De vleugels die me dragen zijn me
onbekend, ze tillen me steeds hoger,
hoger, en de lucht wordt ijler, ijler,
tot me de adem wordt ontnomen,
alsof je altijd dieper duikt tot alle
Licht verdwijnt en toch nog dieper
kan
De vleugels die me dragen zijn me
onbekend, en ook dit Licht verdwijnt
terwijl ik lichter word, mijn ogen
dienen niet meer om te kijken, voor
mijn oren is er niets meer dat me wakker
houdt
De vleugels die me dragen zijn me
onbekend, het landschap onbetreden,
alsof het sneeuwt voor jou alleen, er
is een nieuwe adem, O, ik heb het
altijd wel geweten, dit is verdwijnen,
dit is door Tijd gemalen worden, tot
klok gemaakt, en daarin niet meer
worden opgewonden
De vleugels die me dragen zijn als
regenbogen die met hun snaren nacht
verlichten, trillende herauten van een
nieuwe dageraad, sluit je ogen, doof
je oren, kijk, O kijk hoe in dit nieuw
ontwaken alles Enig wordt, hoe allen
zich ontfermen over al dit dragen,
O
De vleugels die me dragen zijn nu
welbekend, antwoord nu op alle
vragen, dit is de nieuwe Taal, luister
dan in Liefdesochtendgloren, luister
nieuwgeboren, luister en open dan
de deuren, de deuren die je altijd al
wou, altijd al wou, altijd al wou
Verblindend
Er is een wereld die ontwaakt
en toch blijven de blinden voor
de ramen, een schijn van zon die
enkel straalt voor nieuwe ogen,
ze staan geplant in tuinen van
de hoop, ze groeien, bloeien nu
onstuitbaar in een wereld die
ontwaakt, en toch blijven de
blinden voor de ramen, het straalt,
het spettert en het schaterlacht,
onstuitbaar is dit openvouwen,
als een waterlelie die drievoudig
naar de oppervlakte reikt, en
reikt en nog blijft reiken, zelfs
als de regen telkens weer gordijnen
stapelt en haar hoger noodt, er
is een wereld die ontwaakt als
ogen sluiten en het Hart zich
opent, er is een wereld die als
jubilaris wordt ontvangen door
de open armen van een nieuwe
dageraad en toch blijven de blinden
voor de ramen, wie wil bewonen,
binnentreden zal pas na vervellen
de druppels kunnen tellen die daar op
het gras in schijn van zon als
diamanten voor het grijpen liggen,
er is een wereld die ontwaakt, die
uitnodigt tot binnentreden, en die
de schijn van zonneschijn nog
overtreft, die lang nadat de ogen
zijn gesloten nog de Heraut blijft
van de Liefde die zich openbaart
in een wereld die ontwaakt en met
de blinden voor de ramen.
Oplossing
Wat door de wind komt aangewaaid lijkt
doelloos zich aan handen aan te bieden,
alsof je helemaal vergeten was dat net
vandaag jij de ontvanger was, zoals toen
golven voor je voeten restanten achter
lieten van wat ooit in ander handenpaar
betekenis had. Zo zal het altijd zijn:
verwondering en niet begrijpen, achteloos
vergeten, tot er opnieuw gebeuren is, dat
zich zolang herhalen zal tot wat vergeten
werd begrepen wordt, tot wat zo doelloos
achteloos verworpen werd betekenis vindt,
die zich zal openbaren als het vragen oplost,
verstomd, en aangeboden aan de wind, of
aan de golven voor je voeten.
Goede Vrijdag

Wat valt er vandaag te beleven
als de wolken hun verhalen schrijven
waarin we al het weten kunnen lezen?
Waar zoeken we de antwoorden
op alle vragen, waarom kijk je
omhoog? Staat daar de oplossing
van je verlangen? Zie je het teken
dan dat je de weg naar morgen
wijst? Toon dan, laat ons volgen,
laat ons niet langer proeven
van de boom waarvan de vruchten
bitter smaken. Als wolken hun
verhalen schrijven, waarin we
al het weten kunnen lezen, wat
valt er te beleven dan, buiten
de wind die ons aanmaant te
vergeten? De oplossing staat
daarin geschreven waar het
kijken windstil wordt, het
kruisen van de wegen en het
wijzen overbodig.
Verliefd
Voorover buig ik me tot ik je ogen
zie, steeds dichter raak ik jou tot
in de spiegel van je ziel, ik wankel
even en word lichter steeds maar
verlichter tot ik zweef, een dansend
vlammetje dat in de kamer van je
hart een zonnetje laat schijnen,
o, nu zie ik je, ik zie je graag, zo
graag dat vonken spatten overal,
een vuurwerk tussen twee verliefde
koninginnevlinders die fladderen
op zonnestralen. Je lacht naar mij
en wordt een regenboog die met zijn
armen naar mijn lippen reikt om er
dan neer te strijken, op vleugels van
een warm verlangen, o, ik hou van
je , ik hou zoveel van je , mijn bloed
valt niet te stelpen zo vol ben ik van
jou, en nu loop ik over, over, en zelfs
dan nog vang je al die overvloed in
de spiegel van je ziel waarin je ogen
schitteren als parels, en zo word je
een schat, ja, jij schat, mijn schat, ik
vond de sleutel diep verborgen, diep
weggeborgen in de kamer van mijn
hart, waarin je nu het zonnetje laat
schijnen, hier aan de oever, aan de
rand van deze spiegelende waterkant.






