Tagarchief: zwaan

Zwaan

Hoe enig ben je, zoals je op het water drijft
als een verdwaalde zwaan, hoe enig ben
je in dit wit. Het water stroomt en toch
drijf je naar mij, zo enig ben je. Als ik zou
vragen om in wolken te verdwijnen, zou
ik je toch niet verliezen. Het vuur is kostbaar,
zo breekbaar als de wind, zo teder als
wanneer ik je op armen draag. Niet het
verlangen zal me hier verwarmen, maar
het zachte deinen op de golven van dit
onuitputtelijke weten dat je er altijd bent,
ook al wil ik het ontkennen, zo enig ben
je. Ik kan je niet in woorden vangen want
als ik je uitspreek ben je al verdwenen en
daarom laat ik je in stilte.
Hoe enig ben je, zoals je spreekt, zoals je
zit, zoals je steeds aanwezig bent, ook al
ben je er niet. Ik hoorde van de Liefde
spreken, ik leerde van de Liefde spreken,
zo enig ben je. Je stilte kan zo oorverdovend
zijn en je luistert, ook al ben je er niet.
Mijn handen zijn mijn handen, maar als
ik de jouwe zie dan weet ik waar de Liefde
woont. Ik leerde hoe ik naar je luisteren
kon, wat ben je stil, zo diep kan ik je
vinden, zo enig ben je. Zo ben ik niets,
zo ben jij alles en nog meer. Zo stil word
ik van jou. En zo drijf je dan hier als een
verdwaalde zwaan, zo enig ben je in dit
wit. Dit water stroomt en toch drijf ik
naar jou. Als ik niet wist dat je mijn vleugels
vliegen laat, als ik niet wist dat je mijn stilte
kan ontvangen, hoe kan je dan zo enig zijn?
De regen laat dit water rijzen en je vaart
steeds verder weg, toch zie ik je, je klimt
steeds hoger, wordt een stip, toch voel ik je,
je kruipt steeds dieper in de aarde en toch
hoor ik je, hoe kan je dan niet anders dan
zo enig zijn? Nu word ik stil, ik vind geen
woorden meer, alles ben ik vergeten en zo
weet ik alles want ik heb geleerd, steeds
maar opnieuw word ik geboren, zo groot
is deze Liefde die ik nu ontdekken kan, zo
enig ben je, nu kan ik rusten in jouw uniek
verhaal, nu kan ik slapen, nog nooit was ik
zo wakker, zo enig ben je, zo dankbaar ben ik,
nu

teambuildingsweekend met 7BSO -Haarzorg,
oktober 2009, Durbuy

Zilvermeer

@ Zilvermeer, Mol, België

Over het Zilvermeer legt zacht
de gele avondzon haar mantel,
rimpelloos, een spiegel waarin
Liefdeswater zich onzichtbaar
wentelt, alsof met trage vleugel-
slag een reiger in windstilte wil
nestelen, stilstaan, altijd dieper
tot de bodem dan de oppervlakte
toont, O, over het Zilvermeer
legt zacht de gele avondzon haar
mantel, dekt toe wat overdag
in zwierig handschrift aan haar
huid werd toevertrouwd, een
minnestrelen, terwijl een late
zwaan dit alles met de beste wil
ontcijfert, en dan terugkeert
tot de oever, terwijl het Licht
verkleurt, onmerkbaar groeit,
in wolken regenbooggebeuren
sterrenwaarts, tot ogen enkel
nog in inktzwart wit ontwaren
en daar, O daar dan over het
Zilvermeer leg jij dan trouw je
adem neer, een mantelvlucht,
een zucht en ik ontvang dan,
opgelucht.