Er is een wereld die ontwaakt
en toch blijven de blinden voor
de ramen, een schijn van zon die
enkel straalt voor nieuwe ogen,
ze staan geplant in tuinen van
de hoop, ze groeien, bloeien nu
onstuitbaar in een wereld die
ontwaakt, en toch blijven de
blinden voor de ramen, het straalt,
het spettert en het schaterlacht,
onstuitbaar is dit openvouwen,
als een waterlelie die drievoudig
naar de oppervlakte reikt, en
reikt en nog blijft reiken, zelfs
als de regen telkens weer gordijnen
stapelt en haar hoger noodt, er
is een wereld die ontwaakt als
ogen sluiten en het Hart zich
opent, er is een wereld die als
jubilaris wordt ontvangen door
de open armen van een nieuwe
dageraad en toch blijven de blinden
voor de ramen, wie wil bewonen,
binnentreden zal pas na vervellen
de druppels kunnen tellen die daar op
het gras in schijn van zon als
diamanten voor het grijpen liggen,
er is een wereld die ontwaakt, die
uitnodigt tot binnentreden, en die
de schijn van zonneschijn nog
overtreft, die lang nadat de ogen
zijn gesloten nog de Heraut blijft
van de Liefde die zich openbaart
in een wereld die ontwaakt en met
de blinden voor de ramen.
Oplossing
Wat door de wind komt aangewaaid lijkt
doelloos zich aan handen aan te bieden,
alsof je helemaal vergeten was dat net
vandaag jij de ontvanger was, zoals toen
golven voor je voeten restanten achter
lieten van wat ooit in ander handenpaar
betekenis had. Zo zal het altijd zijn:
verwondering en niet begrijpen, achteloos
vergeten, tot er opnieuw gebeuren is, dat
zich zolang herhalen zal tot wat vergeten
werd begrepen wordt, tot wat zo doelloos
achteloos verworpen werd betekenis vindt,
die zich zal openbaren als het vragen oplost,
verstomd, en aangeboden aan de wind, of
aan de golven voor je voeten.
Goede Vrijdag

Wat valt er vandaag te beleven
als de wolken hun verhalen schrijven
waarin we al het weten kunnen lezen?
Waar zoeken we de antwoorden
op alle vragen, waarom kijk je
omhoog? Staat daar de oplossing
van je verlangen? Zie je het teken
dan dat je de weg naar morgen
wijst? Toon dan, laat ons volgen,
laat ons niet langer proeven
van de boom waarvan de vruchten
bitter smaken. Als wolken hun
verhalen schrijven, waarin we
al het weten kunnen lezen, wat
valt er te beleven dan, buiten
de wind die ons aanmaant te
vergeten? De oplossing staat
daarin geschreven waar het
kijken windstil wordt, het
kruisen van de wegen en het
wijzen overbodig.
Feniks
Kijk naar buiten, je gelooft niet
wat je ziet. Op het gras tussen
de klokjes staat een feniks en
hij kijkt naar jou. In de verste
verte is er geen vuur te bespeuren,
maar je proeft het branden van
je hart. Als een verloren vuurtoren
knippert zijn ene oog naar jou, hij
hangt tussen de halmen, wenkt
met een verhaal waaraan geen
weerstaan helpt. Kijk naar buiten
en je gelooft niet wat je ziet. Voor
verre wolken hangt een feniks en
hij brengt het vuur naar jou.
Woord voor woord branden zijn
tranen even zoveel diamanten, hij
hangt ze als een parelnet over
je schouders dat je verwelkomt
in dit paradijs op aarde. Kijk,
kijk naar buiten en je gelooft
niet wat je ziet. Eén oogwenk en
hij vliegt weer op, verdwijnt en
laat je achter met zijn vuren
mantel waarvan je nu het branden
voelt. O feniks, lieve boodschapper
die parels strooit als hemels
manna, waar ben je nu? Ik
word verteerd, ik kijk naar buiten
en ik zie de druppels op de halmen
en daarin weerspiegeld zie ik
jou.
Gavere
voor P. en M.
Wachten tot de wind over het water
dan verkleurt, tot golf wordt, langzaam
opzweept tot aan kusten ogen zich dan
openen om deze geuren te ontvangen,
wachten tot de wind over het water
dan van kleur verandert, wolk wordt
en zich over golven buigt om zee te
worden, één te worden, regenboog
die alle hemels overspant, wachten
tot de wind over het water dan
verkleurt, het is een langzaam wachten,
een geduldig vouwen en ontvouwen
tot vleugels zich over de adem plooien
en dan opnemen, oplichten tot helder
weten, tot doorzichtigheid, tot
aangespoeld het water borrelt uit de
bron die helderziendheid predikt voor
de pelgrims van de hoop, wachten tot
de wind over het water dan dit water
zegent, alsof het wolken regent, damp
geworden golven die nu over al dat
wachten heen een schitterend schijnen
werpen, oogverblindend, O, en kijk
hoe dan dit kijken door alles heen de
waarheid toont, alle verdriet en pijn
plots weggespoeld, iets nieuws, de
wind legt bloot wat ooit in daglicht
onmiddellijk werd gesmoord door
molenstenen, door hebzucht, haat
en pest, gedrenkt in bloed, O ja, het
is iets nieuws, het wachten waard,
het wachten tot de wind over het
water dan verkleurt, en zie: plots
baadt alles in groen Licht, het Licht
dat wordt geboren als de Liefde
oogverblindend zegeviert, zoals dit
Kind dat haver aanbiedt, haver aan
een ezel, langs een haven aan de
Gaverbeek.
16-05-2010, Havenkaaien Brugge + Café/Restaurant “De Rotse”, Sint-Christianabron, Dikkelvenne
(geïnspireerd door de bloedige Slag bij Gavere )

Header afbeelding via Google Streetview







