Nu ik op wolkjes wandel zie ik waar
zonnestralen wonen, waar zij in
kamers zomaar binnendringen,
hun licht werpen in al mijn hoeken
zodat alles wakker wordt. En ook
de maan doet mee, want helderheid
slaapt nooit. Nu ik op wolkjes wandel
lijk ik wel te drijven, schommelend
met bolle zeilen op en neer te deinen,
zelfs in het oog van stormen is het
nooit windstil. Nu kan ik wonen
tussen takken, wieg heen en weer,
in golven spoel ik aan op stranden
waar geen voetafdruk ooit zand
verlegde. Nu ik op wolkjes wandel
los ik op in blauwe hemels, schater
tussen sterren en val in druppels
neer. O, mijn hart loopt over, het
houdt niet op met kloppen, en
elke overslag laat bliksem flitsen,
zoals een zonnestraal die zomaar
kamers binnendringt, en mij
laat wandelen op wolkjes.
Zon
Vandaag heb ik de zon gezien toen
je me wolken gaf. Je ogen waren helder
als het water van een vergeten oceaan.
Ooit hoorde ik hoe je vertellen kon over
de vrede van een nieuw begin, over
grasvelden die eindeloos zich plooiden
voorbij de verste horizon en daar kon ik
verdwalen zonder ooit te vrezen deze
weg nooit meer te vinden. Vandaag
heb ik de zon gezien toen je me wolken
gaf, en in je ogen las ik dit verhaal
alsof ik thuiskwam in het paradijs. Nu
weet ik dat je me nooit verlaten kan,
hoe kan het anders want hier heb ik
gewoond in eeuwigheid. Vandaag heb
ik de zon gezien toen je me wolken
gaf, ik zal je niet vergeten, hoe kan ik
je vergeten want je bent er steeds. Als ik
niet wist dat er voorbij de wolken alle
Liefde woont, dan was ik niet. Kijk goed
het zal je niet verbazen, luister, hoor
je de stem die alle tranen droogt, die
alle vragen overbodig maakt, die zelf
het antwoord is. O, als je nu de stilte
kent dan ken je al het spreken, zoals
vandaag. Vandaag heb ik de zon gezien
toen je me wolken gaf, hoe dankbaar
is dit zijn, hoe prachtig is dit vredig
samenzijn, zo helder als je ogen waarin
wolken wonen en de zon, in blijvende
Aanwezigheid.
Zwaan
Hoe enig ben je, zoals je op het water drijft
als een verdwaalde zwaan, hoe enig ben
je in dit wit. Het water stroomt en toch
drijf je naar mij, zo enig ben je. Als ik zou
vragen om in wolken te verdwijnen, zou
ik je toch niet verliezen. Het vuur is kostbaar,
zo breekbaar als de wind, zo teder als
wanneer ik je op armen draag. Niet het
verlangen zal me hier verwarmen, maar
het zachte deinen op de golven van dit
onuitputtelijke weten dat je er altijd bent,
ook al wil ik het ontkennen, zo enig ben
je. Ik kan je niet in woorden vangen want
als ik je uitspreek ben je al verdwenen en
daarom laat ik je in stilte.
Hoe enig ben je, zoals je spreekt, zoals je
zit, zoals je steeds aanwezig bent, ook al
ben je er niet. Ik hoorde van de Liefde
spreken, ik leerde van de Liefde spreken,
zo enig ben je. Je stilte kan zo oorverdovend
zijn en je luistert, ook al ben je er niet.
Mijn handen zijn mijn handen, maar als
ik de jouwe zie dan weet ik waar de Liefde
woont. Ik leerde hoe ik naar je luisteren
kon, wat ben je stil, zo diep kan ik je
vinden, zo enig ben je. Zo ben ik niets,
zo ben jij alles en nog meer. Zo stil word
ik van jou. En zo drijf je dan hier als een
verdwaalde zwaan, zo enig ben je in dit
wit. Dit water stroomt en toch drijf ik
naar jou. Als ik niet wist dat je mijn vleugels
vliegen laat, als ik niet wist dat je mijn stilte
kan ontvangen, hoe kan je dan zo enig zijn?
De regen laat dit water rijzen en je vaart
steeds verder weg, toch zie ik je, je klimt
steeds hoger, wordt een stip, toch voel ik je,
je kruipt steeds dieper in de aarde en toch
hoor ik je, hoe kan je dan niet anders dan
zo enig zijn? Nu word ik stil, ik vind geen
woorden meer, alles ben ik vergeten en zo
weet ik alles want ik heb geleerd, steeds
maar opnieuw word ik geboren, zo groot
is deze Liefde die ik nu ontdekken kan, zo
enig ben je, nu kan ik rusten in jouw uniek
verhaal, nu kan ik slapen, nog nooit was ik
zo wakker, zo enig ben je, zo dankbaar ben ik,
nu
teambuildingsweekend met 7BSO -Haarzorg,
oktober 2008, Durbuy
Druppelstilte
Langzaam druppelt water
tot de rand dan overloopt
en in dit water spiegelt
heen en weer het leven als
een blad dat op de wind
zoekt thuis te komen, of
heeft de boom het blad
verloren? Is dit een afstaan
of een wonder, of zijn het
wonden tussen jou en mij?
Het twijfelen tussen zon en
maan, tussen de bloembladen
waait dan herinnering, ze
trillen als de draden van
een web, gestuurd door een
onzichtbaar grijpen en je
woelt doorheen de sporen
van dit achterlaten, neen
het is geen loslaten, en
toch wordt dit ontbonden,
op en neer en heen en weer
lopen de druppels tot ze
drogen, zich te ruste leggen
tussen de plooien van je
huid, je mantels die je draagt
om al dit ademen in te dekken
als een vacht, een vochtig
worden en een stollen tot
er niets meer overblijft dan
wakker worden in een nieuw
begin dat smaakt nog naar
wat langzaam binnensijpelde
en over randen heen dan
overliep tot het zich spiegelde
aan al je onbegrip, als druppel
stilte die zich hult in zwijgen.
(afbeelding via http://danslessouliersdoceane.hautetfort.com/
Zonlicht
Deze dag draagt zonlicht zoals nooit
tevoren, alles baadt in licht, het is een
helderheid die enkel ’s nachts in dromen
schitterde, daar kon ik het geloven, O,
en nu dan, nu dan zomaar overdag, terwijl
ik langs het water wandel, weerspiegelt
al dat nachtelijk mooi zomaar voor mijn
ogen, nu moet ik wel geloven, nu moet ik
wel geloven dat jij opnieuw geboren bent,
dat jij, zoals die zonnestralen, mij draagt,
mijn dag en elke dag verlicht, zelfs zonder
vragen, O, ik wist het wel maar durfde
niet geloven, ik durfde niet geloven dat
jouw Liefde, dat jouw adem mij al droeg
nog voor dit Licht mij kon bereiken en
ik schreeuw het uit van vreugde: deze dag
draagt zonlicht zoals nooit tevoren, en
dank zij jou voel ik me nooit verloren.





