Charter Of Our Lady Of The Rainbow Roses

Originally I wrote these words as a “Charter”, & as most of my poetry these words came ‘inspired’, as in the Latin ‘in’ + ‘spirare’ = breathed into > it’s what incessantly calls me to be expressed by the Alma Mater, Womb of Being. This Charter is meant to serve as the basis of what might once become a school. Today I dedicate these words  to the victims of the Norway Massacre & all innocent victims of violence, unjustice and deprivation worldwide.

AVE MARIA ~ Prayer To Our Lady Of The Rainbow Roses

11 Times 2:

1.   Find the Silence In Your Father’s Words
2.   Go With Passion, Motherly
3.   Consume The Neverending, The Flaming Fire 0f Your Heart
4.   Burn Desire With A Golden Touch
5.   Walk With Wind And Carrying Clouds
6.   Dance With Words And Not To Speak
7.   Change With Seasons In Eternity
8.   Build A Home 0n Water Drown In Tears
9.   Fly With Wings, Never Descend, Still Walk On Earth
10. Watch The Sunrise Of Your Innate Being
11. Laugh, Love, Never Leave

AVE ~ AMEN

Music: “Noble Silence”, Bert Evens (Composition & Tenor Flute)

Production & Photopgraphy: http://www.boutman.com
(Pictures taken @ Garden Shrine)

Vruchtwaterwoorden

(deze tekst is het resultaat van 1 ononderbroken schrijfproces zonder pauzeren)

Als alle licht verdwijnt wat blijft er over? Een glazen hart. Liefde en doorzichtigheid. De spiegeling ontbreekt. Als alle spreken zwijgt dan kunnen wij verblind de klanken strelen die overblijven in een zee van stilte.  En zij spreken. Als onbekende stemmen die we vlot herkennen en wij spreken mee.. Wij laten ons bewegen, gedragen als een druppel in de grote oceaan. En het ritme zwelt, zelfs wielen in de verte draaien mee. Wij wandelen op een bed van steen waarin verweven onze tenen houvast vinden. Ver weg bewegen de toppen en ze wiegen mee. Hier hoeft geen vuur, dat ademen we op tonen van een geurend dennenorgel. Naalden deinen op en neer. Waarom ontdekken wij de ruimte dan pas als de hemel klaart? Zijn wij dan niet geboren? De zonneherder drijft het wolkendekbed zwijgend verder. Waarom vergeten wij de stilte als de nacht ons dromen laat? Nog steeds beheerst het zwart de rode inkt. Dat maakt het schrijven donker. Waarom herkennen wij de kleuren pas als zij zacht samenspannen in een bloemenbed? Wolken drijven uit elkaar, zij drukken naar beneden en laten zo een opening ontstaan. Het zomert op het gras, ook daar huizen de klanken. Kinderen zingen, afgestemd zoals ze zijn op alle kiezelstenen. En alle hebben zij hun plaats tot onze zolen hen vertrappen. In de verte nog een vogelvlucht die langs de hemel klieft. Een rookpluim verraadt vuur. Hierin ademen wij en worden zo herboren. De mist trekt op, kleeft nog aan onze kleren, zoals een stromende rivier doorheen haar bedding sporen trekt, zo voelen wij de hartklop van dit ogenblik, en wij versmelten, wij worden zo  verenigd. Dan pas kunnen wij deze woorden spreken. Dan pas ademen wij die ene adem en kunnen wij de ruimte meten, ons meten met het nu, het ene waarin wandelaars hun reis beginnen. Zij aan zij, gedragen door de blikken links en rechts, voelen de vrouwen het verlangen. En de klanken zwellen aan. Wat hebben wij opnieuw verloren dat wij hier zijn aangeland? Is het de stilte die ons welkom heet of zijn het de stromen van de wereld die hier nu hun smeltpunt vinden? Is het de schoonheid waar we ’s nachts van dromen? Of lijkt alles maar te zijn? Te zijn een deelgebied dat wij bezoeken moeten? Het is het ritme van ons bloed dat  kloppend door betekenende aders loopt, voortgestuwd, zoals dit handgeklap ons opzweept. Jawel, hier heb ik naar verlangd, naar een weten dat reeds vóór het weten wist. Want hier nu is het opgaan in bekende warmte, is dichter komen, dichter totdat wij eindelijk het vuur ontdekken, het vuur dat ons verlichting brengt, het vuur waarin we eindelijk het rood herkennen, het rood waarin wij ons zielsblij, onvermoeid steeds wentelen kunnen, zoals de aarde rond de zon en rond zichzelf.. En zo worden de klanken dieper en vormen een vertrouwd patroon waarin ik delen wil. Waarom dan gooien wij de trossen los wanneer bekende klanken klinken, en waarom willen wij elkaar herkennen als het water klatert? Een schot weerklinkt, schrikken wij op? Helder is de nacht als stromend water waarvan wij drinken kunnen. De bron bevindt zich achter ons, zij laat zich vallen op haar hoogtepunt. Ten hemel rijzen haar zilveren stralen.  Zij likken gretig wolken als zoeklichten die aftastend vormen zoeken, ze ook maken. Dan blaffen honden zoals mensen. Hun ernst verraadt verlangen. Zij  draaien op een molen op en neer, zij jagen als hinnikende paarden. Zij wieken in het wild, zij malen er niet om. Zij zijn alleen met velen. Zij tellen letters, spreken de wartaal van het alfabet. Zij willen wonen in het ritme maar zijn  vergeten dat zij de taal beheersen. Hun macht ligt voor het grijpen, hun kracht  is als het water in haar kringloop. Zoals de tijd naar alle kanten kruipt tot wij verstrengeld plots de bomen niet meer zien. De fluitspeler dwingt ons tot verslaafden. Wij worden moe en leggen onze hoofden neer tot ritmische verstomming. Ik ga op zoek naar groen en zal het vinden. Kan ik op die manier de tijd nog achterhalen, vóór zijn? Ik was vergeten dat zij zich naar believen wentelt zoals wij woorden spreken. Zoals wij luisteren en voelen, zoals wij lief zijn voor elkaar. Zoals wolken uit het water stijgen, verder drijven, zo gevoed. En telkens weer, zonder dat wij kunnen  onderscheiden horen wij datzelfde water, voelen wij diezelfde bron. Terwijl de wolken overtrekken houden de bladeren zich stil. Enkele muggen trekken luchtpatronen. Haar woorden liggen nu voor mij. Ik drink ze als het voedsel dat ik lang ontberen moest. Ze inademen brengt levenskracht. Een merel schikt zijn veren en mussen vliegen over. De wind speelt hier met klanken. Kleuren veranderen zoals de huid vervelt. Tussen het gras naar voedsel zoeken levert nieuwe buit. Bomen wuiven en tonen ons hun klederdracht. Zacht strelen de tonen van de wolken. Kinderstemmen zijn de kers op deze taart. Willen wij gedragen worden hoeven wij slechts terug te keren. Onze oren zijn vertrouwd met de hartslag van dit blijven. Wij schreeuwen slechts uit ongemak. Ik ben nu jong als nooit tevoren. Ik word herboren. Wat waait hier toe? Zijn het de bladeren nog onbeschreven of de ijle lucht op deze hoogte? Zuiverder dan wit kijken wij rondom ons. Wij zijn nog niet verloren, wij zijn gevonden in dit ogenblik. Luisteren naar stemmen is herkenning zoeken, luisteren naar wind erkenning. Veel verder klinken de stemmen van de nacht. Je ziet ze niet. Ze fluisteren. Zoals ik naar je luister als je dicht tegen mijn oor je adem legt. Ik hoor je hart en voel het snokken in mijn keel. Verder dan duisternis leer ik je kennen. Vertrouwde klanken lichten op terwijl een nachtegaal de stilte opsmukt. Heb je die wel al eens gehoord? Hij zingt alleen voor jou. Zacht zoemt de nacht nu. Het is windstil, ik kan gaan liggen in een bed van rozen. In de naam der liefde. Woorden vallen neer om mondjesmaat geplukt te worden. Op bloemen strijken vlinders neer. Zij hebben in uiterste precisie zonder nadenken de juiste knop gekozen. Hun geur draagt ver. In blauw verbinden zij zich met de lucht rondom. Zij ademen. Hun lichamen dansen sierlijk met de hemel op de klanken van de wind. Het is alsof zij zweven. Onszelf kunnen wij niet verraden. Wij rukken op als speerpunten, ondervinden hinder en wij keren terug. Een koele bries streelt onze schouders. Hoe heerlijk is het dan de mantel van de liefde daaromheen te leggen. Vanuit de leegte putten wij het water. De hemel wordt gekleurd met bloemen en boven onze hoofden ontvouwt zich een palet van kleuren. Regenbogen vallen als oplichtende druppels. Wij plukken een pakket van dromen. Verdwalen hier is afdalen in waterputten. Wij naderen beginnen dat geen einde kent zoals in zwoele zomernachten de winter soms de kop opsteekt. Op uitgeschreven paden is het makkelijker wandelen maar de verwondering ontbreekt. Zullen wij kiezen voor het ongewisse? De borden zijn hier volgeschreven. Het krijt vervaagt naarmate wij dan dichtertreden en iedere stap verheldert duisternis. Vuur verteert de laatste resten. Wij voeden het met wat nog overblijft van gisteren. Morgen is veraf. Wat blijft er over als vandaag de spreeuwen zingen? Onthoofd zieltoogt hij, zijn vlucht gekraakt. De laatste tonen klinken in de ochtend. De geur van wierook begeleidt gepaste rituelen. Wij kunnen afscheid nemen. Rondom de open haard dansen wij in vreugde voor het nieuwe leven. Verrijzenis wordt nu gevierd in transparante spiegels. Wij kantelen het glas en lezen. Wij horen woorden die over donderslagen klinken. Het wachten is hier nu op groen. Gewassen met het water is het nauwelijks van wit te onderscheiden. Als inkt onzichtbaar welt het op uit diepe bron. Wij schrijven over onze zielen en de zon draagt onze letters. Zoals het gras gewillig meewaait, zo streelt wind de korenaren. Een heen en weer bewegen op het ritme van de ademhaling. Klokken luiden, delen dagen in. Over akkers, over weiland roepen zij tot inkeer. En daarom luisteren wij. Als naar verhalen die van verder komen. Wanneer proberen wij in dit vertellen op te gaan? Waarom dragen onze oren deze woorden? Het vieren is een groepsgebeuren. Als ik herkennend met mijn ogen lees worden mysteries laag na laag ontraadseld. Het zonlicht wijst hierin de weg. De liederen die gezongen worden deinen op en neer. Afwisselend draaien golven om te keren. Zij leggen zand neer en dansen op de vloedlijn. De schatten die zij achterlaten liggen voor het rapen. De kleuren hebben nu hun rust gevonden. Arm in arm bevolken zij de regels. Wat lezen wij als alle brillen zijn vergeten? Als het denken eenmaal achtergelaten vrijheid biedt om vormeloos de wereld te aanschouwen? Dan blijven enkel woorden over die als nerven aan de herfst betekenis hebben prijsgegeven. Dan begint het groeien van een nieuw verhaal. Dan kunnen wij vertellen in de taal die allen spreken. De misverstanden zijn plots uit de weg geruimd en rijpe vruchten blijven over die alle honger stillen. Niemand wil méér om te herkennen, niemand wil nog weten wie als eerste dit bedacht. Want alles is weer nieuw geworden, alles is de eerste keer, alles groeit en bloeit, niets nog is te houden. Rust vangt aan. De dag heeft met het licht de lakens naar zich toegetrokken. Nacht wordt verwelkomd als een verre vriend. Lichamen kruipen naar elkaar. Zij zoeken warmte en bescherming. Zij willen thuiskomen. De tijd wordt afgelegd zoals de dood. Een glimlach op de lippen werkt geruststellend. Wind kan enkel binnenglippen langs een kier. Geluiden zijn gedempt. Oogleden hebben alle moeite om de duisternis nog even voor te zijn. Waarom valt alles in een ritme dat geen dag verdragen kan? Ligt hier het antwoord van het licht dat ongevraagd zich plots heeft teruggetrokken? Is het daarom dat klokken verder luiden en vager steeds hun klanken laten doven? De antwoorden zijn snel gevonden als het denken evenzeer wordt losgelaten. Tussen de sterren houdt de aarde vast en bindt zo samen tot dit oude weten. Het is de kennis die vertrouwd klinkt in de open ruimte. Hier wandelen wij in deze zee van stilte. Slechts af en toe klinkt dan het verre fluiten van een vogelvlucht. Als zij zijn neergedaald zoeken zij voedsel, zeker van hun stuk. Zo kunnen wij verhelderd worden, als wij het zonlicht breken. Dan volgen wij de stralen in dit nieuwe licht. Dan zullen wij de woorden vinden die voor onze handen liggen. En als dan hoog de nacht intreedt verdwijnen onze angsten. De schoonheid van dit ogenblik zal zich in alle stilte openbaren. Het licht zal schijnen door een waaier van verborgen zonnestralen. De stenen zullen eindelijk hun rust bewaren, ongemoeid.

Healing Heart Meditation

You’ll be surprised by the healing effects… Go Full Screen. See how each second new images arise… bring birth to new possibilities… Watch and watch again… let your thoughts flow, tune in with the whirling, changing clouds, breathe… let go… be healed and  inspired by the Divine Breath of “The One Who Gives Birth To God”.

(Video composed of 95 pictures in sequence during a 2 minute time lapse pointing at one identical sky fragment, taken with Nikon D5000 camera ~autofocus on July, 19th, 2011, Leuven, Belgium, Music: Ave Maria)

Bernadette

Vuur heeft voedsel nodig, maakt dan
Licht en spreekt over de verste sterren
heen. En zo leggen we voorraden aan
zodat we warmte krijgen, zodat ons
Hart kan blijven kloppen, bloed stroomt
af en aan, O ja, het Vuur heeft voedsel
nodig, en toch zijn we hier aangeland,
wie heeft dan onze voorraad aangelegd?
Als ik Je voeten kus weet ik het weer: zoals
het water stromen kan uit bronnen aan
het oog onttrokken zo is het ook met Jou:
Je bent onuitputtelijk, een waterput waar
van Jij enkel weet hoe diep de bodem al
dit weten draagt, ja waarlijk: Vuur heeft
voedsel nodig, want hoe was ik hier anders
aangeland?

Satellite Souls

I woke up this morning while the night
was slowly loosening its last embrace
leaving her sorrows in a million diamonds
on the grass and as the sun is setting they
too will soon have to surrender their richness
in safekeeping to the smiling moon and both
today are travellers on different paths but
should they meet for a brief moment out of
the darkness an eternal treasure will instantly
enlighten our satellite souls.