Er is een wereld die onontgonnen
nog te wachten ligt, die ik verliet
in alle onschuld en ontvankelijkheid,
ongeschonden, waarin ik woordeloos
kon groeien, waar ieder ogenblik
ondeelbaar de verwachting droeg
van eeuwigheid.
Er is de wereld waar ik binnenging,
die me ontving en waar ik leerde
spreken in een nieuwe taal die ik
slechts vaagweg kende van hen
die waren teruggekeerd.
Ik wilde proeven van dit oud verhaal
maar vond een spoor dat enkel verder
leidde van de haven waar ik ankerde.
O, dan gooi ik alle trossen los,
verwelkom ik de horizon, de steven
pal gericht op het verdronken land.
Zo keer ik terug, zonder een woord,
maar met een nieuw verhaal.
Verrijzenis
Wakker worden en de klokken luiden,
wat valt er vandaag te rapen?
Het gras kleurt langzaam wit zoals
ogen die ontsluiten. Zachtjes tasten
vingers in de ruimte van het wonen
naar vertrouwde bruggenhoofden.
Wanneer zullen we dit zonlicht kennen,
wanneer zal laaiend vuur ons duister
nachtverlangen als een feniks doen
ontvlammen, wanneer zullen we opnieuw
verrijzen? Want tot het openend weten
zijn onze zielen in helderheid geboren.
Wat valt er vandaag te rapen nu
de klokken wakker luiden ?
Flitsend trekken vogels strepen aan
de hemel, het is windstil en wolken
schrijven dit verhaal. Kom, kom en
deel de vreugde van dit samenzijn,
kom, kom, ontken de tekens niet, kom,
kom, laat alle zorgen los, en kies
de liefde van je leven, want klokken
luiden, vandaag zal je verrijzen,
kom, kom en je zal rapen wat zomaar
te begrijpen valt, de woorden liggen
wit te wachten in het gras, kom, kom,
proef de zoetheid van hun taal, ze
zullen je bedwelmen, je beschermen,
je vergeven, je moederlijk ontvangen
als het hemels brood dat altijd
al je lijden draagt. Vandaag luiden
de klokken en zij luiden wakker,
vandaag is alle liefs voor jou,
want zo staat het geschreven
afbeelding: klokkentoren Saintes-Maries-de-la-Mer, Frankrijk
Zandman
Verloren
Er was een bloem die haar ontplooide
pracht gewillig aan een windvlaag had
geschonken, uit vrees geplukt te worden,
en met haar armen had ze ook haar geuren
plechtig overhandigd , die nu zweefden
over alle stranden, velden, groene bossen,
en in paleizen hoge waardigheden in opperst
ongeloof kreten liet slaken van verwondering
alsof ze niet geloofden dat ze zelf niet meer
het middelpunt waren van wereldse bewondering.
Ik ben mezelf niet meer, ik heb mezelf verloren.
Toen ik dan wandelde doorheen de tuinen van
mijn jeugdherinneringen en plots besefte dat hun
kleuren en hun geuren niet meer tevoorschijn
kwamen, besefte ik dat ik ze veilig had geborgen
in de kamer van mijn kinderen, tot het jongste
me met een glimlachend verlangen aankeek en
ik ze plots meteen herkende, alles werd licht,
en in dat helder schijnen vond ik een schitterende
bloem, die ik onbevreesd ontving met open armen,
nam ik haar dankbaar in mijn handen, en werd ik
een geurende aanwezigheid gewaar. Ik was mezelf
niet meer, ik had mezelf verloren.
Zindering
Dit Wit is oogverblindend, zoals de draden
van een spinnenweb, doorzichtig, ijl , fijn
besnaard, in uiterst breken ligt er een mantel
over velden van herinneringen die nu levend
worden, die verwarmen, zoals enkel een Liefde
kan die zich kostbaar in je weten heeft genesteld
als een porseleinen ring, O ja, als ik glazig word
als ik mijn kijken afleg en met zielenogen opga
in dit zinderen,O, hoe oogverblindend dan is
nu dit Wit, alsof ik het kan aanraken, als een
binden van vergezichten dat zich over alle
verlangens neerlegt als een koestering, een
glinstering, O, het is een thuiskomen, als in
armen, het is jouw aanblik, het aangezicht
van hoe je in je diepste wezen hemel voelt, een
hemel die zich uitspant over alles, over alle pijnen
heen en vreugde wordt, zoals een lach, zoals
die op vergeten lippen zich te ruste legde, zoals
die ooit verbond, en zoals nu dit Wit, zo oog
zo oogverblindend mooi, zo zin, zo zinverbindend
zo verblindend en zo bindend.







