Caught in a loving embrace at my garden pond 🙂
Potemkin
To all with ears: they hear, to all with eyes: they see.
Let’s not be blind to all what’s written and to all
that flows, wherever you may go you leave something
behind, so is the memory the mirror of the mind
and with each footstep there is more to tell, o yes:
wherever you may go you leave something behind.
To all with heart, to all with love: they shall inherit
paradise, wait not, moments are wings, and to a dying
day they are as intimate as to your lips a kiss, so then:
fly high above the setting sun, and rise above the oceans,
open, breathe deep, drink, and be, for in the end remember:
to all with ears they’ll hear, to all with eyes they’ll see.
Verloren
Er was een bloem die haar ontplooide
pracht gewillig aan een windvlaag had
geschonken, uit vrees geplukt te worden,
en met haar armen had ze ook haar geuren
plechtig overhandigd , die nu zweefden
over alle stranden, velden, groene bossen,
en in paleizen hoge waardigheden in opperst
ongeloof kreten liet slaken van verwondering
alsof ze niet geloofden dat ze zelf niet meer
het middelpunt waren van wereldse bewondering.
Ik ben mezelf niet meer, ik heb mezelf verloren.
Toen ik dan wandelde doorheen de tuinen van
mijn jeugdherinneringen en plots besefte dat hun
kleuren en hun geuren niet meer tevoorschijn
kwamen, besefte ik dat ik ze veilig had geborgen
in de kamer van mijn kinderen, tot het jongste
me met een glimlachend verlangen aankeek en
ik ze plots meteen herkende, alles werd licht,
en in dat helder schijnen vond ik een schitterende
bloem, die ik onbevreesd ontving met open armen,
nam ik haar dankbaar in mijn handen, en werd ik
een geurende aanwezigheid gewaar. Ik was mezelf
niet meer, ik had mezelf verloren.
Zindering
Dit Wit is oogverblindend, zoals de draden
van een spinnenweb, doorzichtig, ijl , fijn
besnaard, in uiterst breken ligt er een mantel
over velden van herinneringen die nu levend
worden, die verwarmen, zoals enkel een Liefde
kan die zich kostbaar in je weten heeft genesteld
als een porseleinen ring, O ja, als ik glazig word
als ik mijn kijken afleg en met zielenogen opga
in dit zinderen,O, hoe oogverblindend dan is
nu dit Wit, alsof ik het kan aanraken, als een
binden van vergezichten dat zich over alle
verlangens neerlegt als een koestering, een
glinstering, O, het is een thuiskomen, als in
armen, het is jouw aanblik, het aangezicht
van hoe je in je diepste wezen hemel voelt, een
hemel die zich uitspant over alles, over alle pijnen
heen en vreugde wordt, zoals een lach, zoals
die op vergeten lippen zich te ruste legde, zoals
die ooit verbond, en zoals nu dit Wit, zo oog
zo oogverblindend mooi, zo zin, zo zinverbindend
zo verblindend en zo bindend.
Omarming
Hoe wil je dat het grote je omarmt
als je het kleine niet begeert? Hoe
wil je op een bergtop staan als je de
heuvel niet bewandelen wil? Want
oceanen ken je pas als je hun druppels
hebt gedronken, en jade draag je als
je lompen hebt gekend. Van woorden
proef je pas als je hun beeltenis hebt
ingekleurd en met letters is het gulzig
schrijven als je de inkt gevonden hebt.
Van kinderen hou je pas als je de
maan kan vangen in een vlindernet,
om er dan nacht mee te verlichten.
Zoals het goed lopen is in tuinen van
verwondering, zo is het innig beter
nog het gras te wieden en er klavertjes
te vinden, die je soms dubbelarmig
kunnen koesteren. O, als ik spreken
kon in deze taal, zou duisternis
verdwijnen, zou op een hemels
toonlied alle verdriet verschrompelen.
Ik zou de wereld in een liefdesmantel
kunnen dekken zoals wolken voor
een late zon om zo haar stralen te
verdelen. Als alle torenklokken luiden
luister dan naar hun verhaal.
Want hoe wil je dat het kleine je
omarmt als je het grote niet begeert?
afbeelding @ Aleksandra Woldanska







