Stervend

Het is nog donker, maar alle vogels
fluiten al, alsof ze ook aan jou willen
vertellen dat de nacht slechts daglicht
is waaruit de zon zich eventjes heeft
teruggetrokken. Verduisterd zijn de
ramen, maar binnen schijnt nog licht.
Zo hoor ik nog je stem hoewel je lippen
zijn gesloten, en weldra toevertrouwd
aan het verterend vuur. Je noemt me
bij mijn naam , ik antwoord met de
jouwe. Wij weten waar we tussen de
bekende sterren moeten kijken om
elkaar te vinden. Kom , kom ,
laat ons  opnieuw over zeeën varen
in een kleine boot naast walvissen
en zeemeerminnen, laat ons opnieuw
op warme stranden aanspoelen, laat
ons nog eenmaal wandelen langs eb
en vloed. Het is nog donker, maar
alle vogels fluiten al een afscheidslied
voor verre sterren, ramen waaien open,
gordijnen worden weggeschoven, ogen
knipperen hoewel jouw lippen zijn gesloten,
handen zeggen nu zoveel meer dan
woorden, hun wuiven doet de halmen
trillen, een zachte wind die onze haren
streelt, en een glimlach drijft de kamer
uit. Wij weten waar we tussen de bekende
sterren moeten kijken om elkaar te
vinden. Wij weten dat alle weten
in het vuur verdwijnt, maar geen
vergeten wordt , want dit weten zal
het voedsel zijn voor nieuw ontwaken.
Zoals je bent voor mij, zo zal ik met je
waken.

Papa

Je bent niet meer hier  je bent nu daar klinkt
tussen muren hier een  lied, alsof ik je nu zo
maar vergeten kan,  alsof je niet meer bent,
hier, te midden  onze  clan, alsof, alsof, alsof,
alsof we nu maar stil  geruisloos moeten doen,
doen alsof, met foto’s, beelden, kleuren die je
achterliet, en geuren, ’t enige tastbare dat
nog van je blijft, maar ’t blijft alsof, alsof je
ons nog met je mantel vol van Liefde stilletjes
bedekken wil. Maar ik, ik  weet nu beter wel,
want net heb ik je stem gehoord,  je klonk plots
even zacht en warm,  zo zonneklaar, zoals altijd,
zoals je mij,  die ongeschonden,  ongerept, en vol,
zo vol verwachting pas op  deze  wereldbol kwam
piepen, in je twee sterke  handen nam, mij droeg,
mij zachtjes streelde , dan fluisterde en zei:  lief
kind, hier ben ik nu vertrouw me  maar, geloof
me vrij, want het is waar, écht waar, wees welkom
hier, en nee, o  nee, niet zwaar, niets zwaar,  ik  ben
nu  hier en niet meer  daar, zie je het niet,  je bent
zo licht, zo zonnehelderklaar.

(schilderij: “Apocalyps”, door mijn vader,
Ferdinand Vercnocke +1989,
olie op doek, 175cmx150cm, 1964)