Zielen

Er gaat geen ziel verloren. Als alle stemmen
zijn verdwenen ,als alle harten zwijgen als
alle handen zijn gegeven en als in alle ogen
alle blikken zijn gesloten dan weet ik: er gaat
geen ziel verloren, als alle oren hun luisteren
verloren hebben als alle bloed voorgoed tot
stollen komt dan weet ik: er gaat geen ziel
verloren, als alle harde woorden in de oorlog
van het spreken als bladeren gevallen zijn
en alle bomen enkel nog hun schors als zachte
armen dragen dan weet ik: er gaat geen ziel
verloren. Je stem, je hart, je handen, je oren en
je bloed, jouw zachte woorden, je spreken nu
tot mij, zo is het dat ik weet: jouw ziel gaat nooit
verloren.

(afbeelding: Millenium Island > Wikipedia)

Bezieling

Er is een Woord dat van bezieling spreekt,
het wordt gefluisterd en wie dan onbevangen
luistert naar wat door wind wordt ingeblazen
zal zich in gevouwen stilte zacht verbazen:
het spreekt niet van opstandigheid, het laat
de adem van het leven over zich de handen
leggen zoals golven over zand en die dan
glinsterend daarin de regenbogen laten
schitteren die horizon aan horizon verbinden,
het voelt als nooit tevoren, alsof een hemels
alfabet zich op het strand te rusten legt en daar
geduldig op jouw lezen wacht tot jij betekenis
blaast, zoals de wind die net nog van bezieling sprak.
Dit Woord, dit weten is een mantel en jouw dragen
zal verwarmen tot ver voorbij de eeuwigheid,
tot ver voorbij het hemels klinken van de stemmen
die nu aansporen tot wederwoord, O ja,
er is een Woord dat van bezieling spreekt,
het woord dat aan jouw lippen vraagt
het naar het Hart te dragen, het Woord
dat als een kind gekoesterd in de moederschoot
ontwaken zal wanneer jouw roeping dan
het spreken wordt waarop geboorte
het vervullend antwoord is.

(Egenhoven, Radio Maria, 28-10-2011)

 

Vonk

Er is een vonk die in ons Hart
van Vreugde spreekt en die daar
werd geplant door Handen die
onzichtbaar voor het blote oog
Hun Liefde uitstrooien in rode
regenbogen van eeuwigdurend
Vorstelijk Vuur, er is een Vonk
die wacht op onze handen om
dan samen te ontbranden, er is
een Vonk, die Vuur zal worden,
vlammend van vervuld verlangen,
herinnering aan Handen die in
Voortdurende Aanwezigheid alle
Hoop en alle Liefde dragen, en
daarin het Vuur dat alle tranen
oplost, heelt, genezing brengt,
ons over alle tijden heen tot aan
de Hemelpoorten voert, vervoerd,
tot de ontmoeting met het Ene
enigmakend Vuur, waarin het
Woord wordt opgenomen en
ons spreken dan verstilt tot een
dankbaar gebed van  overgave,
in herkenning van wat altijd
Is, en nog zal Zijn als wij dit
Huis verlaten, er is een Vonk
die in ons Hart van Vreugde
spreekt, een Vonk die  wacht
op onze handen om samen te
ontbranden.

Daarwee

Alsof mijn spieren plots verkrampen, en mijn adem
stokt, mijn lichaam wilt niet meer, het wilt niet luisteren,
wilt enkel schreeuwen, wilt enkel oor, een houvast om
de pijn te stillen van dat willen, van wat aandringend om
geboorte vraagt, alsof in al mijn vezels ik de roep voel vloeien
die zich nu  onstuitbaar aandient als een ongenode gast die
dwingend  om een inkom smeekt maar toegang wordt geweigerd
en toch niet wijken wilt, O, mijn lichaam wilt niet meer, het is
zo moe, zo moe van al dat dragen, van de dagen en de dagen
onophoudelijk vragen om uitkomst, om verlossing, om zelf
opnieuw te mogen zijn de daarwee van een nieuw begin.
En nu, wat blijft er over nu, waarin vind ik de oplossing van
een verlangen dat reeds daarvoor ingang vond? Ben ik een
vondeling, een afgedwaalde ster die hier op deze aarde uit
de hemel viel verstoten uit het land van de begeerte, het veld
van de herinnering, of ben ik slechts een ziel die hier een
haven wilt, een onderkomen, een bedding om zich in te keren?
O, alsof mijn spieren plots verkrampen en mijn adem stokt,
mijn hart wilt alle ballast werpen, mijn bloed laten verdampen
en ankeren, het wilt zich willoos overgeven aan 1 ogenblik, zoals
jouw ogen toen ze zich vooroverbogen, zich in de mijne boorden,
aanlegden en de gekeerde storm in mij liet stromen, O, ik weet
het nu, zo werd in deze kering de orkaan geboren waarvan jij
bent het middelpunt en ik wentel nu, mijn lichaam geeft zich over,
ik beken in golfjes, ik spoel aan, ik ben geworpen, ik word, ik word
de daarwee die zich losrukt uit de bedding van mijn ziel om dan
gekeerd tot rust te komen, mijn lichaam is niet meer,  het is verdwenen,
zoals een druppel voel ik me geborgen in een oceaan die alle werelden
tot oevers maakt, om daar in eb en vloed nieuw leven te bevruchten,
O, ik ben, ik ben de daarwee en ik stroom

(afbeelding @ Wissant, Nord-Pas De Calais)

(het woord “daarwee” is een vondst van Ronald Gibhart
mij aangewaaid via Twitter @ Katja Gebbink )

Ontdekkingsreis

De weg verliezen op een kruispunt is
als bloemen die groeien in het wild,
alle wegen, alle wijzers staan zo maar
op hun kop, helemaal op hun kop, je
kan er zelfs geen staart aan krijgen,
vuur kan het niet smelten, al dat ijzer,
het plooit gewillig, draait en waait in
alle richtingen, een wind van ergens
en van nergens heeft het zoeken
aangewakkerd, wild, opgejaagd als
wild, en tussen al dat wild groeien
die bloemen dan, ze bloeien door
geen mensenhand bestierd, alsof
ze hier zijn aangeland vanuit een
plek op een nog niet gedrukte en
onbestaande schattenkaart, waar
het ontdekken dan een antwoord
biedt, dan zie je bloemen, wild, zo
wild dat je erbij de weg verliest, en
in het wilde weg toch gaat op reis,
die aangeboren, in ziel geprente,
bedoelde en heldere ontdekkingsreis,
wat eens verborgen leefde, toegedekt,
wordt nu ontbloot, wordt nu nieuw
naakt zwerven in  wakkere wereld
in zorgeloze zin, in witte wijn en
zingend samenzijn, in spelend, o,
in één en al , in vuur en vlam, in
letters en in cijfers en in jou in mij
in wij die hier verkeren in een staat
van opperste verbondenheid, en zo
is deze weg verliezen op een kruis
en op een punt, noch kop noch munt,
verliezen om opnieuw te kiezen hier
in dit orgelpunt, het nu waarin we
niet verloren maar waarin we telkens
weer geboren zijn, herboren nieuw, 
als wilde bloemen.