Vonk

Er is een vonk die in ons Hart
van Vreugde spreekt en die daar
werd geplant door Handen die
onzichtbaar voor het blote oog
Hun Liefde uitstrooien in rode
regenbogen van eeuwigdurend
Vorstelijk Vuur, er is een Vonk
die wacht op onze handen om
dan samen te ontbranden, er is
een Vonk, die Vuur zal worden,
vlammend van vervuld verlangen,
herinnering aan Handen die in
Voortdurende Aanwezigheid alle
Hoop en alle Liefde dragen, en
daarin het Vuur dat alle tranen
oplost, heelt, genezing brengt,
ons over alle tijden heen tot aan
de Hemelpoorten voert, vervoerd,
tot de ontmoeting met het Ene
enigmakend Vuur, waarin het
Woord wordt opgenomen en
ons spreken dan verstilt tot een
dankbaar gebed van  overgave,
in herkenning van wat altijd
Is, en nog zal Zijn als wij dit
Huis verlaten, er is een Vonk
die in ons Hart van Vreugde
spreekt, een Vonk die  wacht
op onze handen om samen te
ontbranden.

Bernadette

Vuur heeft voedsel nodig, maakt dan
Licht en spreekt over de verste sterren
heen. En zo leggen we voorraden aan
zodat we warmte krijgen, zodat ons
Hart kan blijven kloppen, bloed stroomt
af en aan, O ja, het Vuur heeft voedsel
nodig, en toch zijn we hier aangeland,
wie heeft dan onze voorraad aangelegd?
Als ik Je voeten kus weet ik het weer: zoals
het water stromen kan uit bronnen aan
het oog onttrokken zo is het ook met Jou:
Je bent onuitputtelijk, een waterput waar
van Jij enkel weet hoe diep de bodem al
dit weten draagt, ja waarlijk: Vuur heeft
voedsel nodig, want hoe was ik hier anders
aangeland?

Universum

Mijn voeten en mijn handen, mijn vingers en mijn tenen,
mijn lippen, oren, haren, mijn ogen en mijn wangen,
mijn knieën en mijn neus, tot in mijn ellebogen, zolen
en het puntje van mijn tong, het beweegt,scharniert en
viert, het is een symfonieorkest waarvan ik Meester
ben, en dagelijks lees ik de partituur waarvan ik alle
noten ken en alle balken waar ik moeiteloos op dans,
waarop het zalig wiegen is, zoals een koorddanser
behoud ik schijnbaar zonder inspanning het evenwicht,
ik zing in alle tonen alle stemmen, steeds in perfectie
afgestemd, mijn enig uniek levenslied, schater het uit
om even later een veelbetekenende stilte in de ruimte
van het zijn te laten vallen en dan zie ik jou en ik word
meteen opgenomen in een sterrenzee, een oceaan van
zinderende lichtjaren, o, ver voorbij de horizon van
cirkelende melkwegstelsels want wat ik zie is oog
verblindend, alsof met sterren wordt geschreven hoe
de zon niet verder reikt dan deze vinger die wijst naar
wat wordt aangekeken, en zo heb ik dan nu het Al in
handbereik, en voor het grijpen. Nu ik je zie: wat ben je
oogverblindend, alsof je Hart begint te schitteren als
een pasgeboren Ster, niet ver, maar zo dichtbij, ja
binnen handbereik, klaar om geplukt te worden als
een rijpe vrucht, je zucht, ik voel de ijle rimpeling
zoals die in de lucht nu rondom mijn haren trilt en ja,
zo oogverblindend heb ik het nog nooit geweten, alsof
er slechts een ladder nodig is om dit gezicht van ster tot
ster, van oog tot oog in Liefde te verbinden, ja werkelijk,
als alle muizenissen voorgoed opgezogen zijn, door
zwaartekracht verzwolgen, fijngemalen tot waar het in
kometen nog wat oplicht als een slangenstaart, ja, dan,
ja dan begrijp ik hoe het komt dat jij zo plots verschijnt
aan de hemel die ik wakker denk: want mocht het niet
hier geschreven staan, zou ik nooit kunnen geloven dat
Jij het bent die met één vingerknip uit deze partituur
zo’n Vuur kan laten schitteren.

(animatie > http://nulpuntenergie.net/ )

Diamant

Bestanden komen toe als diamanten,
ze ontvouwen zich zoals de Ziel het hart
graveert, in Liefde en in juiste handen,
zoals voorbij de wolken en voorbij
de blauwe hemel in de Duisternis van
ons geweten Hoop te wachten ligt, daar
schitteren ze, hun Licht is al vertrokken
nog voor wij het ontvangen, ze dragen
jaren als enkele duizenden van een seconde,
ze helen wonden die nog niet geslagen zijn,
ze dragen je op handen, het zijn zo onze
zielsverwanten, onze leefgenoten die
voorhanden zijn als we de diepe eelt
wegslijpen die dit Aards bestaan heeft
laten groeien in ons diepste zijn, zo
hard ons hart, zo hart, zo hard dat
duizenden seconden niet voldoende
zijn om al die jaren fijn te slijpen, het
is specialistenwerk , het is een dieper
weten, een wakker worden uit een
slaap die eeuwig duurt, en dan, dan,
als alle weten is vergeten, en als ons
laatste Licht is uitgedoofd, als het zo
donker wordt dat we zelfs onze hand,
ons enig instrument om deze diamant
tentoon te stellen, uiteindelijk zijn
kwijtgespeeld, als door een guillotine
flitsend afgesneden, dan, pas dan
zullen we naar verste sterren reiken,
zullen we wonen in een niemandsland,
waar dan bestanden zich ontvouwen
als een zuiver zijn, als diamanten
die in handen van dat opgebrande,
ijle Niets, in schitterend uitgepuurde
Liefde  alles doen ontbranden, een
Laaiend Vuur zal ons omarmen tot
we zelf branden, sterrenstof, waar
Alles is, en duurt , opnieuw en Nieuw.