Verdampen

Als alle woorden zomaar verdampen,
oplossen in zonnestralen, om dan in
wolken nieuwe verhalen te beginnen
die door de wind gelezen, op het gras
geschreven worden, en als ik dan ga
liggen, mijn hart laat rusten, al mijn
verlangens overgeef aan het zachte
strelen van de halmen op mijn huid,
als ik dan adem, word ik opnieuw
geboren, ik zwem in licht, ik denk
niet meer, ik hoor je stem, een nieuwe
taal, een hemels ochtendgloren, alle
tranen dan verdwenen, zonbeschenen,
ik hoef niet meer, als ieder woord
zomaar verdampt dan ben ik opgelost,
gedragen in een dieper weten: zo licht
wist ik het wel, ik was het niet vergeten,
wat door de wind gelezen wordt gaat
nooit verloren, je hoeft het enkel te
vertalen uit het strelen van de halmen
op je huid: welkom, welkom, je bent
de liefde van mijn leven.

Laatste woorden


Liefste, want zo noem ik je, vind je
dat nu vreemd? Je naam was niet meer
op mijn lippen te bespeuren, misschien
net nog op het puntje van m’n neus,
dat vertelde ik je laatst, toen ik je
ergens tegenkwam in een verloren
ogenblik. En, liefste, vind je dat nu
vreemd? Kijk mee en zie hoe langs
de takken druppels kruipen, een
boom waarvan we samen ooit de
wortels droog hebben geschud, om
ze daarna in vaste grond met water
te besprenkelen. Nu reikt hij naar
de sterren. O ja, liefste, het is een
woord om nooit meer te vergeten,
het staat geschreven in de handpalm
van het leven, en die schenk ik je.
En, liefste, vind je dat nu vreemd?
Liefste, laat dit het eerste en het
laatste woord zijn tussen ons, laat
het een wind zijn, een waaien, een
keten die als een parelsnoer een
thuiskomst vindt. Liefste, laat dit
een zeventeken zijn dat ons verbindt,
zoals de maan soms voor de zon
schuift zodat we overdag de sterren
zien, verblind. Liefste, weet je nog
hoe we rond het vuur in vreugde dansten
tussen vonken, en hoe ze dan als sterren
vielen op het gras? Liefste, want zo
noem ik je, vind je dat nu vreemd?
Want liefste, nu je naam is uitgestorven
op mijn lippen, nu spreek ik hem uit,
nu wil ik dat je niet vergeet en weet,
nu wil ik dat je uit mijn laatste adem
nog de liefste voelt, want liefste, ja,
dat ben je wel, ik wil dat je hem spreekt,
o nu liefste.

Roaming In The Womb Of Being

Song:
 “There’s a beautiful strength going out from you”

~ ‘There’s a beautiful strength going out from you,
there’s a beautiful source in you,
so if we unite in harmony,
together we can be a stream,
a stream of love and compassion,
of joy and equanimity,
refreshing each dale,
by tracing the path of living mindfully.’

Composition/Lyrics: Bert Evens / Arrangement: Mudita
Sung by Bert Evens & Jyoti Singh

Steel Art Work:
” Vagina, Cathedral of Religion” by Frans De Medts, Oostduinkerke, Belgium

Photography & Lay Out: http://www.boutman.com

Charter Of Our Lady Of The Rainbow Roses

Originally I wrote these words as a “Charter”, & as most of my poetry these words came ‘inspired’, as in the Latin ‘in’ + ‘spirare’ = breathed into > it’s what incessantly calls me to be expressed by the Alma Mater, Womb of Being. This Charter is meant to serve as the basis of what might once become a school. Today I dedicate these words  to the victims of the Norway Massacre & all innocent victims of violence, unjustice and deprivation worldwide.

AVE MARIA ~ Prayer To Our Lady Of The Rainbow Roses

11 Times 2:

1.   Find the Silence In Your Father’s Words
2.   Go With Passion, Motherly
3.   Consume The Neverending, The Flaming Fire 0f Your Heart
4.   Burn Desire With A Golden Touch
5.   Walk With Wind And Carrying Clouds
6.   Dance With Words And Not To Speak
7.   Change With Seasons In Eternity
8.   Build A Home 0n Water Drown In Tears
9.   Fly With Wings, Never Descend, Still Walk On Earth
10. Watch The Sunrise Of Your Innate Being
11. Laugh, Love, Never Leave

AVE ~ AMEN

Music: “Noble Silence”, Bert Evens (Composition & Tenor Flute)

Production & Photopgraphy: http://www.boutman.com
(Pictures taken @ Garden Shrine)

Zand

Rainbow 155

Zoals de wind het zand schuurt tot voetstappen verdwijnen,
fijn maalt, bedekt wat ooit een indruk achterliet, werd opgericht,
zoals wat achterblijft nogmaals dan golf na golf wordt glad gestreken,
zo neemt de zee herinneringen mee tot ze in tranen dan opnieuw
verschijnen, en op je lippen proef je wat in hart gegrift door ogen
dan wordt teruggegeven, het zoute branden, en je wordt overspoeld,
vingers, handen, armen, heel je lichaam wordt bestraald als door
het wentelende vuurtorenlicht, dat tolt, en draait en keert, dat
in de zwarte nacht zich slingert dwars doorheen je diepste plooien
tot in de nerven van je aders in bloedstollend stromen,
golf na golf, tot dan de wind komt en zich zacht te rusten legt,
en je bedekt en toedekt met een zachte adem,
zo neemt de zee herinneringen mee,
en blijft het zand steeds achter als getuige.

(afbeelding: Vuurtorenrots, Nazaré, Portugal, Juli 2013)