Melody

Once there was a river and the water sang to me,
I crossed its melody and answered with a tear or
two, then went on, forgot about what I had left
behind, there always is a better road in mind so
I was told, and don’t look back, just go ahead,
and follow what is written, and I did, till finally
I reached a beach that stretched to the horizon,
as if the sand had swallowed all the sea, and there
I wept, and wept, then came a wave or two,
and took me in, in tune for a familiar melody.

Seagull

What are we looking for, since what we
hope to find has always been at heart.
There is a seagull gliding proudly on
the breeze, waving, calling but we keep
on turning our own wheel of fortune.
How then could we stumble on a hidden
treasure if what we hope to find has always
been at heart? We have forgotten how its
beating was a steady compass even during
stormy weather. We have forgotten how
its silent drum never once let us down.
How could we not but tenderly accept
its offering? What are we hiding from?
Is it our fear to be discovered, to be
left uncovered by the wings of Love?
Then what we’re looking for is not our
heart’s desire, but only heart’s disease,
and to be cured we need to listen to the
seagull’s call. When we are looking for
that hidden treasure then the map is
here, we wrote it on the breeze, waving,
calling, gliding proudly, easily.

(picture taken @ Biarritz, France, Atlantic Ocean)

Vuurtoren

 

Ben ik het Noorden kwijt dan kijk ik naar
het Zuiden, en als ik in het Westen woon
weet ik het Licht aanwezig in het Oosten.
Zo ben ik altijd thuis. Zoals een windroos
waai ik door dit leven , adem regenbogen
word gevangen in een spel van woorden
tot jij me in je ogen vangt, mij leest, mij
laat geboren worden, hoe kan ik dan niet
van je houden? Als alle licht verdwenen
is ben ik er nog, want met je handen laat
je me ontbranden, en met je lippen wakker
je me aan, je adem voedt verlicht verlangen,
in al mijn spiegels laat ik je bestaan, tot ik
mezelf weerspiegeld zie, een zonnestraal
gevangen in dit vurig weten en ik wijs je
aan, zo ben ik niet, zo ben ik altijd thuis.

Verlies

Nu ik plots afscheid van het zonlicht neem
vraag ik me af : waar heb ik het verloren?
Alsof de nacht steeds baadde in het licht zo
leefde ik zonder een glimp van enig teken
aan de overkant. Een vuurtoren die uitgeblust
nog draait, maar enkel kraaien nog tot
woning dient. Onzichtbaar zijn ze, even
zwart als het geblakerd glas waar zelfs geen
spiedend oog doorheen kan. Waar heb ik het
verloren? Is er een maaltijd waar ik niet
genood was? Heb ik in onvertogen woord
een ziel gekwetst of ben ik al vergeven?
Dit aanschijn is mij nooit getoond, zelfs
niet in dromen. Nu ik plots afscheid van
het zonlicht neem vraag ik me af: wordt
mij nog licht geschonken? In deze poel
van duisternis blijft zelfs het vuur nog
donker, hoewel ik scherp de hitte voel.
O, kom, wees lief, bevrijd me en ik zal
slapen als een roos die geurt zoals enkel
een roos kan geuren. O, kom, bevrijd me
van de angst die mij hier met open armen
van alle hoop berooft. O, kom, laat mij
niet los, ik zal je ieder woord beloven
als je mij zonlicht schenkt. Want nu ik
plots afscheid neem, verloren, vraag ik
me af: waar ken ik deze wind dan van,
tenzij van toen ik werd geboren?

Zweven

Het is zoals een zweven tussen de hemel en de aarde,
tussen mijn hart en ziel,  het is zoals een zweven,
even geven, even  nemen, zoals hoog in de wolken
ik geboren ben.  Het is zoals en zweven en soms is het
dan goed van wat als een geheim tussen de heuvels van
dit Ruigoord ligt geborgen nog even  in zijn rust te laten.
Het is zoals een zweven en mijn hart gaat hevig  heen
en weer tussen dit weten en vergeten.
Tussen de bladzijden vergeeld heb ik je dan gevonden,
je lach was welbekend, zoals een zweven heb jij me dan
herkend. De hemel  werd dan uitgeklaard en hoger
nog kon ik de adem vinden die te ruste leggen kan.
Het is zoals een zweven tussen de glimlach van je
ogen, vraag niet meer want ik herkende het, het was mij
al gegeven, diep geborgen diep verborgen in de bedding
van de heuvels hier, de heuvels van het weten en vergeten,
als geheim nog niet ontsluierd.
Het is zoals een zweven en nu, nu dan herken ik pas
je stem. O, nee, vraag niet meer, je hebt  me al gegeven,
hier is dan eindelijk dit zweven,  en nu, nu ga ik dan heen,
ik zweef nu verder  tussen de hemel en de aarde, en verder
dan zal ik je kussen, je omarmen tot je niet meer spreekt
en wij dan in elkaar geborgen worden tot wij ooit gevonden
zullen worden, tot dit  geheim zal zweven tussen de hemel
en de aarde, tussen ons hart en onze ziel.
Luister: wat daar geschreven staat zal dan gelezen
worden voor wie ook zweven kan, hoog in de wolken
en voorbij het weten en vergeten, voorbij wat hier
geschreven staat,
luister, stil,
nu

(geschreven en voorgelezen tijdens I Tjing Symposium 13/7/2009 ~ Ruigoord, zie foto hieronder)

ruigoord