Kerven

Het lijkt wel of ik in
dit bos verdwaald ben
en geen uitweg vind,
zelfs niet meer kiezen
kan tot ik uiteindelijk
besef hoe hier geen
boom een andere tot
spiegel heeft, dus hoef
ik ook geen schors te
kerven om wegwijzers
te plaatsen en deze pijn
te dempen, slechts als
ik deze angst durf
toevertrouwen aan de
bescherming van hun
oud verhaal  herken ik
plots het pad dat ooit
mijn keuze was
en onbelemmerd
en ontvankelijk
voor mij werd uitgelegd

Levensreis

Wees als de zon
die duisternis verdrijft en die eerst rood verschijnt,
zoals je wangen als je brandt van liefde

Luister hoe vogels
reeds het licht verwelkomen dat weldra schijnen zal
terwijl de nacht nog niet verdwenen is

Alles wordt warm,
zelfs als de winterzon de schaduwen doet langer worden 

Wees als de zon
bij ’t ochtendgloren, en je duisternis zal smelten met het licht

Weet dat je steeds een antwoord krijgt,
soms plots, soms langzaam, maar iedere dag opnieuw

Hou vast aan de gekozen koers,
en laat je hart kompas en anker zijn

Wees niet bevreesd voor ’t duister van de nacht:
hij hoort bij elke dag zoals geliefden bij elkaar

Wees niet bevreesd om wachtgeld te betalen,
het is de stilstand die beweging brengt

Wees als de vogels
die zo blij de zon in al haar pracht ontvangen

En als je soms het nest verlaten moet, vlieg niet te hoog,
vermoei je ogen niet met wat veraf nog onbereikbaar ligt
maar vertrouw je eigen vlucht, je eigen weg,
laag bij de grond zullen je vleugels vinden wat je nodig hebt 

En weet dat iedere ontmoeting al in zich het afscheid draagt
En weet dat in het afscheid steeds een nieuw ontmoeten wordt geboren 

Wees klein
zoals één zandkorrel het begin is van je droompaleis 

Wees klein
zoals één druppel groeit tot zee

Wees klein,
en daarin groot 

Neem tijd om stil te staan als ’t afscheid nemen dan gekomen is
en voel de warmte van een nieuwe weg

Want afscheid nemen is geboren worden in een nieuwe dageraad

Atlantis

Er is een wereld die onontgonnen
nog te wachten ligt, die ik verliet
in alle onschuld en ontvankelijkheid,
ongeschonden, waarin ik woordeloos
kon groeien, waar ieder ogenblik
ondeelbaar de verwachting droeg
van eeuwigheid.
Er is de wereld waar ik binnenging,
die me ontving en waar ik leerde
spreken in een nieuwe taal die ik
slechts vaagweg kende van hen
die waren teruggekeerd.
Ik wilde proeven van dit oud verhaal
maar vond een spoor dat enkel verder
leidde van de haven waar ik ankerde.
O, dan gooi ik alle trossen los,
verwelkom ik de horizon, de steven
pal gericht op het verdronken land.
Zo keer ik terug, zonder een woord,
maar met een nieuw verhaal.