Maandelijks archief: november 2011

Witte Wolk

Zal ik van de Liefde zingen, zal ik
in je Hart laten weerklinken hoe de
Zon verblijden kan, zal ik in nieuwe
kleuren hemels schilderen zoals die
in je dromen schitteren kunnen,
waarin je wonen kunt als in paleizen,
paradijzen waarin je telkens opnieuw
drinken kan van dit helder weten, dit
niet meer hoeven vragen, dit niet meer
hoeven dragen van de lasten waaronder
schouders haast bezwijken, die daar
ongevraagd zich opgestapeld hebben,
zich hebben ingenesteld, tot je gebukt
nog enkel de afdruk ziet in onze Moeder
Aarde van het gewicht dat in je voetspoor
achterblijft, ja, zal ik van Liefde zingen, O,
die stille, onuitputtelijke Bron van Eeuwig
Leven, ja zal ik van de Liefde zingen, als een
adelaar, een stip slechts cirkelend rond een
hoge witte wolk die drijft op wat je altijd
heeft gedragen, om te mogen Zijn en te
ontwaken zoals je geboren bent?
Dan zal ik met jou dit geloof nu delen,
dat die hoge vleugelslag voorbode van
gevederde verlichting is, een nieuwe
zuiverende zindering die door je aders
stromen zal, zoals de Zon verblijden kan,
wanneer ze straalt doorheen en rond een
witte wolk,  hoog boven onze  Moeder Aarde.

Volle Maandag

O, naast jou brandt  rood verlangen, alsof
je  dit ogenblik verlichten wil. Het is nog
donker, toch klinken vroege zangers die
hier alle spreken dempen tot een fluisteren,
zo is het goed te luisteren naar wat in je
ziel geschreven staat. Mistige sluiers hangen
vochtig over de tuinen van je jeugd waarin
de  duisternis geschreven staat als in een
boek waarover nog het stof verdwaalt van
eeuwen. Zo word je langzaam wakker, er
zijn enkele letters die hierbij je ogen openen,
je dromen worden dan in deze dag gedragen
om te koesteren als aangewakkerd vuur. O,
naast jou brandt rood verlangen, alsof je
dit ogenblik verlichten wil. Zo dankbaar
is het daarin wonen , want alle weten
kan voorgoed versmelten met het lied
dat over alle graven zingt. Knielend tussen
vergeten namen wordt ongeboren hoop
geworpen in de dag van deze Aarde,
manen verzinken in het niets als alle
zonnen dit verdriet laten verdwijnen. Vier
vuren branden, en vier paren zullen deze
gloed bestendigen . O, het rood verlangen
brandt naast jou, O, dit ogenblik wordt
helder en verterend, je wandelt op het
zonlicht dat je voorbij de sterren draagt.
Plots klinkt je ander lied waarin een
schitterende liefde  openbloeit, een engel
komt zomaar op je schouder wonen, uit
alle spiegels straalt je  onzichtbare
aanwezigheid, jouw ogenblik wordt nu
het rood verlangen dat je net nog delen
wou, een bladzijde wordt omgedraaid,
je dag is eindelijk aangebroken, de vloed
is klaar de hemel in te nemen en alle
golven bedekken het gesluierd stof, jouw
dans kan nu beginnen, op deze volle
maandag straal je nu als nooit tevoren.

Postuum

Je brief kwam toe, je lippen waren reeds
gesloten en ik opende opnieuw, zoals je
voor de eerste maal verzegelde geheimen
kan ontsluiten, voorzichtig, stil , plechtig
en nieuwsgierig naar wat voorbij het graf
aan openbaarheid wordt gegeven, zoals
een eeuwenoude farao nog spreken kan,
een schatkamer waarvan je het bestaan
vermoedde die nu schitteren kan in al
zijn goed bewaarde pracht en praal, ter
nagedachtenis van lang vergane glorie,
diamanten, goud en mirre , geschenken
van de koningen en keizers om de verre
reis naar onbestemde overkanten in alle
vrede laten te verlopen. En ik las opnieuw
je lach, je liefdevolle dienstbaarheid in
schuchtere woorden die hun best deden
om slechts te klinken als stil getuigende
vergeet-mij-nietjes, je merkt pas dan hun
geurende aanwezigheid als ze verdwenen
zijn, de leegte die dan achterblijft naast
rozenperken die zich haasten  om die plek
dan in te nemen en om snoeien vragen.
Je brief kwam toe, je lippen waren reeds
gesloten, en toch moest ik openen, en ik
opende opnieuw, je sprak tot mij: vergeet
mij niet, ik ben er nog, ruik je me niet?

Zielen

Er gaat geen ziel verloren. Als alle stemmen
zijn verdwenen ,als alle harten zwijgen als
alle handen zijn gegeven en als in alle ogen
alle blikken zijn gesloten dan weet ik: er gaat
geen ziel verloren, als alle oren hun luisteren
verloren hebben als alle bloed voorgoed tot
stollen komt dan weet ik: er gaat geen ziel
verloren, als alle harde woorden in de oorlog
van het spreken als bladeren gevallen zijn
en alle bomen enkel nog hun schors als zachte
armen dragen dan weet ik: er gaat geen ziel
verloren. Je stem, je hart, je handen, je oren en
je bloed, jouw zachte woorden, je spreken nu
tot mij, zo is het dat ik weet: jouw ziel gaat nooit
verloren.

(afbeelding: Millenium Island > Wikipedia)