Tagarchief: wonen

Gelukswegen

Heart and Soul

En heb je al geteld hoeveel er wegen zijn
die leiden naar geluk?

En heb je al geteld hoeveel er wegen zijn
die je bezingen kan voor je de notenbalken
van dit levenswerk kan componeren?

En heb je al geteld hoeveel ik hou van jou,
hoeveel ik je vertrouw,
hoevele malen ik je zeggen wou: “ik zie je graag”
en zei: “liefste, laten we aan tafel gaan”?

O, heb je al geteld liefste hoevele huizen
ik bewoonde en geen enkel vond
waarin het wonen zo gezellig, zo ontroerend,
zo eenvoudig was als dat van jou?

En heb ik al geteld hoevele malen ik
jouw ogen zag en daarin de brieven las
die je me schreef, die je me dagelijks schrijft
en waarin je telkens weer dezelfde zin herhaalt,
geschreven in dat handschrift dat enkel ik
ontcijferen kan?

O,
te weten dat je bij me bent,
dat je in me bent,
dat ik zo overloop van jou,
wat heeft dat overlopen nog voor zin,
want telkens als ik tel
kom ik weer bij hetzelfde uit:
er zijn drie wegen,
drie wegens slechts:
één weg die leidt naar jou
en één naar mij,
maar de mooiste weg liefste,
de mooiste weg is die
waarop ik nu in blijdschap wandel,
het is de weg van jou en mij

(foto: Sterrennevels “Hart & Ziel” ~ zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zielnevel)

(voor de huwelijksverjaardag van J. & M., Kortenberg, 2010)

Werken

Zou het hier goed wonen zijn?
Het water kent geen wederwoord,
het vloeit zijn leven zoals ons spreken
in de bedding van het luisteren.
Waar zijn de kinderen die in hun spel
onder de toren alle tijd vergeten?
Waar in het gras langs groene bermen
liggen de uitgestrekte tekenen
van samenzijn?
Waarom dit stromen nu nog vast te leggen
op het netvlies van geheugenbanen?
Zal dit verleidingsspel nog duren
tot de stenen zullen zijn verdwenen?
Zoveel tranen liggen hier te wachten op de zon.
Dit gras is vochtig, vruchtbaar,
maar het groeien kent nog geen begin.
Vader wandelt hier eenzaam tussen
de liederen van vogels die de muren strelen.
Hij is er niet, enkel in wonen.
Voorbij de verte kan hij de aandacht
merken van dit Werken, zoals toen je
ontwaakte uit een vlucht, een helder
zien van wat met onzichtbare inkt
geschreven staat.
Zou het hier goed wonen zijn?
Want altijd heb je geloofd in wat je
ogen toonden.
Altijd kwam het kijken voor het weten.
Wie moet vergeving vragen?
Wie blijft zieltogend achter in dit dorp
waar eens vergeten woonde?
Dan zullen ogen in de nacht oplichten
als opalen, dan zal verdwalen leiden
naar sporen die de stenen achterlieten,
dan zullen aan tafels van de hoop
de glazen klinken, in Werken zal
het dan goed wonen zijn,
dan zal de watermolen verhalen malen
waarvan het goed proeven is.
Verder wandelt vader, in Werken woont hij,
zijn voetstappen vragen niet langer om
gevolgd te worden, want hij is er niet,
enkel in Werken.

(geschreven bij een bezoek aan het West-Vlaamse Werken, deelgemeente van Kortemark)

afbeelding: Kruisstraatmolen, Werken

Wonen

Vandaag zou ik zingen willen met
een stem die uit de wolken klinkt,
alsof pianotoetsen op de golven
komen aangespoeld in onbekende
kleuren, en als je vingers even deze
pracht beroeren ben je stomverbaasd:
het is alsof uit ziel geboren schatten
eindelijk het zonlicht mogen zien.

Vandaag zou ik zingen willen met
een stem die uit de wolken klinkt,
een Liefde die zolang gedragen
eindelijk tevoorschijn treedt in alle
pracht en praal, die enkel vraagt om
hier te mogen wonen, te blinken als
een ruwe diamant, die eeuwenlang
haar licht in duisternis onthullen
moest.

Vandaag zou ik zingen willen met
een stem die uit de wolken klinkt,
als tranen van geluk, want zie: ze
worden opgevangen en gedroogd,
bewaard als edelstenen om
de woning van het Hart te laten
schitteren, zodat allen stomverbaasd
dan mee dit lied met zachte lippen
willen delen.

Vandaag zou ik willen zingen met
een stem die uit de wolken klinkt,
onzichtbaar, zo aanwezig, overal
nu, overal ben je nu thuis, je hoeft
niet meer te zoeken, hier ben je nu
en hier mag je nu wonen.

Zonnestraal

Nu ik op wolkjes wandel zie ik waar
zonnestralen wonen, waar zij in
kamers zomaar binnendringen,
hun licht werpen in al mijn hoeken
zodat alles wakker wordt. En ook
de maan doet mee, want helderheid
slaapt nooit. Nu ik op wolkjes wandel
lijk ik wel te drijven, schommelend
met bolle zeilen op en neer te deinen,
zelfs in het oog van stormen is het
nooit windstil. Nu kan ik wonen
tussen takken, wieg heen en weer,
in golven spoel ik aan op stranden
waar geen voetafdruk ooit  zand
verlegde. Nu ik op wolkjes wandel
los ik op in blauwe hemels, schater
tussen sterren en val in druppels
neer. O, mijn hart loopt over, het
houdt niet op met kloppen, en
elke overslag laat bliksem flitsen,
zoals een zonnestraal die zomaar
kamers binnendringt, en mij
laat wandelen op wolkjes.