Zweven

Het is zoals een zweven tussen de hemel en de aarde,
tussen mijn hart en ziel,  het is zoals een zweven,
even geven, even  nemen, zoals hoog in de wolken
ik geboren ben.  Het is zoals en zweven en soms is het
dan goed van wat als een geheim tussen de heuvels van
dit Ruigoord ligt geborgen nog even  in zijn rust te laten.
Het is zoals een zweven en mijn hart gaat hevig  heen
en weer tussen dit weten en vergeten.
Tussen de bladzijden vergeeld heb ik je dan gevonden,
je lach was welbekend, zoals een zweven heb jij me dan
herkend. De hemel  werd dan uitgeklaard en hoger
nog kon ik de adem vinden die te ruste leggen kan.
Het is zoals een zweven tussen de glimlach van je
ogen, vraag niet meer want ik herkende het, het was mij
al gegeven, diep geborgen diep verborgen in de bedding
van de heuvels hier, de heuvels van het weten en vergeten,
als geheim nog niet ontsluierd.
Het is zoals een zweven en nu, nu dan herken ik pas
je stem. O, nee, vraag niet meer, je hebt  me al gegeven,
hier is dan eindelijk dit zweven,  en nu, nu ga ik dan heen,
ik zweef nu verder  tussen de hemel en de aarde, en verder
dan zal ik je kussen, je omarmen tot je niet meer spreekt
en wij dan in elkaar geborgen worden tot wij ooit gevonden
zullen worden, tot dit  geheim zal zweven tussen de hemel
en de aarde, tussen ons hart en onze ziel.
Luister: wat daar geschreven staat zal dan gelezen
worden voor wie ook zweven kan, hoog in de wolken
en voorbij het weten en vergeten, voorbij wat hier
geschreven staat,
luister, stil,
nu

(geschreven en voorgelezen tijdens I Tjing Symposium 13/7/2009 ~ Ruigoord, zie foto hieronder)

ruigoord

Opening

Welk geheim zal er vandaag
ontsluierd worden? Zoals de
wind in elke porie en de zee
voorbij de horizon, zoals het
licht van sterren in kometen,
het woord in zinnen en in je
hart het bloed, zo opent zich
de  poort van dieper weten :  
steeds naar binnen om dan
buiten zich te openbaren,
te glinsteren, waterdruppels
die gepareld cirkels tekenen
op je huid en zich verbinden
met de oceaan, er op en neer
en heen weer en meer en meer
deinen, deinen, tot je adem
golvend zich dan neerlegt,
en rust, en wacht, wacht op
de wind, de wind, die zacht
heel zachtjes dan ontsluiert.