Verlies

Nu ik plots afscheid van het zonlicht neem
vraag ik me af : waar heb ik het verloren?
Alsof de nacht steeds baadde in het licht zo
leefde ik zonder een glimp van enig teken
aan de overkant. Een vuurtoren die uitgeblust
nog draait, maar enkel kraaien nog tot
woning dient. Onzichtbaar zijn ze, even
zwart als het geblakerd glas waar zelfs geen
spiedend oog doorheen kan. Waar heb ik het
verloren? Is er een maaltijd waar ik niet
genood was? Heb ik in onvertogen woord
een ziel gekwetst of ben ik al vergeven?
Dit aanschijn is mij nooit getoond, zelfs
niet in dromen. Nu ik plots afscheid van
het zonlicht neem vraag ik me af: wordt
mij nog licht geschonken? In deze poel
van duisternis blijft zelfs het vuur nog
donker, hoewel ik scherp de hitte voel.
O, kom, wees lief, bevrijd me en ik zal
slapen als een roos die geurt zoals enkel
een roos kan geuren. O, kom, bevrijd me
van de angst die mij hier met open armen
van alle hoop berooft. O, kom, laat mij
niet los, ik zal je ieder woord beloven
als je mij zonlicht schenkt. Want nu ik
plots afscheid neem, verloren, vraag ik
me af: waar ken ik deze wind dan van,
tenzij van toen ik werd geboren?

Zweven

Het is zoals een zweven tussen de hemel en de aarde,
tussen mijn hart en ziel,  het is zoals een zweven,
even geven, even  nemen, zoals hoog in de wolken
ik geboren ben.  Het is zoals en zweven en soms is het
dan goed van wat als een geheim tussen de heuvels van
dit Ruigoord ligt geborgen nog even  in zijn rust te laten.
Het is zoals een zweven en mijn hart gaat hevig  heen
en weer tussen dit weten en vergeten.
Tussen de bladzijden vergeeld heb ik je dan gevonden,
je lach was welbekend, zoals een zweven heb jij me dan
herkend. De hemel  werd dan uitgeklaard en hoger
nog kon ik de adem vinden die te ruste leggen kan.
Het is zoals een zweven tussen de glimlach van je
ogen, vraag niet meer want ik herkende het, het was mij
al gegeven, diep geborgen diep verborgen in de bedding
van de heuvels hier, de heuvels van het weten en vergeten,
als geheim nog niet ontsluierd.
Het is zoals een zweven en nu, nu dan herken ik pas
je stem. O, nee, vraag niet meer, je hebt  me al gegeven,
hier is dan eindelijk dit zweven,  en nu, nu ga ik dan heen,
ik zweef nu verder  tussen de hemel en de aarde, en verder
dan zal ik je kussen, je omarmen tot je niet meer spreekt
en wij dan in elkaar geborgen worden tot wij ooit gevonden
zullen worden, tot dit  geheim zal zweven tussen de hemel
en de aarde, tussen ons hart en onze ziel.
Luister: wat daar geschreven staat zal dan gelezen
worden voor wie ook zweven kan, hoog in de wolken
en voorbij het weten en vergeten, voorbij wat hier
geschreven staat,
luister, stil,
nu

(geschreven en voorgelezen tijdens I Tjing Symposium 13/7/2009 ~ Ruigoord, zie foto hieronder)

ruigoord

Vlokkenwind

En draagt de regen dan verhalen, staat
in het water soms geschreven wat door
het ademhalen gedachteloos, onzichtbaar
daar wordt neergelegd, als sneeuwvlokken
die even in kristallen schitteren om dan
te worden opgenomen, versmelten, spoor
loos achterblijven en verdunnen? De wind
nam hen ooit mee, gevleugeld neerwaarts,
hier en daar nog opvliegend, je kan ze
volgen, één voor één, je wilt wel reiken
als naar sterren, zonder te verpinken, hoe
kan je dan bereiken als de achtergrond
geen houvast biedt om ze te onderscheiden?
De nacht is helder, ontelbaar zijn de ogen
die ontmoeten, die alle facetten van dit
donker weten flitsend laten bloeien, je
wilt wel door en over alle kleuren heen
de overkant ontdekken maar die duikt
steeds verder weg, je handen worden
zonnestralen die voorbij de wolken dan
de grenzen willen breken, ontsluiten wat
verborgen ligt te wachten, onbetreden,
onaangeroerd, nog niet geboren, toch
aanwezig, zijn dat naamloos is, de ene
vleugelslag die van de andere nog niet
weet waar hij naar dragen zal, nog niet
ontvouwd en toch gedragen op de adem
van de wind, zoals in één dag dageraad
en avond wachten op elkaar, zoals één
hemel alle andere overspant, zoals het
gras de dauw en boom het blad, zoals
de zee altijd opnieuw een golf, het strand
het zand om haar te laten breken, zoals
de zomer herfst en winter lente, zo draagt
het water, zo draagt de liefde het verhaal
van jou en mij

Mirakel

We kijken naar een echt mirakel,
een spektakel, monden vallen open
van  verbazing, blinden  kunnen
zien,  liefdesverdriet verdwijnt als
voor de  zon  een sneeuwvlok. Regen
weerkaatst enkele zonnestralen die
doorheen wolken priemen, als een
halo, een sfeer, het aura van deze
gelovigen die overtuigd dit wonder
wachten. O, kijk één straal verlicht
een donker hoekje, waar in een
boekje enkele letters tegenstrijdig
blinken. Als ik niet wist dat dit
spektakel zich voor mijn ogen
openvouwde, ik zou het niet geloven.
Geloof dat Liefde alle wonden heelt,
want ook al heb je nu mijn Hart
gestolen, toch klopt het nog, wat
een spektakel, een echt mirakel.

(afbeelding: wolken boven Medjugorje)

Stervend

Het is nog donker, maar alle vogels
fluiten al, alsof ze ook aan jou willen
vertellen dat de nacht slechts daglicht
is waaruit de zon zich eventjes heeft
teruggetrokken. Verduisterd zijn de
ramen, maar binnen schijnt nog licht.
Zo hoor ik nog je stem hoewel je lippen
zijn gesloten, en weldra toevertrouwd
aan het verterend vuur. Je noemt me
bij mijn naam , ik antwoord met de
jouwe. Wij weten waar we tussen de
bekende sterren moeten kijken om
elkaar te vinden. Kom , kom ,
laat ons  opnieuw over zeeën varen
in een kleine boot naast walvissen
en zeemeerminnen, laat ons opnieuw
op warme stranden aanspoelen, laat
ons nog eenmaal wandelen langs eb
en vloed. Het is nog donker, maar
alle vogels fluiten al een afscheidslied
voor verre sterren, ramen waaien open,
gordijnen worden weggeschoven, ogen
knipperen hoewel jouw lippen zijn gesloten,
handen zeggen nu zoveel meer dan
woorden, hun wuiven doet de halmen
trillen, een zachte wind die onze haren
streelt, en een glimlach drijft de kamer
uit. Wij weten waar we tussen de bekende
sterren moeten kijken om elkaar te
vinden. Wij weten dat alle weten
in het vuur verdwijnt, maar geen
vergeten wordt , want dit weten zal
het voedsel zijn voor nieuw ontwaken.
Zoals je bent voor mij, zo zal ik met je
waken.