Jij

Tranen kunnen vloeien zoals druppels die
onmerkbaar samensmelten in het water van
de hoop. De zon verblijdt je hart en je ziel
springt op van vreugde want de liefde is
geboren. Dit alles zal ik tot het einde aan
je schenken want ik ben vol van jou, dit
is een overlopen , een zo vervuld zijn dat
alle vogels slechts dat ene lied voortdurend
laten klinken. Ik hoef niet meer te vragen
waar je bent, want voor ik deze woorden
spreek ben je er al. Zo kunnen tranen vloeien
die onmerkbaar samensmelten in het water
van de hoop. Het zijn de zonnestralen die
dit verlangen strelen en laten schitteren
als regenbogen , die alle druppels als
even zoveel diamanten om je schouders
hangen. O, ik ben vol van jou, dit is een
overlopen, een zo vervuld zijn dat alle
bloemen voor jouw wandelen een tapijt
ontrollen waarin reeds onze kinderen
verweven zijn. O, kijk: een bruidsluier
bloeit open, een keizerlijke kroon die je
het hof maakt terwijl hoog in blauwe
luchten enkele witte wolken varen als
vlaggenschepen van vervuld verlangen.
Zo kunnen tranen vloeien die onmerkbaar
samensmelten in het water van de hoop.
Zo diep, zo pijnloos, zo genezend is dit
liefhebben dat alle zorgen in het Niets
verdwijnen, zo vol ben ik van jou. Jouw
liefde prijkt als witte anjers, is een teken
van een eeuwig duren. Zo kom ik nu naar
jou, omdat ik weet dat je me zal ontvangen,
en me maaltijd laten delen, zoals tranen
vloeien die onmerkbaar samensmelten
in het water van de hoop.

Kathedraal

Want is het niet van eeuwigheid geleden
dat wij elkaar ontmoetten, en hier zien wij
elkaar alsof het gisteren was, de wind waait
over, rond mij heen en kleurt mijn adem
als een sneeuwgordijn, je stem klinkt zo
vertrouwd, je wist dat ik je wachtte, alsof
de beer zijn winterhol verliet en rond de
toren dansen kwam, en het werd warm
en warmer tot het vuur begon te branden,
het vuur dat je mij aanbiedt hier, met bei
je armen, en ik kan er schuilen voor de
wind die als een sneeuwgordijn mijn adem
laat weerklinken in deze vroege nacht,
O toren, lieve toren, jij wijst mij de weg
en zelfs al ben ik dan verloren, nog steeds
blijft er dat sneeuwgordijn waarin ik wonen
kan en zijn.

(geschreven te Mechelen op een winteravond
aan de voet van de Sint-Romboutskathedraal)

Glazen Hemel

Zoals ik kijk naar jou, zo is het
kijken naar wolken achter glas,
de hemel laat zich slechts heel
even kennen, een ogenblik, de
tijd om al te wennen aan een
eeuwigheid. Stukje bij beetje
stapelt de ene wolk zich op de
andere, tot er een vreugdevol
herkennen komt, een helder
wederzien, een korte knipoog,
als om je vertellen dat je welkom
bent. En als je reiken wil dan
zal je alle glas wel overwinnen,
want het staat in zand geschreven:
zoals de wind met wolken speelt,
zo strelen golven vaak  het strand,
een nooit aflatend herbeginnen
tot alle kijken wordt zoals een
eeuwig minnen, zoals de wolken
stapelen, in een  hemel voor het
glas.

Spiegelbeeld

Waar zon schijnt groeit de dag,
de nacht is dan het spiegelbeeld
van ver vervlogen schitteringen
die tussen sterren dan getuigen
van wat in leven zichtbaar was,
waar zon schijnt groeit de dag,
de nacht wordt toegedekt, wie
wakker is aanschouwt een dieper
weten, dat alles wat zo helder
zichtbaar is dan oplicht in een
ander kleed, alsof je plots de
sleutel vindt van kasten die zich
gesloten hielden, dit is de toegang
tot de openbaring van de duisternis:
de zon laat groeien overdag en
laat de nacht het land besturen.

Spiegel

Liever dan dat ik vlucht voor wat er uit
de spiegel spreekt, kijk ik naar boven en
zie de wilde ganzen die in hun vlucht
gedragen worden door een wind waar
wij nog maar van kunnen dromen, en
hoger nog zie ik een ster, zo helder dat
zij zelfs in het zonlicht schittert, zo ligt
een lichtjaar voor het grijpen, je hoeft er
enkel naar te kijken en wat je ziet is
niet meer daar, maar hier, zoals een
zonnestraal die op je huid onzichtbare
verhalen schrijft, je voelt die warmte bij
het slapengaan en in je droom ontwaakt
dan het begrijpen. Liever dan dat ik
vlucht voor wat er uit de spiegel spreekt
kijk ik naar binnen en zie dan wat er
in mijn ziel ligt opgeslagen, het is een
oud verhaal, geschreven zonder woorden,
het wordt gedragen door die wind, door
een vervuld verlangen dat even daar
kwam wonen tot het mijn stemming vindt,
om te weerklinken en zo word ik dan
eindelijk geboren, ben niet meer hier,
maar daar, kan nu beginnen aan
mijn vlucht tussen de wilde ganzen, ik
vlieg en hoef niet meer te vluchten en
toch voel ik nog vaste grond, ik wandel
en ik word een regenboog, die spant
van hier tot daar, wakker nu kan
ik dan schitteren, een lichtjaar ver,
voorbij het kijken nu kan ik dan spreken,
ik zie je blik en word de spiegel waar ik
net voor vluchten wou.