Stervend

Het is nog donker, maar alle vogels
fluiten al, alsof ze ook aan jou willen
vertellen dat de nacht slechts daglicht
is waaruit de zon zich eventjes heeft
teruggetrokken. Verduisterd zijn de
ramen, maar binnen schijnt nog licht.
Zo hoor ik nog je stem hoewel je lippen
zijn gesloten, en weldra toevertrouwd
aan het verterend vuur. Je noemt me
bij mijn naam , ik antwoord met de
jouwe. Wij weten waar we tussen de
bekende sterren moeten kijken om
elkaar te vinden. Kom , kom ,
laat ons  opnieuw over zeeën varen
in een kleine boot naast walvissen
en zeemeerminnen, laat ons opnieuw
op warme stranden aanspoelen, laat
ons nog eenmaal wandelen langs eb
en vloed. Het is nog donker, maar
alle vogels fluiten al een afscheidslied
voor verre sterren, ramen waaien open,
gordijnen worden weggeschoven, ogen
knipperen hoewel jouw lippen zijn gesloten,
handen zeggen nu zoveel meer dan
woorden, hun wuiven doet de halmen
trillen, een zachte wind die onze haren
streelt, en een glimlach drijft de kamer
uit. Wij weten waar we tussen de bekende
sterren moeten kijken om elkaar te
vinden. Wij weten dat alle weten
in het vuur verdwijnt, maar geen
vergeten wordt , want dit weten zal
het voedsel zijn voor nieuw ontwaken.
Zoals je bent voor mij, zo zal ik met je
waken.

Vlokken

Zoals dit denken opgaat in de ijle
lucht, verdwijnt in wolken om als
regen terug te keren, zo smelt
de sneeuw vandaag onder de eerste
zonnestralen. Vier duiven doen
de treurwilgtwijgen buigen, zij rusten
hier op vleugels alsof zij weten dat
hun wiegen deze boom doet vliegen.
Op en neer bewegen takken, schudden
alle wegen weg, de zuiverende wind
zorgt voor de thuiskomst van het kind
dat in geborgenheid gedragen wordt.
Als dan dit denken wordt geboren
zal het dan zijn als ochtendgloren?
Zal het dan zuiver blijven, onbezoedeld
door de neerslag van het spreken?
De indruk die het maakt laat steeds
zijn sporen na, hoe moeilijk valt het
af te schudden in een zee van stilte,
hoe moeilijk is het voor de vlok om
niet als druppel terug te keren?
Toch zijn zij allebei de kinderen van
eenzelfde oceaan die slechts de taal
van Liefde spreekt. Daarin bestaat
geen onderscheid, daaruit zweven
de woorden naar de bij hen passende
zinnen, en het verhaal ermee geschreven
is dan het denken dat kan opgaan
in de ijle lucht, om als een zachte
regen terug te keren, zoals vier
witte duiven op de treurwilgtwijgen.

Verdeling

Dacht in de blauwe hemel ooit een lijn
te zien die zon en maan verdeelden,
maar beide drinken van hetzelfde licht.
Dacht zwart en wit te zien en daarin
dan de oplossing van alle vragen, maar
beide kennen niet de warmte van een
regenboog. Dacht sneeuw te zien en ijs,
maar beide  groeien uit hetzelfde water.
Dacht hoog te zien en laag, een midden
waarop beide schommeldansen, maar
was vergeten dat er geen begin noch
einde is, tenzij het zachtjes wiegen in
jouw armen. Waarom verliest de  boom
het blad en jij vertrouwen?  Waarom
spreek je mij met mijn voornaam  aan ?
In hemelsnaam.  Dacht in de blauwe
hemel ooit een lijn te zien die zon en
maan verdeelden, maar toen de wind
kwam bleek plots alles opgelost. Wie
zonder  woorden is tekent een hemellijn,
en wacht op wind,  verbindt, wordt kind.

Geheim

Zal ik je een Geheim vertellen, of zal
ik er stilletjes vanonder muizen, zoals
de wind die zomaar liggen gaat, of
als de donder die zomaar zijn echo
laat verdwijnen? Misschien zoals de
regen die zowaar vergeet de grasmat
te bevochtigen, of als de zon die plots
begint te stralen en haar warmte bij
zich houdt? En zie hoe sneeuw valt
maar dan toch besluit niet wit te zijn,
onzichtbaar wordt, niet op te lossen
maar duidelijke woorden achterlaat,
net zo dan dit geheim, dat zich nu
openbaart en open bloeit, zoals  een
bloem, die enkel door haar geur nog
te ontdekken valt, of zoals Liefde , stil
en daarom toch aanwezig. Zo zal ik
ook verdwijnen, laat deze woorden
achter, je lezen zal mij wel ontwaken.

Regenboog

 

Kering2

De zon breekt telkens weer doorheen de wolken,
zoals de regen nooit lang op zich laat wachten
als gedreven door een aanwakkerende bries de
witte rookgordijnen  donker worden. Ontelbaar
bevolken ze de hemel soms, ontembaar schuiven
ze over elkaar, en in elkaar zoals gerijde legers
hun slagorde verliezen als vriend en vijand
elkaar treffen, niet meer te onderscheiden zijn.
Weerklinkt een donderslag volgt  doodse stilte,
die ruimte maakt voor nieuwe  mokerslagen op
het aambeeld van de strijd. En plots verschijnt
de regenboog: wie heeft er dan nog pijlen? Enkel
de zon, die telkens weer doorheen de wolken breekt.

(afbeelding: Wissant, Nord-Pas De Calais, Frankrijk)