Zal ik je vragen om dit woord te dragen,
de letters één voor één in uiterste
voorzichtigheid over je lippen laten
vloeien, zoals golven over zand, waar ze
dan worden opgenomen en hun warmte
laten één worden met wat in zee was
opgeslagen, zal ik je vragen om dit woord
te dragen, het zo te laten drijven dat je
je geborgen voelt en veilig, zoals het schip
waarop ze werden uitgesproken, wetend
dat de haven wacht om thuis te komen,
zal ik je vragen om dit woord te dragen,
nog voor het zacht wordt uitgesproken,
tot het weerklank vindt, een klankbord,
zoals golven op het strand in zand, de
korrels in je hand die wegen zoeken,
kegels maken op het wateroppervlak,
zal ik je vragen om dit woord te dragen,
niet meer klagen, stilte wagen waarin
alles dan kan uitgesproken worden, o
zo dit wonder zich te laten openbaren,
zal ik je vragen om dit woord te dragen,
ik durf het bijna niet te vormen, het is
zo oud, het werd met mij geboren in
de zee, zal ik je vragen om dit woord
te dragen, ben je er om mij dan daarin
verder te vervoeren, want het voelt
alsof de grond verdwijnt, alsof ik weg
zal zinken, zo verdrinken, zal ik, zal ik
je vragen om dit woord te dragen zoals
dit papier waaraan ik dit verlangen
toevertrouw, zal ik je vragen, vragen
om mij niet te laten vallen, achter te
laten tussen al dit wit? Zal ik je vragen
samen met mij dit te wagen, zal ik je
vragen of het goed is, of het veilig is
de haven te verlaten, zeg het mij, ik ben
de taal vergeten om het uit te spreken,
er resten enkel tranen en jouw ogen om
de mijne te ontvangen, zal ik het vragen
en als ik het dan vraag zal ik dan nog
bestaan, of zal ik verder gaan, zal je dit
woord dan meenemen, zodat het aan de
horizon verdwijnt, of zal je met jouw
armen reiken naar de mijne, zoals die
korrel in het zand, daar door de golven
neergelegd om nooit meer te verdwalen,
en daarin geschreven en gebrand jouw
woord dat ik volmondig op de tong nam
om het met jou te delen, o, zal ik het
vragen, zal ik het vragen, dat je mij dan,
al is het maar voor even draagt, tot onze
lippen elkaar net niet raken en toch
verenigd zijn?
Bridal Night ~ Bruidsnacht
This is a beautiful ballad, performed live in 2014 by the famous Flemish folk group Laïs. They sing in Dutch and composed the song using a poem by my father Ferdinand Vercnocke (1906-1989), painter and poet of the sea. With Dutch lyrics and English subtitles included! I translated the Dutch lyrics in a way they fit to the music, so you can sing along if you like. It’s not so easy to make a translation that both matches the original lyrics & music, but I tried. Enjoy!
Bruidsnacht Bridal Night
Zij is naar ’t duin gegaan And to the dune she’s gone
Haar bruidskleed had zij aan Her bridal dress put on
Baren gaan heen en weer Waves they go to and fro
Sterren staan klaar Stars ready glow
Eenzaam in doods gebied Lonesome in deaden deep
Ontwaakt hij en hoort haar lied Her tune wakes him from sleep
Baren gaan heen en weer Waves they go to and fro
Donker is ’t tij Darken the tide
Hij kwam uit zee naar ’t strand From sea he came to land
Hij nam haar bij de hand He took her by the hand
Baren gaan heen en weer Waves they go to and fro
Sterren staan klaar Stars ready glow
Donker duin Darken dune
Donker duin Darken dune
Sterren staan helder klaar Bright stars all ready glow
Zij rusten eeuwig They rest eternally
Bij elkaar Bound they flow
Toen in dat geurend kruid And there in fragrant green
Werd zijn gekroonde bruid Became his Bridal Queen
Baren gaan heen en weer Waves they go to and fro
Donker is ’t tij Darken the tide
Hij nam haar met zich mee He made her company
Terug naar de brandende zee Back to the flaming sea
Baren gaan heen en weer Waves they go to and fro
Sterren staan klaar Stars ready glow
Donker duin Darken dune
Donker duin Darken dune
Sterren staan helder klaar Bright stars all ready glow
Zij rusten eeuwig They rest eternally
Mm mm… Bij elkaar Mm mm.. bound they flow
Donker duin Darken dune
Donker duin Darken dune
Sterren staan helder klaar Bright stars all ready glow
Zij rusten eeuwig They rest eternally
Mm mm… Bij elkaar Mm mm.. bound they flow
Compostion: Laïs
Dutch lyrics: by my father Ferdinand Vercnocke (1906-1989)
Original poem (drawings by my father):
picture below: my Father in his “sanctuary” 😉
Daarwee
Alsof mijn spieren plots verkrampen, en mijn adem
stokt, mijn lichaam wilt niet meer, het wilt niet luisteren,
wilt enkel schreeuwen, wilt enkel oor, een houvast om
de pijn te stillen van dat willen, van wat aandringend om
geboorte vraagt, alsof in al mijn vezels ik de roep voel vloeien
die zich nu onstuitbaar aandient als een ongenode gast die
dwingend om een inkom smeekt maar toegang wordt geweigerd
en toch niet wijken wilt, O, mijn lichaam wilt niet meer, het is
zo moe, zo moe van al dat dragen, van de dagen en de dagen
onophoudelijk vragen om uitkomst, om verlossing, om zelf
opnieuw te mogen zijn de daarwee van een nieuw begin.
En nu, wat blijft er over nu, waarin vind ik de oplossing van
een verlangen dat reeds daarvoor ingang vond? Ben ik een
vondeling, een afgedwaalde ster die hier op deze aarde uit
de hemel viel verstoten uit het land van de begeerte, het veld
van de herinnering, of ben ik slechts een ziel die hier een
haven wilt, een onderkomen, een bedding om zich in te keren?
O, alsof mijn spieren plots verkrampen en mijn adem stokt,
mijn hart wilt alle ballast werpen, mijn bloed laten verdampen
en ankeren, het wilt zich willoos overgeven aan 1 ogenblik, zoals
jouw ogen toen ze zich vooroverbogen, zich in de mijne boorden,
aanlegden en de gekeerde storm in mij liet stromen, O, ik weet
het nu, zo werd in deze kering de orkaan geboren waarvan jij
bent het middelpunt en ik wentel nu, mijn lichaam geeft zich over,
ik beken in golfjes, ik spoel aan, ik ben geworpen, ik word, ik word
de daarwee die zich losrukt uit de bedding van mijn ziel om dan
gekeerd tot rust te komen, mijn lichaam is niet meer, het is verdwenen,
zoals een druppel voel ik me geborgen in een oceaan die alle werelden
tot oevers maakt, om daar in eb en vloed nieuw leven te bevruchten,
O, ik ben, ik ben de daarwee en ik stroom
(afbeelding @ Wissant, Nord-Pas De Calais)
(het woord “daarwee” is een vondst van Ronald Gibhart
mij aangewaaid via Twitter @ Katja Gebbink )
Ten Hemel Vaart

Zoals je schrijft zo wil ik
met je praten, helder Blauw
op Wit, zo klaar als water
dat gelukkig klatert eindeloos.
Zo diep is het verlangen dat
ik met je delen wil, zo zuiver
dit bewonderd drijven in de
hemel van je ogen. Je voedsel
zal me sterken 1000-voudig,
meer zelfs, zal me eeuwig
sterken want zo lang ben je
bij mij. Geen twijfel over dit
voortdurend weten, geen
oordeel wordt gesproken enkel
een stromend luisteren vanuit
een Bron die eindigt noch
begint, zoals de wolken varen
in een hemelbed, zo zal ik
met je dansen op de tonen
van dit Liefdeslied.
(15/8 Maria Hemelvaart)
(geschreven te Banneux ~bij een koffie in de ‘Esplanade’)
(afbeelding via http://www.marypages.com )
Kinderhand
Zoals het vliegen ademt op de wind
zo dragen vleugels de vingers van de
hand, het blad is onbeschreven nog,
maar in de palmen is voor eeuwig
elke levenslijn al ingeprent: de nerven
bakenen de ruimte af waarbinnen
groeien groen wordt. Zoals het vliegen
ademt op de wind zo schrijven alle aders
stromend hun verhaal: als alle harten kloppen,
in witte stilte dan moeten wij allen kleur bekennen.
(afbeelding: Lennart Nilsson)







