Dagelijks archief: januari 25, 2012

Wie

Wie ben je zeg het mij, wie ben je,
wie zal zeggen dat jij het bent als
ik niet weet wie je bent? Zoals een
blad dat dwarrelt in de wind zie
ik naar jou, ik wil je met mijn ziel
bereiken maar je waait steeds verder
weg, wie ben je, zeg het mij. De boom
blijft achter en houdt er stug het
zwijgen toe, hij heeft je losgelaten
zijn takken wuiven nog, je afscheid
deert hem niet, en jij waait verder,
en kijkt met snel verkleurend licht
naar wat je zo lang wakker hield.
Wie ben je, zeg het mij ik zou je zo
graag leren kennen, maar je waait
steeds verder, alsof je mij ook
losgelaten hebt. En ik blijf achter,
zwijgend zie ik hoe wolken met je
spelen, hoe je in hun armen wiegt
jouw afscheid ken ik niet en toch
wil ik jou zo graag horen zeggen
wie je bent. Je zwijgt en daarin
herken ik plots aanwezigheid ,
alsof niet ik maar jij het was die
vroeg: wie ben je zeg het mij.

Werken

Zou het hier goed wonen zijn?
Het water kent geen wederwoord,
het vloeit zijn leven zoals ons spreken
in de bedding van het luisteren.
Waar zijn de kinderen die in hun spel
onder de toren alle tijd vergeten?
Waar in het gras langs groene bermen
liggen de uitgestrekte tekenen
van samenzijn?
Waarom dit stromen nu nog vast te leggen
op het netvlies van geheugenbanen?
Zal dit verleidingsspel nog duren
tot de stenen zullen zijn verdwenen?
Zoveel tranen liggen hier te wachten op de zon.
Dit gras is vochtig, vruchtbaar,
maar het groeien kent nog geen begin.
Vader wandelt hier eenzaam tussen
de liederen van vogels die de muren strelen.
Hij is er niet, enkel in wonen.
Voorbij de verte kan hij de aandacht
merken van dit Werken, zoals toen je
ontwaakte uit een vlucht, een helder
zien van wat met onzichtbare inkt
geschreven staat.
Zou het hier goed wonen zijn?
Want altijd heb je geloofd in wat je
ogen toonden.
Altijd kwam het kijken voor het weten.
Wie moet vergeving vragen?
Wie blijft zieltogend achter in dit dorp
waar eens vergeten woonde?
Dan zullen ogen in de nacht oplichten
als opalen, dan zal verdwalen leiden
naar sporen die de stenen achterlieten,
dan zullen aan tafels van de hoop
de glazen klinken, in Werken zal
het dan goed wonen zijn,
dan zal de watermolen verhalen malen
waarvan het goed proeven is.
Verder wandelt vader, in Werken woont hij,
zijn voetstappen vragen niet langer om
gevolgd te worden, want hij is er niet,
enkel in Werken.

(geschreven bij een bezoek aan het West-Vlaamse Werken, deelgemeente van Kortemark)

afbeelding: Kruisstraatmolen, Werken