Tagarchief: druppel

De Waterput (Karelinahof)

waterput2

De nokbalk
is hersteld
en bloeit:
zo is het goed

En wij getuigen
van de wolken
en het water

Het wachten
draagt hier
vruchten

Het hout
zindert
verhalen
maar
plooit niet

Alle dieren
ademen
zoals jij en ik

Zoals de druppels
1 voor 1
zich in de waterput
geborgen weten
zo drink ik van jou

Hoe veel te meer
dan wij
in deze zee
van liefde

Jij

Tranen kunnen vloeien zoals druppels die
onmerkbaar samensmelten in het water van
de hoop. De zon verblijdt je hart en je ziel
springt op van vreugde want de liefde is
geboren. Dit alles zal ik tot het einde aan
je schenken want ik ben vol van jou, dit
is een overlopen , een zo vervuld zijn dat
alle vogels slechts dat ene lied voortdurend
laten klinken. Ik hoef niet meer te vragen
waar je bent, want voor ik deze woorden
spreek ben je er al. Zo kunnen tranen vloeien
die onmerkbaar samensmelten in het water
van de hoop. Het zijn de zonnestralen die
dit verlangen strelen en laten schitteren
als regenbogen , die alle druppels als
even zoveel diamanten om je schouders
hangen. O, ik ben vol van jou, dit is een
overlopen, een zo vervuld zijn dat alle
bloemen voor jouw wandelen een tapijt
ontrollen waarin reeds onze kinderen
verweven zijn. O, kijk: een bruidsluier
bloeit open, een keizerlijke kroon die je
het hof maakt terwijl hoog in blauwe
luchten enkele witte wolken varen als
vlaggenschepen van vervuld verlangen.
Zo kunnen tranen vloeien die onmerkbaar
samensmelten in het water van de hoop.
Zo diep, zo pijnloos, zo genezend is dit
liefhebben dat alle zorgen in het Niets
verdwijnen, zo vol ben ik van jou. Jouw
liefde prijkt als witte anjers, is een teken
van een eeuwig duren. Zo kom ik nu naar
jou, omdat ik weet dat je me zal ontvangen,
en me maaltijd laten delen, zoals tranen
vloeien die onmerkbaar samensmelten
in het water van de hoop.

Vruchtwater

 

 

 

 

 

 

 

 

   Laten we lief zijn voor elkaar
want waarheid is soms ver te
zoeken, laten we zijn zoals water
voor elkaar, laten we water
zijn, samendruppelen en stromen
in de bedding van de zee,
laten we vloeiend vloeibaar
zijn , laten we alle  tranen
smelten, laten we stollen in
kristallen en schitteren als
sterren waarvan het uitgedoofde
licht ons nog bereiken moet,
laten we  snel vluchten voor
het zonnelicht of we verdwijnen,
laat dan de nacht zich langzaam
over ons ontvouwen, zoals het
wassend water zandkorrels 
verovert, één na één, en als we
dan dit laten lossen, zullen we
dan lief zijn voor elkaar, zoals
het water waarin we geboren werden.

Druppelstilte

Langzaam druppelt water
tot de rand dan overloopt
en in dit water spiegelt
heen en weer het leven als
een blad dat op de wind
zoekt thuis te komen, of
heeft de boom het blad
verloren? Is dit een afstaan
of een wonder, of zijn het
wonden tussen jou en mij?
Het twijfelen tussen zon en
maan, tussen de bloembladen
waait dan herinnering, ze
trillen als de draden van
een web, gestuurd door een
onzichtbaar grijpen en je
woelt doorheen de sporen
van dit achterlaten, neen
het is geen loslaten, en
toch wordt dit ontbonden,
op en neer en heen en weer
lopen de druppels tot ze
drogen, zich te ruste leggen
tussen de plooien van je
huid, je mantels die je draagt
om al dit ademen in te dekken
als een vacht, een vochtig
worden en een stollen tot
er niets meer overblijft dan
wakker worden in een nieuw
begin dat smaakt nog naar
wat langzaam binnensijpelde
en over randen heen dan
overliep tot het zich spiegelde
aan al je onbegrip, als druppel
stilte die zich hult in  zwijgen.

(afbeelding via http://danslessouliersdoceane.hautetfort.com/