Tagarchief: hoop

On Suicide, Faith, Love & Hope (Dutch with English subtitles)

An enlightening, intriguing and instructive conversation on suicide, borders, faith, love and hope with Tom, Outward Bound School trainer (in Dutch with English subtitles).
Een verhelderend, leerzaam en intrigerend gesprek over zelfdoding, grenzen, geloof, hoop en liefde met Tom, Outward Bound School trainer.

Staken

 

Vandaag klinkt het parool
het schalt in alle talen.
Kan een gedicht
nog woorden vinden
om de rede te bevolken,
om zwart op wit de karavaan
naar het Beloofde Land te leiden,
het nieuwe Pad  te banen,
om als een voortrekker
banier te zijn van welvaart,
melk en honing,
om het verschil te maken?
Mijn hart dat bloedt,
mijn hoofd besluit te staken.
De luchten trekken zwart en zwaar,
terwijl enkele witte wolken
toch nog hoop vertolken,
het lijken wel soldaten
die hun wapens achterlieten
zich tussen de gelederen nestelden
en van de frontlinie
een schaakbord maakten,
het speelveld van de generaals
blijkt plots een slagveld,
want hun hart dat bloedt,
hun hoofd besloot te staken.
Er zullen altijd woorden over zijn
om pijn te schrijven,
hoeveel nog blijven over
als ook die verdwijnt?
Wanneer de wapens zwijgen
zal er nog voedsel zijn
voor hoop om stilte te bevolken,
zoals ook dit gedicht
dat voor de rede woorden zocht
als witte wolken?
Vandaag klinkt het parool,
het schalt in alle talen.
Terwijl de meesters schaken
roept nu mijn hoofd om bloed,
mijn hart besloot te staken.

Jij

Tranen kunnen vloeien zoals druppels die
onmerkbaar samensmelten in het water van
de hoop. De zon verblijdt je hart en je ziel
springt op van vreugde want de liefde is
geboren. Dit alles zal ik tot het einde aan
je schenken want ik ben vol van jou, dit
is een overlopen , een zo vervuld zijn dat
alle vogels slechts dat ene lied voortdurend
laten klinken. Ik hoef niet meer te vragen
waar je bent, want voor ik deze woorden
spreek ben je er al. Zo kunnen tranen vloeien
die onmerkbaar samensmelten in het water
van de hoop. Het zijn de zonnestralen die
dit verlangen strelen en laten schitteren
als regenbogen , die alle druppels als
even zoveel diamanten om je schouders
hangen. O, ik ben vol van jou, dit is een
overlopen, een zo vervuld zijn dat alle
bloemen voor jouw wandelen een tapijt
ontrollen waarin reeds onze kinderen
verweven zijn. O, kijk: een bruidsluier
bloeit open, een keizerlijke kroon die je
het hof maakt terwijl hoog in blauwe
luchten enkele witte wolken varen als
vlaggenschepen van vervuld verlangen.
Zo kunnen tranen vloeien die onmerkbaar
samensmelten in het water van de hoop.
Zo diep, zo pijnloos, zo genezend is dit
liefhebben dat alle zorgen in het Niets
verdwijnen, zo vol ben ik van jou. Jouw
liefde prijkt als witte anjers, is een teken
van een eeuwig duren. Zo kom ik nu naar
jou, omdat ik weet dat je me zal ontvangen,
en me maaltijd laten delen, zoals tranen
vloeien die onmerkbaar samensmelten
in het water van de hoop.

Verkracht

Wij speelden in de tuin en gooiden hout
over de burenmuur. De Japanse kerselaar
was uitgebloeid, enkel op het gras lagen
de sporen van zijn pracht en kracht als
een herinnering aan zoete geuren en de
kleuren van ochtenden na nachten van
stil verlangen en verdriet. Je kon hem nog
herkennen aan zijn stam, hij droeg geen
vruchten, zijn soort licht enkel op, en kent
de vreugde van het dragen niet. Wij gooiden
hout over de burenmuur, wij speelden in
de tuin met vuur. Wij raapten resten op van
witte berken die we verzamelden als kraaien
die nesten enkel bouwen om ze daarna te
vernielen. Het sap dronken we nietsvermoedend
dat was ons zo verteld. En hoog laaide het
vuur ten hemel om even snel weer op te lossen
in de adem van het ogenblik. Wij speelden
in de tuin en gooiden hout over de muren,
wij lachten onbedaarlijk, ongevaarlijk leek
ons spel. Het vuur bleef smeulen en de zomer
kwam. Tussen het gras plukten we witte
klavers van de hoop die we tussen de bladen
droogden waarin verteld werd over verre
uitgestrekte stranden waarover vele zonnen
zacht hun stralen legden om ons te bedekken.
En toen we in de winter bladerden herkenden
we hun afdruk niet, enkel de witte vlokken
die in de kom van onze handen weigerden
te smelten. O, zo koud en kil, wat werd het
stil, verstijfd zoals het hout over de muren
van de buren, zoals de tuin waarin het
spelen nu verdwenen was. Het vuur bleef
smeulen en de lente kwam. Wij wachtten
dan de witte kerselaar, maar hij bleef
sprakeloos, tegen de blauwe luchten schreef
hij een uitgebloeid verhaal, vermoeid en
doodgebloed. Wij speelden tuin en gooiden
hout over de burenmuur, verdwaasd