steeds in perfectie
afgestemd, mijn enig uniek levenslied, schater het uit
om even later een veelbetekenende stilte in de ruimte
van het zijn te laten vallen en dan zie ik jou en ik word
meteen opgenomen in een sterrenzee, een oceaan van
zinderende lichtjaren, o, ver voorbij de horizon van
cirkelende melkwegstelsels want wat ik zie is oog
verblindend, alsof met sterren wordt geschreven hoe
de zon niet verder reikt dan deze vinger die wijst naar
wat wordt aangekeken, en zo heb ik dan nu het Al in
handbereik, en voor het grijpen. Nu ik je zie: wat ben je
oogverblindend, alsof je Hart begint te schitteren als
een pasgeboren Ster, niet ver, maar zo dichtbij, ja
binnen handbereik, klaar om geplukt te worden als
een rijpe vrucht, je zucht, ik voel de ijle rimpeling
zoals die in de lucht nu rondom mijn haren trilt en ja,
zo oogverblindend heb ik het nog nooit geweten, alsof
er slechts een ladder nodig is om dit gezicht van ster tot
ster, van oog tot oog in Liefde te verbinden, ja werkelijk,
als alle muizenissen voorgoed opgezogen zijn, door
zwaartekracht verzwolgen, fijngemalen tot waar het in
kometen nog wat oplicht als een slangenstaart, ja, dan,
ja dan begrijp ik hoe het komt dat jij zo plots verschijnt
aan de hemel die ik wakker denk: want mocht het niet
hier geschreven staan, zou ik nooit kunnen geloven dat
Jij het bent die met één vingerknip uit deze partituur
zo’n Vuur kan laten schitteren.

(animatie > http://nulpuntenergie.net/ )