Ogenblik

Hoe komt het toch dat je in 1 verhaal
blijft rondzwerven, en in een ander
dan al na 1 ogenblik verdwenen bent?
Het is zoals met bomen, wind en
herfstblad, of met moederschoten
waarin het ene woord blijft wonen
en het ander zinnen vindt, maar beide
toch blijven verlangen naar de moedertaal.

(geïnspireerd na het zwerven in http://dunyahenya.wordpress.com/)

Wiegelied

Kom, kom hier, kom bij me
ik neem je in mijn armen kind,
voor jou zing ik dit wiegelied,
zoals toen je nog in me woonde
we samen waren, onafscheidelijk,
verbonden door een levenslint.
Kom, kom hier, kom bij me
ik neem je in mijn armen kind,
met jou wil ik dan bidden kind,
opdat je lippen enkel woorden
kussen waaruit Liefde spreekt,
zoals je tot mij sprak toen je
nog in me woonde.
Kom, kom hier, kom bij me,
blijf nog even, zodat we samen
zweven tussen sterrenwolken
en dit alles glimlachend
aanschouwen, heen en weer
en heer en weer op golven
van dit vredig samenwonen.
O, kom, kom hier, kom bij me
kind, O, blijf nog even, laten
we drinken van elkaar en
schenken, een geschenk dat
deze dag als edelsteen markeren
zal, haar Licht zal schitteren,
herkenbaar zal je zijn, altijd
bij mij, ik zal je altijd vinden.
O, kom, kom hier, kom bij me
kind, want als ik je dan vind
zullen mijn tranen van geluk
dan schitteren naast jou als
sterren die door wolken
priemen, getallen opgeteld
verenigd, opgelicht verlicht.

Vruchtwater

 

 

 

 

 

 

 

 

   Laten we lief zijn voor elkaar
want waarheid is soms ver te
zoeken, laten we zijn zoals water
voor elkaar, laten we water
zijn, samendruppelen en stromen
in de bedding van de zee,
laten we vloeiend vloeibaar
zijn , laten we alle  tranen
smelten, laten we stollen in
kristallen en schitteren als
sterren waarvan het uitgedoofde
licht ons nog bereiken moet,
laten we  snel vluchten voor
het zonnelicht of we verdwijnen,
laat dan de nacht zich langzaam
over ons ontvouwen, zoals het
wassend water zandkorrels 
verovert, één na één, en als we
dan dit laten lossen, zullen we
dan lief zijn voor elkaar, zoals
het water waarin we geboren werden.

Vondeling

Je ogen lezen is als water putten uit
een diepe bron: onuitputtelijk stromen
verhalen die geen einde kennen noch
begin in talen telkens nieuw. Je ogen
lezen is als wolken volgen die de wind
vooruitgaan: over elkaar schuiven ze
de hemel langs, ze drijven op een spel
van zonnestralen. En daarin kan ik
wonen, al je kamers zijn vertrouwd,
zelfs blindelings vind ik de weg nog
voor ik slapen wil. Je ogen lezen is
de nacht vergeten , vergeten dat er
weten is. Je ogen lezen is verdrinken
in een oceaan van vreugde, is in
leegte zwemmen, is je armen zoeken
en er vinden wat onvindbaar is. Als
ik je ogen lees ben ik een vondeling.

Verwachting

Kinderen dragen in hun hart nog alle dromen,
gekoesterd door de warmte van zuiver verlangen,
ze zijn nog open, onbevangen, kwetsbaar, zoals
de zon, die altijd schijnt  niet enkel Licht geeft
als de dag opduikt, maar ook tijdens de nacht
nog helderheid kan tonen wanneer  de maan,
haar tweelingziel, zich aan het firmament komt
tonen. Zo is het ook met ons, die ouder dan geworden,
datzelfde kind nog dragen, open, onbevangen,
kwetsbaar, en het vaak pas vrijuit laten spelen als
we vertrouwen vinden, warmte of een troostend woord,
als we ons openstellen voor oprechte uitnodiging,
een koestering. En pas als we een veilig onderkomen
kunnen bieden aan het ons toevertrouwd verlangen
hier onze dromen uit te leven, zoals  de maan
aan zonnestralen, dan zal er vreugde zijn, dan
zal  vervulling zijn gevonden van onze diepste
wens, te bloeien als een kind dat welkom  is, zoals
een bloem die zich pas open plooit bij het ontvangen
van het Licht omdat ze dat verwachtte.