Feniks

Kijk naar buiten, je gelooft niet
wat je ziet. Op het gras tussen
de klokjes staat een feniks en
hij kijkt naar jou. In de verste
verte is er geen vuur te bespeuren,
maar je proeft het branden van
je hart. Als een verloren vuurtoren
knippert zijn ene oog naar jou, hij
hangt tussen de halmen, wenkt
met een verhaal waaraan geen
weerstaan helpt. Kijk naar buiten
en je gelooft niet wat je ziet. Voor
verre wolken hangt een feniks en
hij brengt het vuur naar jou.
Woord voor woord branden zijn
tranen even zoveel diamanten, hij
hangt ze als een parelnet over
je schouders dat je verwelkomt
in dit paradijs op aarde. Kijk,
kijk naar buiten en je gelooft
niet wat je ziet. Eén oogwenk en
hij vliegt weer op, verdwijnt en
laat je achter met zijn vuren
mantel waarvan je nu het branden
voelt. O feniks, lieve boodschapper
die parels strooit als hemels
manna, waar ben je nu? Ik
word verteerd, ik kijk naar buiten
en ik zie de druppels op de halmen
en daarin weerspiegeld zie ik
jou.

Zon

Vandaag heb ik de zon gezien toen
je me wolken gaf. Je ogen waren helder
als het water van een vergeten oceaan.
Ooit hoorde ik hoe je vertellen kon over
de vrede van een nieuw begin, over
grasvelden die eindeloos zich plooiden
voorbij de verste horizon en daar kon ik
verdwalen zonder ooit te vrezen deze
weg nooit meer te vinden. Vandaag
heb ik de zon gezien toen je me wolken
gaf, en in je ogen las ik dit verhaal
alsof ik thuiskwam in het paradijs. Nu
weet ik dat je me nooit verlaten kan,
hoe kan het anders want hier heb ik
gewoond in eeuwigheid. Vandaag heb
ik de zon gezien toen je me wolken
gaf, ik zal je niet vergeten, hoe kan ik
je vergeten want je bent er steeds. Als ik
niet wist dat er voorbij de wolken alle
Liefde woont, dan was ik niet. Kijk goed
het zal je niet verbazen, luister, hoor
je de stem die alle tranen droogt, die
alle vragen overbodig maakt, die zelf
het antwoord is. O, als je nu de stilte
kent dan ken je al het spreken, zoals
vandaag. Vandaag heb ik de zon gezien
toen je me wolken gaf, hoe dankbaar
is dit zijn, hoe prachtig is dit vredig
samenzijn, zo helder als je ogen waarin
wolken wonen en de zon, in blijvende
Aanwezigheid.