Werken

Zou het hier goed wonen zijn?
Het water kent geen wederwoord,
het vloeit zijn leven zoals ons spreken
in de bedding van het luisteren.
Waar zijn de kinderen die in hun spel
onder de toren alle tijd vergeten?
Waar in het gras langs groene bermen
liggen de uitgestrekte tekenen
van samenzijn?
Waarom dit stromen nu nog vast te leggen
op het netvlies van geheugenbanen?
Zal dit verleidingsspel nog duren
tot de stenen zullen zijn verdwenen?
Zoveel tranen liggen hier te wachten op de zon.
Dit gras is vochtig, vruchtbaar,
maar het groeien kent nog geen begin.
Vader wandelt hier eenzaam tussen
de liederen van vogels die de muren strelen.
Hij is er niet, enkel in wonen.
Voorbij de verte kan hij de aandacht
merken van dit Werken, zoals toen je
ontwaakte uit een vlucht, een helder
zien van wat met onzichtbare inkt
geschreven staat.
Zou het hier goed wonen zijn?
Want altijd heb je geloofd in wat je
ogen toonden.
Altijd kwam het kijken voor het weten.
Wie moet vergeving vragen?
Wie blijft zieltogend achter in dit dorp
waar eens vergeten woonde?
Dan zullen ogen in de nacht oplichten
als opalen, dan zal verdwalen leiden
naar sporen die de stenen achterlieten,
dan zullen aan tafels van de hoop
de glazen klinken, in Werken zal
het dan goed wonen zijn,
dan zal de watermolen verhalen malen
waarvan het goed proeven is.
Verder wandelt vader, in Werken woont hij,
zijn voetstappen vragen niet langer om
gevolgd te worden, want hij is er niet,
enkel in Werken.

(geschreven bij een bezoek aan het West-Vlaamse Werken, deelgemeente van Kortemark)

afbeelding: Kruisstraatmolen, Werken

Ode aan de vriendschap en de droomreizen

Zo zeldzaam is de echte vriend gelukkig wie die parel vindt
en bij een roemer malse wijn dan klinken op het samenzijn.
Over problemen peroreren onze idee duchtig verweren;
met wijze teksten ons verpozen die we met zorg hebben gekozen
filosoferen, redeneren en Marx en Hegel confronteren
met Kierkegaard spijts alles hopen en d’existentie niet ontlopen.
Van Schopenhauer ons onthouden die van de vrouwen niet kon houden;
en uitgelezen boeken kopen ze uitlenen en dan maar hopen
de restitutie niet ’t ontlopen! Van verre reizen eindloos bomen
en thuiskomen in onze dromen en dan weer plannen voorbereiden
in deze gure wintertijden naar de geboden voordeelprijzen.
Aan blonde kusten samen toeven waar palmen in de zeewind zoeven…
Kaïro zien en mijmerend traag ontroerd, behoedzaam blijven staan
bij Toet-Ankh-Amons sarcofaag en dan naar El Amarna reizen
de resten van de tempel wijzen.
O Echnaton gij onbegrepen uw zonnedroom in puin gereten
maar als een feniks weer verrezen.
In El Bahari wierook weten die voor Hatjepsut uit de buurt
van Poent naar haar werd doorgestuurd.
De reismicroob heeft ons gebeten, Italië gaan we niet vergeten.
Eerst lieflijk Firenze boeken, d’Uffizia dagenlang bezoeken.
In Boboli’s tuinen ons verpozen en ’t panorama luidkeels eren
en onze lires ruim verteren.
In Rome Paulus’ zegen vragen, de zeven heuvelen ontwaren
het forum en veel kathedralen, in Pompeï de straat der lusten
met schroom betreden en daar rusten maar even, mijmrend dromen,
want in ’t zuiden lokt de overkant:
Hellas, Oud-Griekenland verkennen, aan hittegolven moeizaam wennen,
Acropolis: de stoere rots baker onze culturentrots.
En eeuwen vlieden traag voorbij, we zien de filosofenrij:
Socrates spreekt zijn klare taal, het gif: het eind van zijn verhaal,
maar Plato had zijn woord vergaard en voor het nageslacht bewaard.
Fidas, Muron, kunstenaars roemen, onmogelijk allen op te noemen.
We horen Leonidas prijzen zijn falanx, d’elite der wijzen
die tot het laatste offerbloed getuigt hoe de held sterven moet.
We reizen vrienden met elkaar, behoeden ieder voor gevaar
verdragen alle kleine kantjes en sussen lieflijk misverstandjes.

O Vriendschap is er schoner gave aan deze nectar zich te laven?
Als vreugd’ en voorspoed u verlaat is er de vriend, de toeverlaat
hij is de steun die niet versaagt, die trouw hoog in het vaandel draagt,
de echte vriend uw tweelingbroeder, voor elk gevaar is hij uw hoeder,
hij is de rots in bange dagen, hij wil voor u zijn leven wagen
en treurt met u bij elk gemis de saam gedragen droefenis,
hij deelt met u zijn kloeke buit en waarborgt u zijn vast besluit,
heeft ene Cresus goud met hopen, nimmer kan hij vriendschap kopen.
Gelukkig dus die niet vergeet, de ware schat die vriendschap heet.
En zijn we eindelijk thuisgekomen uit het wanenland der dromen
nog dobbert ’s levens bootje voort,, we glijden samen onverstoord
geen enkel stopsein houdt ons stil, we wuiven ’t jaar uit en weer in.

En komt de laatste bocht in zicht stuur dan de vrienden dit bericht:
de reis gaat naar het Eeuwig Licht, daar wacht op u aan ‘d overkant
nog hechter dan de aardse band de Vriendschap in ’t Beloofde Land.

(geschreven door mijn moeder in 2002 Simonne Vercnocke-Wolfs  @sim_wolfs (1919 -2015 )

Deze “Ode” had ze uitgeschreven op een rol papier die ze dan -afrollend- voorlas:

13

Het Laatste Woord

 

Wie denkt te weten dat hij wel alles weet
is slechts beginneling, dat weet diegene
die  in het verschiet de eindmeet ziet,
en laat ons laatste woord daarom
één  zijn  van dankbare tevredenheid,
waaruit alle verbittering is  opgelost,
dat wij met iedereen tot  vrede  zijn
gekomen, dat alle dromen uit ons
grote levensboek zijn voorgelezen  en
dat er echte vrienden waren om ze te
aanhoren, om zo die dromen met ons
rond  de open haard te delen, hand
in  hand. Ja, laat ons laatste woord
daarom zacht uitdoven op onze lippen
als een kaarsenvlammetje , dat stil
haar stervend Licht nog geeft aan
wie vertroosting zoekt, zodat wij
dan uiteindelijk het Licht ontmoeten,
tot helder weten komen, alwetend
worden en terugkeren tot stil Begin
waarin de eindmeet oplicht als een
Laatste Woord dat nooit werd
uitgesproken, maar ons ontvangt
als een beginneling.

Winterslaap

Als alle wolken zijn verdwenen
zal ik de woorden vinden aan
de horizon, een nieuwe taal
zal dan ontwaken uit een
winterslaap, en golf na golf
spoelen de letters aan, ik hoef
ze enkel te verzamelen zodat
ik dit verhaal kan schrijven
in het zand, en als ik dan
wandel over water neem ik
ze mee, helemaal
tot aan  de overkant,
voorbij de horizon
van het beloofde land

Reis van de vermoeide Harten

Love and Light

De reis begint, dan is het goed om aan de tafel
voedsel in te slaan zodat de geest zich leeg kan
maken, ruimte biedt voor indrukken die
onderweg het oog opvallen als het ver voorbij
de horizon weet dat in de wolken reeds
ontwaken  sluimert voor vermoeide Harten.
Dwalend zwerft de nachtegaal doorheen
inktzwarte Duisternis en toch is hij nog te
onderscheiden, klapwiekend verplaatst hij
de armen die hem dragen, voor het oplettend
Oor vertelt hij over het zachte diepe Weten,
de geborgenheid die men ontmoet als Hout
ontvlamt  nadat het spaarzaam werd verzameld
om ontvankelijke Warmte te verspreiden,
om te delen wat in Winters werd gestapeld
om reeds Zomers te ontvangen, terwijl
de Lente nog op zich laat wachten.
Zo begint de reis, een vaag vermoeden
wat het reisdoel wezen kan is lang reeds
opgeborgen in de kamers van het huis
dat men tussen kale bomen losgelaten heeft
nog voor de reiswind hen onstuitbaar heen
en weer liet zwiepen: zoals een woord kan
komen aangewaaid nog voor het wordt
gesproken, nog voor het oren vindt om in
te wonen, nog voor de taal bestaat waarin
betekenis kan huizen, net zoals ik hier
het lichaam vond dat wenkte, terwijl ik
nog duizenden lichtjaren verwijderd was
van openbloeien, zo klopt de reiswind aan,
een vuurtoren die pal de hoogste golf weerstaat
en zuiver Licht geeft, een straal die als
een navelstreng de sterren likt. Ja, zo begint
de reis, de reis van de vermoeide Harten,
zij weten dat waar Licht en Water elkaar raken
rust te vinden is, een Poort naar diepe en
verwelkomende Warmte die uitnodigend is,
de ogen opent voor wat nog in onzichtbaarheid
verborgen lag, maar toch Aanwezig is, zoals
het maanlicht slechts wordt opgewekt als zij
haar donkere zijde aan de wentelende Zon ter
koestering aanbiedt, groeiend, zoals verlangen
eenmaal losgelaten plots vervulling vindt,
zo komt de reiswind en zo begint de reis,
zo komen zonder aarzeling de eerste stappen.

Afbeelding > Sopena de Carneras, Leon, Spanje