Het Laatste Woord

 

Wie denkt te weten dat hij wel alles weet
is slechts beginneling, dat weet diegene
die  in het verschiet de eindmeet ziet,
en laat ons laatste woord daarom
één  zijn  van dankbare tevredenheid,
waaruit alle verbittering is  opgelost,
dat wij met iedereen tot  vrede  zijn
gekomen, dat alle dromen uit ons
grote levensboek zijn voorgelezen  en
dat er echte vrienden waren om ze te
aanhoren, om zo die dromen met ons
rond  de open haard te delen, hand
in  hand. Ja, laat ons laatste woord
daarom zacht uitdoven op onze lippen
als een kaarsenvlammetje , dat stil
haar stervend Licht nog geeft aan
wie vertroosting zoekt, zodat wij
dan uiteindelijk het Licht ontmoeten,
tot helder weten komen, alwetend
worden en terugkeren tot stil Begin
waarin de eindmeet oplicht als een
Laatste Woord dat nooit werd
uitgesproken, maar ons ontvangt
als een beginneling.

Wenteling

We zullen altijd in de wenteling der Aarde
Vuur doen branden, zoals vlammen door
de wind het pad van vreugde vinden, zoals
in verre horizonten stemmen klinken van
wat aan de overkant werd toegeschreeuwd,
ze slapen niet, ze slapen nooit, ze zoeken
enkel wederwoord, en oor, een Hart, een
Ziel om gaten op te vullen die  de golven
in de duinen sloegen, O, wat is het stil, zo
stil dat ik nu in je kan, je bent, je bent er
niet en toch zie ik hoe in de wenteling der
Aarde alle leven brandt.

(Geschreven op bezoek bij Paul Antipoff, 46,
reeds 18 jaar verlamd ~polio, maar een
bezield mens & schrijver met helende kracht)

ps: de foto is getrokken met flits door het venster
van het kapelletje naast Paul’s huis

Vriendelijk

Wat was je vriendelijk vandaag, nog
voor ik vroeg had je het al gegeven,
zoals je natte haar kan drogen in de
wind als je even langs golven loopt.
Wat was je vriendelijk vandaag, je
was er nog voor ik je geroepen had,
zoals een zonnestraal plots oplichten
kan terwijl de hemel zware wolken
leek te dragen. Wat was je vriendelijk
vandaag, nog voor ik aan je dacht
verscheen je met een glimlach voor
mijn vensterraam waar ik me achter
een gordijn verscholen had, zoals
de rook het vuur verhindert op te
vlammen en dan plots wakker schiet,
één vlammetje dat alle duisternis
weerstaat en hoop biedt aan wat
nog te smeulen leek. Wat was je, O,
wat was je vriendelijk vandaag, zo
vriendelijk dat het wel leek alsof
alle sterren enkel oog hadden voor
mij daar achter glas, een kamerplant
die water krijgt in alle poriën van
zijn uitgedroogd bestaan, ja, even
was ik vergeten dat het Liefde was
die je bewoog, en dat je stilte zo oor
verdovend vriendelijk kan zijn.

(foto: ooievaars die ik ontmoette on the road naar Santiago De Compostellamet mijn bus weliswaar- een magisch moment!)