Verliefd

 

Voorover buig ik me tot ik je ogen
zie, steeds dichter raak ik jou tot
in de spiegel van je ziel, ik wankel
even en word lichter steeds maar
verlichter tot ik zweef, een dansend
vlammetje dat in de kamer van je
hart een zonnetje laat schijnen,
o, nu zie ik je, ik zie je graag, zo
graag dat vonken spatten overal,
een vuurwerk  tussen twee verliefde
koninginnevlinders die fladderen
op zonnestralen. Je lacht naar mij
en wordt een  regenboog die met zijn
armen naar mijn lippen reikt om er
dan neer te strijken, op vleugels van
een warm verlangen, o, ik hou van
je , ik hou zoveel van je , mijn bloed
valt niet te stelpen zo vol ben ik van
jou, en nu  loop ik over, over, en zelfs
dan nog vang  je al die overvloed  in
de spiegel van je ziel waarin je ogen
schitteren als parels, en zo word je
een schat, ja, jij schat, mijn schat, ik
vond de sleutel diep verborgen, diep
weggeborgen in de kamer van mijn
hart, waarin je nu het zonnetje laat
schijnen, hier aan de oever, aan de
rand van deze spiegelende waterkant.

Brievenkus

Eerste Liefdesbrief   (Armand Van Assche)

“De brieven slapen nog
met hun lippen verzegeld
maar ik lig allang wakker
als de postbode komt
de kleppen van zijn tas opslaat
en gevleugelde woorden loslaat.
Op mijn tenen loop ik naar de bus
en leg mijn oor dicht tegen haar aan.
Ik hoor leven bewegen
tussen de regels,
gewriemel, hartkloppingen;
ik hoor een klapzoen
en een klein hart
in een lichtblauwe omslag.
Voorzichtig betast ik
de halfopen lippen van de brief
en word even rood
zo rood als een postbus
en plooi dan open,
helemaal in de wolken
zwevend op mijn verliefde vleugels.”

 (foto met toelating van betrokkenen,
om te gebruiken voor publicatie ~
Leuven, Ladeuzeplein)