Vleugeltaal

De vleugels die me dragen zijn me
onbekend, ze tillen me steeds hoger,
hoger, en de lucht wordt ijler, ijler,
tot me de adem wordt ontnomen,
alsof je altijd dieper duikt tot alle
Licht verdwijnt en toch nog dieper
kan
De vleugels die me dragen zijn me
onbekend, en ook dit Licht verdwijnt
terwijl ik lichter word, mijn ogen
dienen niet meer om te kijken, voor
mijn oren is er niets meer dat me wakker
houdt
De vleugels die me dragen zijn me
onbekend, het landschap onbetreden,
alsof het sneeuwt voor jou alleen, er
is een nieuwe adem, O, ik heb het
altijd wel geweten, dit is verdwijnen,
dit is door Tijd gemalen worden, tot
klok gemaakt, en daarin niet meer
worden opgewonden
De vleugels die me dragen zijn als
regenbogen die met hun snaren nacht
verlichten, trillende herauten van een
nieuwe dageraad, sluit je ogen, doof
je oren, kijk, O kijk hoe in dit nieuw
ontwaken alles Enig wordt, hoe allen
zich ontfermen over al dit dragen,
O
De vleugels die me dragen zijn nu
welbekend, antwoord nu op alle
vragen, dit is de nieuwe Taal, luister
dan in Liefdesochtendgloren, luister
nieuwgeboren, luister en open dan
de deuren, de deuren die je altijd al
wou, altijd al wou, altijd al wou

Houvast

Houvast

“Hou me niet vast…”, Johannes 20,17

Het is zoals de wind die tranen waait,
zover het oog kan zien strekt zich de
weg uit waarop ik nu mijn stappen
leggen zal,  ik zal ze toevertrouwen
aan een dieper weten, de wolken
volgen die me zullen dragen naar wat
bij aanvang reeds voor mij was
voorbehouden, O, hou me niet vast
maar raak me aan, want dit is als
de wind die tranen waait, je ogen
worden nu geopend en het Licht
stroomt helder binnen, alles baadt
in open zuiverheid, nog onbetreden
en mijn verlangen om te bloeien
wordt nu aangewakkerd, het is zoals
de wind die tranen waait, en over
alles heen blaast zonlicht regenbogen
los, ik reik naar sterren, O hou me niet
vast maar raak me aan, raak me en ik
zal de overkant bereiken, houvast vinden,
O, voel, voel hoe deze wind in tranen
schrijft dat waar mijn voetstappen
zich drukten de afdruk overblijft
van samenzijn, en daarin dan een
zandkorrel, die schittert als een parel,
O, hou me nu vast, raak me niet aan
maar laat me gaan, want zo word ik
opnieuw geboren.

Vuurtoren

 

Ben ik het Noorden kwijt dan kijk ik naar
het Zuiden, en als ik in het Westen woon
weet ik het Licht aanwezig in het Oosten.
Zo ben ik altijd thuis. Zoals een windroos
waai ik door dit leven , adem regenbogen
word gevangen in een spel van woorden
tot jij me in je ogen vangt, mij leest, mij
laat geboren worden, hoe kan ik dan niet
van je houden? Als alle licht verdwenen
is ben ik er nog, want met je handen laat
je me ontbranden, en met je lippen wakker
je me aan, je adem voedt verlicht verlangen,
in al mijn spiegels laat ik je bestaan, tot ik
mezelf weerspiegeld zie, een zonnestraal
gevangen in dit vurig weten en ik wijs je
aan, zo ben ik niet, zo ben ik altijd thuis.