Maandelijks archief: april 2012

Nu

Geen einde noch begin
bestaat er in dit tijdloos nu
en almaar word ik hier
opnieuw geboren
Omkijkend zie ik hoe
de toekomst zich voor mij
ontplooit en vooruit
openbaart ’t verleden mij
al haar geheimen
Zo kan ik rusten
in dit  ogenblik
zoals de wind
zonder verlangen
onzichtbaar
langs mijn wangen
dit moment vervult
onzichtbaar maar
aanwezig

Duizendblad

(bij het raadplegen van de I Tjing)

Vandaag bloeit in de tuin het 1000blad,
de bladeren waren niet te tellen,
de kleuren wonderschoon.
Evenzoveel bezoekers  proefden
van hun geur zoals een grote 100.
Zij spraken vreemde talen,
het leek wel Babylon,
zij stelden vele vragen,
toch scheen voor allen net dezelfde zon.

Zij plukten allen achteloos een stengel,
bleven met 50 achter,
toen kwam er 1,
en die verzamelde hun vangst.

Met welke vragen bleven zij toen achter?
Welk blad werd toen beschreven,
naar welke kleur ging toen
hun voorkeur uit en
welke geur bleef op hun netvlies branden?
Nochtans zingen zij samen op dezelfde melodie,
drinken zij allen van dezelfde bron.

Zoals vandaag de vissers in het ronde
dansen, als prinsen en prinsessen,
zo sprak ooit Polonius:
“Though this be madness, yet there is method in it”.

Vandaag bloeit in de tuin het 1000blad,
geboeid wordt dan het kijken,
gesluierd de herinnering.

Waarom nog tellen als de som geweten is?
Vandaag bloeit in de tuin dit monument:
gebouwd voor eeuwigheden,
opgetrokken met handen in onzichtbaarheid.

Wij kijken onbegrijpend toe als 1
die weet dat antwoorden nergens te vinden
zijn voor wie oplossend zoekt.

Waarom dan niet verdwijnen in de tuin,
waar nu het 1000blad vertoeft,
waar 1000 vragen wonen als een grote 100,
waar alle stengels eens geteld dit antwoord bieden:

de vrouw staat hier centraal,
en voeding komt als in families banden
helder staan en uitgelicht,
zo groeit verbondenheid.

Vandaag bloeit in de tuin het 1000blad,
het vragen is er klaar,
de Liefde groeiend.

(Het raadplegen van de I Tjing met de stengels van het duizendblad ~Achillea Millefolium~ is één van de oudste methodes om 1 van de 64 hexagrammen een licht te laten schijnen op de gestelde vraag. Daarenboven vereist dit een grote concentratie om de tel niet kwijt te raken. Omdat het hele proces wel wat tijd in beslag neemt (i.t.t. tot het snellere muntjes gooien), is het een zeer geschikte manier van meditatie)

ps: het Engelse intermezzo komt uit Shakespeare, “Hamlet”, Act II, Scene 2

Lokroep

Want wat in ziel wordt opgevangen is,
een is dat altijd zijn zal zo blijft duren,
in morgen en in avonduren

Buiten huilen, roepen schreeuwen daar,
daar en je kan er niets aan doen,
je kan, je kan er niet aan raken,
je kan, je kan er niet om heen,
je kan, je kan er, je kan er niet, 
er niet van slapen,
je kan, je kan er niet van waken,
want buiten, buiten huilen, roepen schreeuwen,
en je kan het niet verhelpen
want bedwelmend,
want verdovend,
tot je oren tuiten,
het is een wakker slapen buiten,
van alles wat zich binnen dan heeft opgeslagen,
en daar,
net daar verzameld tot een overlopen
tot een laatste druppel
die zich vallen laat op al je wangen,
al je verlangen huilt, vecht, wilt troosten
en roept schreeuwen,
daar, een niet te stelpen stroom,
en daar, daar liggen al je woorden
ze liggen daar, naakt,
o, hoe achteloos hebben je lippen, o,
hoe achteloos hebben ze alle betekenis ontmanteld,
verteerd
en daar,
net daar dat omhullend en beschermend weten
schijnbaar meedogenloos laten verdampen,
ja, buiten, buiten huilen, roepen schreeuwen
in een niemandsland,
en er is geen antwoord meer,
alle echo’s zijn verstomd, en je vaart verder,
wat draagt je nog,
wat vraagt je nog
of dit kompas de uitgeslagen koers aanwijst
of doldraait als een windroos
die niet meer weet welke wind te vangen
om dit verlangen in te klanken

Want wat in ziel wordt opgevangen is ,
een is dat altijd zijn zal zo blijft duren,
in morgen en in avonduren

Winter, zomer, herfst of lente,
is het een roeping of een lokroep,
verwachting of verleiding,
is het vervulling, meer of minder,
is het versmelting, vereniging, 
of is het slechts een oud verdriet,
dat plots de uitweg heeft gevonden
om als een lavastroom alles te bedekken
een niets ontziende niet te stuiten opwelling
die alles wat het op zijn weg vindt meedogenloos versmacht
tot enkel rook nog over blijft die alle horizonten hult in duisternis,
waar zelfs de zon geen opening in vindt
om licht te brengen in dit vertwijfeld hunkeren,
dit heen en weer geworpen worden?
Is het een roeping of een lokroep?
Winter, zomer, herfst of lente, een luisteren of fluisteren?

Want wat in ziel wordt opgevangen is,
een is dat altijd zijn zal zo blijft duren,
in morgen en in avonduren

O, en plots,
in niemandsland ontwaakt een nieuwe melodie,
ze trilt op golven  van een eeuwig duren,
ze jubelt in de nerven van mijn ziel
die langzaam slechts geheimen prijsgeeft,
die blad na blad en mondjesmaat het weten openvouwt in stilte,
O, waarlijk,
het is een onbekend seizoen,
een opening zoals tussen een ademtocht
die van ophouden niet weet,
het is, het is,
en naar de hemel reikt een witte boom,
niet om aan te raken maar om aangeraakt te worden,
zoals de winter en de zomer, lente en de herfst, slechts golven zijn
die heen en weer, en meer en minder,
vervuld of hunkerend, hoog of laag,
altijd een bedding en een oever nodig hebben,
een strand om aan te spoelen,
een rots om op te breken,
nu hoor ik ook geen roeping en geen lokroep meer,
het oud verdriet kan zich te ruste leggen in dit witte weten,
want het is nu opgelost,
en in die samensmelting der seizoenen
voel ik hoe jij een druppel op mijn wangen achterlaat,
die daar niet opdroogt maar begint te stralen,
een zonneoog waarin dit nieuw seizoen dan bloeien kan,
O nee,
je zingen is geen dwingen

Want wat in ziel wordt opgevangen is ,
een is dat altijd zijn zal zo blijft duren,
in morgen en in avonduren

Het zijn dat tot zich neemt en toch niet toeneemt,
dat voeding voedt,
en dan gevoed zoals in ochtenduren, ontmoet
om dan in avonduren te ontwaken,
en ziet,
en ziet zelfs zonder,
zelfs zonder groeit en bloeit dit zonderlinge zijn,
en wast, neemt af,
zoals de zee in oceanen en oceanen in de zee,
zoals de druppel in het water,
het water in  diezelfde druppel,
steeds in en om en door en over alles,
alles heen en weer,
nu binnen, dan weer buiten,
O ja,
en in en uit, zo jij en ik, zo zon en maan,
zo ademend, zo één in twee,
een steeds opnieuw en onophoudelijk beminnen
van wat nu zichtbaar zich onzichtbaar nestelt
in de stroom van deze tegenwoordigheid,
zich fluisterend zomaar ontplooit

Want wat in ziel wordt opgevangen is,
een is dat altijd zijn zal zo blijft duren,
in morgen en in avonduren

Een adem die zich uitstrekt over alle weten,
en tot in het diepste, hoogste kijken, voelen kan en kan vergeten 
om daaronder bloot te leggen
wat in oorsprong was bedoeld
om in de tuinen van het hemels rijk te bloeien,
sterrenstof,
nog niet opgewaaid, onbezoedeld
zonder betekenis
de lokroep van wat zo in ziel ligt opgevangen,
een is dat altijd zijn zal
zo blijft duren

afbeelding © Lennart Nilsson

To Have And To Hold

Shall I hold you or shall I set you free?
Your voice came to me from afar,
the sun was setting, and there was a smile

Shall I hold you or shall I set you free?
What is the home of this one leaf?
Where is the tree it once belonged to?

Shall I hold you or shall I set you free?
What purpose has the wave
that springs from ocean deep?
Is it aware of beaches far away
where it will rest its wing?

Shall I hold you or shall I set you free?
What happens with the cloud
that now is dancing with the sun?
Shall it not once return
and rest next to that wave
in ocean deep?

Shall I hold you,
O, shall I hold you or shall I set you free?
Your voice came to me from afar,
the sun was setting and there was a smile
and then a word:
there is no holding nor is there setting free,
because in oceans deep a Love is stirring all,
it sets out endlessly,
and it inspires the hand
that is now touching you,
O, then I shall hold you and so set you free.

written @ the wedding of my nephew Stefan & Neda

Stenen Vleugels

Tussen de wolken vond ik naast de zonnestralen
tranen, tussen gisteren en morgen vond ik jou,
hoe diep toch is dit wederzien, hoe gaat mijn hart
tekeer, want nu je er niet bent liet je toch druppels
achter die nu liggen te schitteren in dit avondlicht.
Ik liep bijna voorbij, maar steeds was je er weer,
als om te zeggen: ik ben je niet vergeten, kijk:
het staat in deze steen geschreven reeds lang voor
je geboren werd, en omdat je zou geloven dat ik
het echt wel ben liet ik mijn veren waaien en deze
schenk ik jou, de steen om nooit meer te verdwalen
en je hier te houden, verankerd met de aarde,
de veer zodat je altijd mij kan vinden en onze
zielen zich verbinden. Tussen de wolken zullen
wij verenigd zijn naast zonnestralen en in tranen,
niet van verdriet, maar van de vreugde waarin
onze Liefde zingt, schitterend in dit avondlicht,
daar zal verlangen dan versmelten, daar vieren wij
de teugels, daar krijgen stenen vleugels.

afbeelding: Simplonpas, Zwitserland,  juli 2008, onderweg naar Les-Saintes-Maries-de-la-Mer 🙂