Tagarchief: wakker

Verrijzenis

Wakker worden en de klokken luiden,
wat valt er vandaag te rapen?
Het gras kleurt langzaam wit zoals
ogen die ontsluiten. Zachtjes tasten
vingers in de ruimte van het wonen
naar vertrouwde bruggenhoofden.
Wanneer zullen we dit zonlicht kennen,
wanneer zal laaiend vuur ons duister
nachtverlangen als een feniks doen
ontvlammen, wanneer zullen we opnieuw
verrijzen? Want tot het openend weten
zijn onze zielen in helderheid geboren.
Wat valt er vandaag te rapen nu
de klokken wakker luiden ?
Flitsend trekken vogels strepen aan
de hemel, het is windstil en wolken
schrijven dit verhaal. Kom, kom en
deel de vreugde van dit samenzijn,
kom, kom, ontken de tekens niet, kom,
kom, laat alle zorgen los, en kies
de liefde van je leven, want klokken
luiden, vandaag zal je verrijzen,
kom, kom en je zal rapen wat zomaar
te begrijpen valt, de woorden liggen
wit te wachten in het gras, kom, kom,
proef de zoetheid van hun taal, ze
zullen je bedwelmen, je beschermen,
je vergeven, je moederlijk ontvangen
als het hemels brood dat altijd
al je lijden draagt. Vandaag luiden
de klokken en zij luiden wakker,
vandaag is alle liefs voor jou,
want zo staat het geschreven

afbeelding: klokkentoren Saintes-Maries-de-la-Mer, Frankrijk

Spiegelbeeld

Waar zon schijnt groeit de dag,
de nacht is dan het spiegelbeeld
van ver vervlogen schitteringen
die tussen sterren dan getuigen
van wat in leven zichtbaar was,
waar zon schijnt groeit de dag,
de nacht wordt toegedekt, wie
wakker is aanschouwt een dieper
weten, dat alles wat zo helder
zichtbaar is dan oplicht in een
ander kleed, alsof je plots de
sleutel vindt van kasten die zich
gesloten hielden, dit is de toegang
tot de openbaring van de duisternis:
de zon laat groeien overdag en
laat de nacht het land besturen.

Zoals

Zoals je luistert, spreekt en voelt, zoals
je kijkt en lacht, zoals er tranen zijn, zoals
je armen en je handen, zoals je vingers
zachtjes en zoals je adem  en je hart,
zoals je bloed doorheen je aders, zoals
je moeder en je vader, zoals je bent en
wandelt in het gras en op het water, zoals
je aan de hemel schittert en zoals je
in enkele wolken woont, je langzaam
omdraaien zoals dat uit je schaduw blijkt,
je  zwemmen in een bed van bloemen en
zoals je geur nu door de kamer danst, zoals
je zitten onbeweeglijk, je fluisteren zoals de
nacht, stil, donker zo aanwezig, en je schijnen,
je verlichten doorheen sluiers, zoals je zweven,
je fladderen rond alle vlinderbomen, O, zoals
je bent, zo ben je nu, zo wakker hier in mij.