Verkracht

Wij speelden in de tuin en gooiden hout
over de burenmuur. De Japanse kerselaar
was uitgebloeid, enkel op het gras lagen
de sporen van zijn pracht en kracht als
een herinnering aan zoete geuren en de
kleuren van ochtenden na nachten van
stil verlangen en verdriet. Je kon hem nog
herkennen aan zijn stam, hij droeg geen
vruchten, zijn soort licht enkel op, en kent
de vreugde van het dragen niet. Wij gooiden
hout over de burenmuur, wij speelden in
de tuin met vuur. Wij raapten resten op van
witte berken die we verzamelden als kraaien
die nesten enkel bouwen om ze daarna te
vernielen. Het sap dronken we nietsvermoedend
dat was ons zo verteld. En hoog laaide het
vuur ten hemel om even snel weer op te lossen
in de adem van het ogenblik. Wij speelden
in de tuin en gooiden hout over de muren,
wij lachten onbedaarlijk, ongevaarlijk leek
ons spel. Het vuur bleef smeulen en de zomer
kwam. Tussen het gras plukten we witte
klavers van de hoop die we tussen de bladen
droogden waarin verteld werd over verre
uitgestrekte stranden waarover vele zonnen
zacht hun stralen legden om ons te bedekken.
En toen we in de winter bladerden herkenden
we hun afdruk niet, enkel de witte vlokken
die in de kom van onze handen weigerden
te smelten. O, zo koud en kil, wat werd het
stil, verstijfd zoals het hout over de muren
van de buren, zoals de tuin waarin het
spelen nu verdwenen was. Het vuur bleef
smeulen en de lente kwam. Wij wachtten
dan de witte kerselaar, maar hij bleef
sprakeloos, tegen de blauwe luchten schreef
hij een uitgebloeid verhaal, vermoeid en
doodgebloed. Wij speelden tuin en gooiden
hout over de burenmuur, verdwaasd

Maria Assumpta

 

AVE MARIA

@ Maria Assumptalyceum, Brussels, a gift 😉

MEMORARE

O piissima Virgo Maria,
non esse auditum a saeculo,
quemquam ad tua currentem praesidia,
tua implorantem auxilia, aut tua petentem suffragia
a te esse derelictum.
Ego tali animatus fiducia,
ad te Virgo virginum Maria
Mater Iesu Christi, confugio,
ad te venio, ad te curro,
noli, Domina mundi, noli aeterni Verbi Mater verba mea despicere,
sed audi propitia et exaudi me miserum ad te in hac lacrimarum valle clamantem.
Adsis mihi, obsecro, in omnibus necessitatibus meis, nunc et semper,
et maxime in hora mortis meae.
O clemens, o pia, o dulcis Virgo Maria!
Amen

REMEMBER

O most gracious Virgin Mary,
that never was it known
that anyone who fled to thy protection,
implored thy help, or sought thy intercession
was left unaided by thee.
Inspired with this confidence,
I fly to thee,
Mary, Virgin of virgins, Mother of Jesus Christ;
to thee do I come; before thee I stand,
O Mistress of the World and Mother of the Word Incarnate,
despise not my petitions,
but in thy mercy hear and answer wretched me crying
to thee in this vale of tears.
Be near me, I beseech thee, in all my necessities, now and always,
and especially at the hour of my death.
O clement, o loving, o sweet Virgin Mary.
Amen

(15th century prayer, made popular by Fr. Claude Bernard, the Poor Priest )

see history @ :
http://www.preces-latinae.org/thesaurus/BVM/Memorare.html

Stervend

Het is nog donker, maar alle vogels
fluiten al, alsof ze ook aan jou willen
vertellen dat de nacht slechts daglicht
is waaruit de zon zich eventjes heeft
teruggetrokken. Verduisterd zijn de
ramen, maar binnen schijnt nog licht.
Zo hoor ik nog je stem hoewel je lippen
zijn gesloten, en weldra toevertrouwd
aan het verterend vuur. Je noemt me
bij mijn naam , ik antwoord met de
jouwe. Wij weten waar we tussen de
bekende sterren moeten kijken om
elkaar te vinden. Kom , kom ,
laat ons  opnieuw over zeeën varen
in een kleine boot naast walvissen
en zeemeerminnen, laat ons opnieuw
op warme stranden aanspoelen, laat
ons nog eenmaal wandelen langs eb
en vloed. Het is nog donker, maar
alle vogels fluiten al een afscheidslied
voor verre sterren, ramen waaien open,
gordijnen worden weggeschoven, ogen
knipperen hoewel jouw lippen zijn gesloten,
handen zeggen nu zoveel meer dan
woorden, hun wuiven doet de halmen
trillen, een zachte wind die onze haren
streelt, en een glimlach drijft de kamer
uit. Wij weten waar we tussen de bekende
sterren moeten kijken om elkaar te
vinden. Wij weten dat alle weten
in het vuur verdwijnt, maar geen
vergeten wordt , want dit weten zal
het voedsel zijn voor nieuw ontwaken.
Zoals je bent voor mij, zo zal ik met je
waken.

Papa

Je bent niet meer hier  je bent nu daar klinkt
tussen muren hier een  lied, alsof ik je nu zo
maar vergeten kan,  alsof je niet meer bent,
hier, te midden  onze  clan, alsof, alsof, alsof,
alsof we nu maar stil  geruisloos moeten doen,
doen alsof, met foto’s, beelden, kleuren die je
achterliet, en geuren, ’t enige tastbare dat
nog van je blijft, maar ’t blijft alsof, alsof je
ons nog met je mantel vol van Liefde stilletjes
bedekken wil. Maar ik, ik  weet nu beter wel,
want net heb ik je stem gehoord,  je klonk plots
even zacht en warm,  zo zonneklaar, zoals altijd,
zoals je mij,  die ongeschonden,  ongerept, en vol,
zo vol verwachting pas op  deze  wereldbol kwam
piepen, in je twee sterke  handen nam, mij droeg,
mij zachtjes streelde , dan fluisterde en zei:  lief
kind, hier ben ik nu vertrouw me  maar, geloof
me vrij, want het is waar, écht waar, wees welkom
hier, en nee, o  nee, niet zwaar, niets zwaar,  ik  ben
nu  hier en niet meer  daar, zie je het niet,  je bent
zo licht, zo zonnehelderklaar.

(schilderij: “Apocalyps”, door mijn vader,
Ferdinand Vercnocke +1989,
olie op doek, 175cmx150cm, 1964)