Dagelijks archief: januari 14, 2012

Erlenmeyer

Een naam is als een kolf
waarin het bloed verzamelen
kan: letters ademen er als
gedistilleerde resten, atomen
in een legering, een mengsel
van zout en zand en tijd,
gestold  als edelgas drijven
ze boven, hun uitspraak
zorgt voor oplossing,
en samengesteld
ligt er  een spoor voorbij
de maan van Jupiter voorbij
de sterrennevel Hart en Ziel

Golgotha

Gesprek met een ter dood veroordeelde

Het wachten is op bloed dat rijkelijk zal vloeien
als inkt van zwart gesmolten over groen, helder,
de nachtportier zal drenken in een zee van vuur,
het wachten is op bloed dat rijkelijk zal vloeien
als het zonlicht dan de klinkers zal weerkaatsen
die in hout gedreven zijn, waarmee het kloppen
wordt geschreven waar mijn aders van door
drongen zijn, verschroeiend manna dat zomaar
uit het inktzwart komt gevallen als uitwerpsel
van ingeboren overschot, verstikkend in dit helder
modderwater, O,
het wachten is op bloed dat goed dat bloedt dat
rijkelijk zal vloeien als tussen vingernagels de eelt
bezwijkt voor etter,  als wolken waaruit regen nog
niet druppelt maar die toch al zwanger zijn, O,
het wachten is  op bloed dat rijkelijk zal vloeien,
keer op keer, een periodiek van eb en vloed, als
inkt van zwart gesmolten over groen, helder,
de nachtportier zal aankijken en stamelend vragen
“lees mij dan”, laat mij weerklinken, zoals die spijkers
die in hout gedreven het kloppen zullen schrijven
waar mijn aders van doordrongen zijn, zoals
de nerven van dit blad waarop plots de schatkaart
zich ontplooit en daarop  dan de wegen zijn gebrand
die leiden naar het Paradijs, O,
het wachten, ja, dit wachten is als bloed dat eindelijk
kleur bekennen zal, de kleuren waarmee ik jou als
ademende regenboog omspande, die jou hemelhoog
tot manna puren, O,
je was verrezen en ik offerde mijn bloed dat zomaar
uit het inktzwart kwam gevallen als uitwerpsel van
ingeboren overschot, verstikkend in dit helder
modderwater, O,
het wachten kan niet langer, het bloed heeft mij
genomen, ingenomen, opgeslokt, nu ben ik dan
een inwerpsel dat niet te stelpen valt, een laatste snik,
tot bevend ik dan open voor de dagportier, O,
het wachten wordt hier rijk beloond want kijk:
nu, ja, nu vloeien wij samen in dit helder inktgordijn
van zwart gesmolten over groen, verlossing dan,
eindelijk opgelost.

(afbeelding: “Kristos”, Ferdinand Vercnocke, Olie op doek, 100 x 80 cm)